Extremisme in Turkse kringen ‘blinde vlek’ terrorismebestrijders

Radicalisering Prediker Abdullah Özütürk wordt door Amsterdamse autoriteiten gezien als een ronselaar voor de jihad. Extremisme in de Turkse gemeenschap in Nederland is een blinde vlek voor terreurbestrijders.

De Haagse moskee Medine Dershanesi plaatst op Facebook posters die de jihad aanmoedigen. Links: een man kust de koran en draagt een machinegeweer op zijn rug. Daarnaast de tekst: „We hebben de jihad verlaten en zijn ons gaan richten op aardse zaken, zoals vliegen op mest afkomen”. Rechts een afbeelding van Abdullah al-Muhaysini, verbonden aan Al-Qaeda, met de tekst: „Als een leeuw op jacht is, wordt hij beschuldigd van bloedvergieten. Als hij blijft zitten, van luiheid.”

Op een verlaten industrieterrein in Amsterdam-Sloterdijk, tussen een smederij en een drukkerij, staat een zwart pand met afgeplakte ramen. Er is zelden beweging te zien, behalve op zaterdagavond. Dan zit het gebouwtje vol met Turkse Nederlanders. Ze luisteren naar een lezing.

Dit is de plek waar Abdullah Özütürk vorig jaar een eigen koranschool opende. Rond de komst van de school bespraken de gemeente Amsterdam en anti-terrorismecoördinator NCTV hun zorgen over de Turks-Nederlandse islamprediker. Hij wordt een „ronselaar” genoemd in geheime stukken van de politie en de afdeling veiligheid van de gemeente Amsterdam, ingezien door NRC. De prediker wordt in de documenten in verband gebracht met de radicalisering van vier jongeren. Twee van hen zijn naar Syrië vertrokken.

Direct bewijs dat Özütürk is betrokken bij ronselen, is er niet. Hij is nooit aangeklaagd. Wel wijst onderzoek van NRC uit dat hij Syriëgangers onderwees, banden heeft met extremisten en dat de moskee waar hij preekt jihadpropaganda verspreidt.

Özütürk, in 1976 in Schiedam geboren, is een bekende naam in de Turkse gemeenschap in Nederland. Zijn vader stond begin jaren tachtig aan de wieg van de Nederlandse tak van Milli Görüs, een grote Turkse moskee-organisatie.

Lees ook: De moskee die twintig jaar moest wachten

Helpen bij koranlessen

Op zijn 23ste begint Özütürk zelf te prediken. Ook wordt hij godsdienstleraar op de islamitische basisschool As Siddieq in Amsterdam. In dezelfde stad begint hij vanaf 2013 jongeren te onderwijzen in de islam, in het hoofdkantoor van Milli Görüs.

„Hij kwam toevallig bij ons terecht”, vertelt Fatih Yildirim, hoofd educatie van Milli Görüs. „Hij had zijn dochter ingeschreven voor lessen. Als hij zijn dochter had gebracht, zat hij uren bij de receptie te wachten tot zij klaar was.” Het valt andere ouders op dat Özütürk veel van de islam weet. „Daarom vroegen we of hij wilde helpen bij de koranlessen”, zegt Yildirim.

Özütürks lessen trekken veel jongeren met een Turkse achtergrond. Gelijktijdig predikt hij in Den Haag bij de dan net opgerichte moskee Medine Dershanesi. Een van zijn pupillen in Amsterdam is de dan 18-jarige Enes. Hij komt uit een hoogopgeleide Turkse familie. Enes is intelligent, maar doet op school zijn best niet. Aanvankelijk lijkt Özütürk een positieve invloed op hem te hebben. „Hij werd serieus, leergierig, zachtmoedig”, zegt een bekende van Enes, die niet met naam genoemd wil worden.

Uit zicht

Overal waar Özütürk gaat, volgt Enes, zegt de bekende. Hij raakt bevriend met andere leerlingen van Özütürk. Een van hen is Abdullah, een ander Serdar, die later naar Syrië zal vertrekken, om te vechten voor een kalifaat. Op het hoofdkantoor van Milli Görüs wordt „streng toezicht gehouden” op de inhoud van de lessen, zegt hoofd onderwijs Yildirim. Maar Özütürks lessen verdwijnen gauw uit zicht. De moeder van Abdullah biedt haar huiskamer aan als locatie voor de lessen. Volgens Özütürk was Milli Görüs hiervan op de hoogte.

Nadat de lessen zijn verplaatst naar de huiskamer, wordt duidelijk dat een deel van de leerlingen is geradicaliseerd. Serdar vertrekt in 2014 naar Syrië. Abdullah is hetzelfde van plan. Zijn familie weet hem tegen te houden. Voor Enes is het te laat. Hij volgt zijn vriend Serdar naar Syrië, en laat nooit meer iets horen.

