Opinie

    • Christine Karman

Eindelijk een V in je paspoort, toch nog transgender

Genderneutraliteit helpt transgenders niet, vindt ‘Daarmee zeg je: je moet niet zeuren over of je een jongen of meisje bent’.
Foto: Koen Suyk

Transgenders staan al een poosje in de belangstelling. Zo ook het begrip ‘genderneutraal’. Eerder vaardigde de gemeente Amsterdam al een taalinstructie uit om geen ‘dames en heren’ meer te zeggen, NS stapte over naar ‘beste reizigers’, en onlangs verbanden veertig Engelse scholen de rok uit hun schooluniform. Anders zouden transgenders zich niet op hun gemak voelen.

Maar hiermee schop je ze juist tegen het zere been. Alsof transgenders het prettig vinden als iemand ze met ‘genderneutraal’ aanspreekt.

Ik kan je zeggen, we haten dat.

Op het moment dat je, als jongetje geboren, definitief vaststelt dat je een meisje bent, valt er een last van je af. Na een hoop verwarring wordt je focus: hoe zorg ik dat ik als vrouw verder kan? Dat proces is natuurlijk niet makkelijk, maar doordat ouders, leerkrachten en artsen tegenwoordig steeds beter weten wat genderdysforie is, kunnen ze een kind dat mogelijk transgender is helpen zo goed als kan een goede weg in het leven te vinden. De meeste slagen erin om als vrouw (c.q. man) een normaal leven op te bouwen. Een jongetje van drie neemt als jongvolwassen vrouw haar master diploma in ontvangst, en glundert. Sommige medestudenten en docenten weten van haar verleden, de meeste niet. Wellicht vermoeden sommigen iets, door uiterlijk of stem, het merendeel echter niet.

Als er op een avond een tv-programma is over transgenders, hoop ik de volgende ochtend dat niemand op werk het gezien heeft

Eigenlijk praat je dan over ex-transgenders: mensen die weliswaar als jongetje geboren zijn, maar die juridisch en fysiek vrouw zijn (of omgekeerd). Er is geen reden om ze niet gewoon vrouw te noemen. Transgenderkinderen willen niet genderneutraal zijn. Transgenderkinderen, of ze nou uit de kast zijn of niet, willen zich kleden en gedragen naar hoe ze zich voelen. Als je voor die kinderen het verschil tussen jongens en meisjes gaat verdoezelen, geef je ze een heel verkeerd signaal, namelijk dat je niet moet zeuren over of je een jongen of meisje bent.

Lees ook: Dame of heer, dat zeg je niet meer

Wellicht komt deze misvatting doordat alle media-aandacht die naar transgenders gaat zich centreert op de relatief korte periode van ‘transitie’. Nooit gaat het over het gelukkige leven daarna. Zelf wil ik deze tekst eigenlijk ook niet schrijven. Ik heb een goede baan, een rijk sociaal leven. Als er op een avond een tv-programma is over transgenders, hoop ik de volgende ochtend dat niemand op werk het gezien heeft, want stel dat ze erover beginnen! Hoewel ik niet de illusie koester dat niemand weet dat ik ex-transgender ben, praat ik er nooit over – ik wil niet dat het een onderwerp is.

Eindelijk ben je wie je altijd al was maar niet mocht zijn: een heel normale vrouw. Eindelijk komt je lichaam overeen met je zelfbeeld. Eindelijk een ‘V’ in je paspoort. Logischerwijs hecht een ex-transgender er veel meer waarde aan dan anderen om met het juiste gender te worden aangesproken. En dan zegt de gemeente Amsterdam: ‘ho, niet te snel, we hebben ons bedacht. Je was vrouw, maar we gaan je vanaf nu toch maar ‘beste burger’ noemen. Je ging naar het damestoilet, maar nu hebben we een genderneutraal toilet, speciaal voor jou.’

    • Christine Karman