Kantoorpersoneel tijdens een zonnige dag in Londen.

Foto Vickie Flores / Getty Images

De werkvloer moet blijvend rekening houden met de hitte

Interview Jisung Park De kans dat de prestaties op school en werk bij hitte afnemen, is het grootst in landen met een gematigd klimaat, zoals Nederland. Dus zijn er maatregelen nodig, zegt econoom Jisung Park.

Spannend, een tropische dag. Vergelijkbaar met de opwinding om een dik pak sneeuw vroeg in het winterseizoen. Maar wie nu al wekenlang in een bloedhete omgeving aan het werk is, zal zich waarschijnlijk steeds serieuzer afvragen of er in Nederland wel behoorlijk valt te werken met zulke temperaturen.

De 32-jarige wetenschapper Jisung Park vindt dat landen met een gematigd klimaat als Nederland serieus moeten nadenken over hittebeleid. Zulke landen zijn vaak niet ingericht op extreem hete dagen - terwijl ze die in de nabije toekomst steeds vaker kunnen verwachten. Econoom Park is als assistent-professor verbonden aan de Universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA). Hij promoveerde aan Harvard met onderzoek dat liet zien dat extreme hitte op examendagen de prestaties van scholieren met tot wel vijftien procent doet afnemen.

Park groeide op in een afgelegen deel van Kansas, in de Amerikaanse midwest. Zijn ouders komen uit Zuid-Korea en namen hem regelmatig mee naar hun geboorteland. De uit hun voegen barstende steden daar maakten begin jaren negentig grote indruk op de „nature boy” uit Kansas. Park raakte gefascineerd door de complexe relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving.

Zwoegen in de brandende zon, geen airconditioning op kantoor. Welke rechten hebben werknemers op warme dagen?

Tijdens zijn economische bachelor-opleiding, rond 2007, concentreerde onderzoek naar klimaatverandering zich vooral op het effect op de natuur en het milieu. „Ook belangrijk”, haast Park zich te zeggen. „Maar er was nog niet zoveel onderzoek gedaan naar de impact die het klimaat zou hebben op economie. Of sterker nog: op onszelf, op individuele mensen.”

Beleid om klimaatverandering tegen te gaan is van groot belang, maar volgens Park moeten we als samenleving ook beseffen dat de aarde al opgewarmd is. „De uitstoot van broeikasgassen van twintig tot dertig jaar geleden zorgt voor de temperatuurstijging die we nu ervaren. Zelfs als we morgen helemaal zouden stoppen met uitstoten, dan hebben we daar de komende vier tot vijf decennia nog last van.”

In Nederland nam de gemiddelde temperatuur sinds 1906 met 1,9 graden Celsius toe. Dat ‘gemiddelde’ zegt lezers weinig, denkt Park. „Als het buiten vijf graden is, denk je bij een gemiddelde stijging van 2 graden misschien: ‘goh, best lekker’.”

Maar om de gemiddelde temperatuur twee graden op te krikken, is het niet per se elke dag twee graden warmer. In Nederland is het aantal dagen met temperaturen boven de dertig graden sinds 1901 verviervoudigd.

“Een opwarmende aarde treft niet alle bewoners in dezelfde mate”

En daarmee komen we aan bij de reden waarom Parks onderzoek júíst voor Nederland belangrijk is: het effect van hitte op prestatie en productiviteit is het grootst in gebieden waar het normaal gesproken niet zo warm is.

Slechte examens in de hitte

Park bespreekt twee afzonderlijke onderzoeken. In het eerste onderzocht hij het effect van hitte op examenprestaties. Elk jaar worden in de stad New York op public schools over een periode van twee weken de Regents exams afgenomen, vergelijkbaar met Nederlandse eindexamens. Hij vergeleek de uitslagen van 1 miljoen scholieren, van 1999 tot 2011, met de schommelingen in de temperatuur op elke toetsdag. Op een hete dag (zo’n 33 graden) scoorden leerlingen voor afzonderlijke vakken tot bijna elf procent lager dan op een dag dat het 23 graden was.

In de andere studie onderzocht hij het effect van hitte op leren, waarvoor hij tien miljoen studenten uit de hele Verenigde Staten door meerdere studiejaren vergeleek. Op scholen zonder airconditioning nam de hoeveelheid lesstof die leerlingen hadden opgenomen per gemiddelde temperatuurstijging van ongeveer een halve graad met een procent af.

U heeft in uw onderzoek gekeken naar de prestaties van middelbare scholieren op landelijke toetsen. Wat zegt dat over de impact van klimaatverandering op productiviteit in economische zin?

„In een moderne economie zijn de scholen de plekken waar de welvaart van een land wordt gecreëerd. Daar komt de vaardigheid en de kennis vandaan. Ik denk dat we daarom net zo goed moeten kijken naar de omstandigheden waaronder leerlingen leren, als de omstandigheden waaronder werknemers werken.”

Kunt u aan de hand van dit onderzoek ook uitleggen waarom mensen minder goed presteren als het heet is?

„Wat er fysiek gezien gebeurt, of met het concentratieniveau van mensen, daar kun je op basis van dit onderzoek niets over zeggen. Maar omdat we zulke grote datasets gebruiken kunnen we wel bepaalde factoren uitsluiten. Zoals dat leerlingen uit warmere gebieden fundamenteel minder productief of intelligent zouden zijn, en daarom lager scoren. Wij konden studenten uit dezelfde regio met elkaar vergelijken, door de tijd heen. Dan zie je nog steeds het effect van een hogere temperatuur tijdens toetsdagen.”

Vooral in gebieden waar het normaal niet zo warm is, presteren leerlingen slechter op een hete dag. Hoe komt dat?

„Dit soort gebieden zijn minder goed aangepast op hitte, de kans is daar groter dat je bij 30 graden in een gebouw zit zonder airconditioning. Maar ook in gebieden in de VS waar veel etnische minderheden of mensen met lagere inkomens wonen, zijn er minder gebouwen met klimaatbeheersing. In het onderzoek zie je terug dat leerlingen uit die groepen, die voorafgaand aan de toets met veel warme dagen te maken kregen, sterker worden getroffen door het effect van hitte op productiviteit. Sociale ongelijkheid is een factor die je niet moet vergeten in dit verhaal. Een opwarmende aarde treft niet alle bewoners in dezelfde mate.”

Scholen in Nederland moeten dus massaal airco’s installeren?

„Het installeren van airconditioning kost geld, dus daar zul je altijd een afweging moeten maken. Er zijn nog een heleboel andere oplossingen te bedenken. Een aanpassing van school- en werktijden, waarbij flexibeler kan worden omgegaan met hete dagen – zorg in ieder geval dat studenten op zo’n dag geen eindexamens hoeven af te leggen.”

Waar gaat u zich in de toekomst nog op richten?

„Op dit moment ben ik bezig met een onderzoek naar de invloed van hitte op de werkvloer. In veel kantoorgebouwen is tegenwoordig wel klimaatbeheersing, maar dat geldt lang niet voor alle beroepen. Mensen die in de bouw werken, of in de keuken staan, worden zwaarder getroffen door een hittegolf. In Nederland klinkt het misschien gek om hittebeleid te ontwikkelen, maar de opwarming van de aarde is voorlopig niet te stoppen. Wat waterbeheersing betreft zijn jullie in de internationale gemeenschap een voorbeeld op het gebied van innovatief beleid. Misschien wordt het tijd om ook naar andere effecten van klimaatverandering te gaan kijken.”

    • Simoon Hermus