Enes’ vertrek zorgt voor onrust in de Turkse gemeenschap in Amsterdam. Ouders dachten dat radicalisering in hun gemeenschap niet voorkwam. Syriëgangers zijn meestal Marokkaanse Nederlanders, slechts één op de tien heeft een Turkse achtergrond. Een aantal ouders vermoedt dat Özütürk de jongeren heeft geronseld. Zij bespreken hun verdenkingen met Milli Görüs, bevestigt Yildirim. De lessen van Özütürk worden stopgezet.

De moeder van Abdullah wil geen commentaar geven. De AIVD heeft onderzoek gedaan en de nodige maatregelen getroffen, zegt zij. Ook Enes’ familie wil niet reageren.

Özütürk zegt dat hij in 2014 uit zichzelf gestopt is met lesgeven vanwege „gezondheidsklachten”, zo laat hij NRC per mail weten. Of hij heeft lesgegeven aan Syriëgangers Enes en Serdar, zegt hij niet te weten, omdat hij voor zijn lessen „geen aanwezigheid of absenties” noteert. Hij heeft jongeren in gesprekken en mailwisselingen altijd „ondubbelzinnig afgeraden” naar Syrië te gaan, zegt hij.

Gewapende mannen op een berg, met daarboven een citaat van de Turkse prediker Feyzullah Birisik: „De hemel is niet beperkt in aantallen. Moedjahedien [jihadstrijders] weten dit als geen ander. Zij richten hun ogen op firdevs [een van de hoogste rangen in het paradijs].”

Salafistische imams

Hoe geloofwaardig is zijn verklaring? Özütürk opereert met één been in Nederland en één been in Turkije. In Turkije is hij betrokken bij inzamelingsacties voor Syrië en hij predikt er geregeld. De Turkse organisaties waarmee hij optrekt, behoren tot een netwerk rond drie salafistische imams: Abdullah Yolcu, Nureddin Yildiz en Feyzullah Birisik. Özütürk gaat vaak met hen op de foto.

Turkse salafisten hebben een speciale verhouding met president Erdogan. Eigenlijk zijn zij tegen de seculiere staat die Turkije is. Maar politieke spanningen en de burgeroorlog in Syrië brachten Erdogan en de salafisten dichter bij elkaar. In ruil voor steun aan Erdogans beleid, krijgen salafisten meer speelruimte én indirecte steun voor rebellen in Syrië. Het Turkse leger werkt daar samen met jihadistische groepen, waarvan sommige zijn gelieerd aan Al-Qaeda.

Daardoor is de scheidslijn tussen nationalisme, salafisme en jihadisme in Turkije nu flinterdun. Salafisten, ook de predikers met wie Özütürk contact heeft, verheerlijken de jihad in Syrië. Over zijn contacten met jihadistische imams zegt Özütürk dat hij met „vele geleerden” in contact staat, maar niet al hun meningen deelt.

Een religieus leider van Al-Qaeda-groepen in Syrië is de Saoediër Abdullah Al-Muhaysini. De VS hebben hem aangemerkt als terrorist, maar Turkse connecties van Özütürk dragen hem op handen. Zo prijst imam Yolcu de „oprechte jongeman” die de „geur van de jihad” zou hebben geroken. Erdogan kent de familie Muhaysini ook goed, zegt Yolcu in een lezing.

Poster met een citaat van Hassan al-Banna, oprichter van het Moslimbroederschap: „Onze grondwet is de koran, onze leider de profeet, onze weg de jihad. Sterven in de naam van Allah is ons hoogste doel. De toestemming van Allah gaat boven alles.”

Posters op Facebook

De Turkse steun voor jihadisten als Muhaysini vindt weerklank in Nederland. De Haagse moskee waar Özütürk predikt, Medine Dershanesi, verheerlijkt Muhaysini en de gewapende jihad die hij voert. Dit gebeurt via posters op Facebook, waar de moskee 80.000 volgers heeft. Teksten over de jihad worden ondersteund met beelden van wapens, zwarte vlaggen en kreperende Syrische kinderen. In een reactie distantieert de moskee zich van de militaire jihad. De organisatie zou haar „Syrische broedervolk” willen steunen.

Bronnen die zich bezighouden met terrorismebestrijding zeggen dat Turks extremisme voor hen een „blinde vlek” is. Turkstalige extremistische propaganda wordt amper opgemerkt, doordat weinig terrorismebestrijders Turks spreken en de aandacht zich vooral richt op jihadisme onder Marokkaanse Nederlanders. Vier jaar na de uitreis van hun oud-leerlingen zoekt Milli Görüs antwoorden. Oud-bestuurder Yusuf Altuntas: „Hoe je het ook wendt of keert: Enes was een onderdeel van Milli Görüs. Ik vraag mij nog steeds af wie hem heeft geronseld. En of wij daarbij een fout hebben gemaakt.” Yilidirim: „Mocht Özütürk die kinderen hebben geronseld, dan waren wij ons daar niet van bewust en betreuren wij dat zeer.”

    • Andreas Kouwenhoven
    • Ibrahim Yildiz