Opinie

    • Caroline de Gruyter

De strijd om de publieke omroep

Extreemrechts, liberalen en veel conservatieven in Europa willen de publieke omroep behandelen als elke andere privé-omroep: iedereen kan wat subsidie krijgen.

Een man wandelt een bar binnen. Hij bestelt een biertje en begint een tirade over de publieke omroep. Elke maand betaal je kijk- en luistergeld, roept hij. Wat een verkwisting. „Wat heeft de omroep ooit voor ons gedaan?”

Andere barbezoekers – onder wie een voetballer, een actrice en een parlementariër – noemen dan een voor een hun favoriete uitzending op. Nieuwsbulletins met correspondenten. Tatort. Talkshows. Songfestival. Films. Voetbal. Documentaires. Series. „Ja, da’s waar,” zegt de man ten slotte, „misschien heeft de omroep toch iets gedaan.”

Dit tafereel is te zien in een clipje van drie minuten dat Zwitserse studenten hebben gemaakt voor een referendum over de afschaffing van het kijk- en luistergeld, begin maart. De extreemrechtse SVP, de grootste partij, heeft haar eigen media en wilde van de verplichte omroepbijdrage af onder het motto ‘Waarom betalen als je niet kijkt?’ Maar de SVP verloor. Velen vreesden dat van de publieke ruimte in een gedecentraliseerd land met vier talen weinig gemeenschappelijks zou overblijven, met vooral nog privézenders. En als niemand moet betalen voor voorzieningen waarvan hij niet direct profiteert, zou dat het einde zijn van veel overheidssubsidies en -instellingen: theaters, voetbalclubs, universiteiten et cetera. Zo kun je het land wel opdoeken. Na lange discussies stemde 71,6 procent van de Zwitsers vóór het behoud van kijk- en luistergeld.

Misschien moet die clip elders ook worden vertoond. In Duitsland bijvoorbeeld. Ook daar ligt de publieke omroep onder vuur. In mei hield het Grondwettelijke Hof in Karlsruhe er een tweedaagse hoorzitting over. De vier klagers noemden de verplichte Rundfunkbeitrag voor de publieke omroep (17,50 per persoon per maand) „gedwongen financiering” en onconstitutioneel. Waarom moet iemand die de publieke omroep slecht vindt, toch betalen? Waarom betaalt iemand met twee radio’s en drie tv’s evenveel als iemand die er geen heeft? .

Karlsruhe heeft hun klacht afgewezen, maar het debat woedt door. Uit een peiling van het Britse YouGov blijkt dat 43 procent van de Duitsers geen omroepbijdrage meer wil betalen. In maart ontmoette AfD-leider Alice Weidel Steve Bannon in Zürich. Eén van de gespreksonderwerpen: de AfD wil een warroom bouwen, die net als Bannons website Breitbart „ongefilterd informatie aan de man kan brengen”.

Dit gaat over het gemeenschappelijk belang, en hoe je dat voedt en onderhoudt

Ook in Oostenrijk is de publieke omroep omstreden. Het Oostenrijkse systeem zit vol politieke benoemingen. De FPÖ is een redelijk geaccepteerde partij en FPÖ-politici zitten constant in de studio’s. Nu de partij in de regering zit, benoemt ze er eigen mensen. Ook de FPÖ heeft een eigen mediasysteem. Parlementaire debatten worden vanuit FPÖ-perspectief verslagen; andere partijen worden genegeerd of aangevallen. Partijleider Strache maakte op Facebook een gerespecteerd tv-journalist belachelijk. De journalist stapte naar de rechter, en won.

In Denemarken, waar de publieke omroep series als Borgen maakt, wordt het kijk- en luistergeld in januari afgeschaft. Er komt een 20 procent lagere omroepbelasting. Maar het debat gaat voort. Politici verlagen of schrappen graag belastingen om verkiezingen te winnen. Extreemrechts, liberalen en veel conservatieven willen de omroep behandelen als elke andere privé-omroep: iedereen kan wat subsidie krijgen.

Vermolmde instituties moeten van tijd tot tijd worden hervormd. Soms moeten ze meer krijgen, soms minder. Maar hier gaat het om het voortbestaan van de openbare ruimte, de kern van democratische samenlevingen, waarin iedereen een paar minuten spreektijd krijgt en dan de volgende aan het woord moet laten. Dit gaat over het gemeenschappelijk belang, en hoe je dat voedt en onderhoudt. Zonder pluralisme is er geen gemeenschappelijk belang meer.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter