Brieven

Brieven

Mariët Meester stelt in ‘Hoe je een begrafenis zoveel mogelijk zelf regelt’ (28/7) dat het werk van de uitvaartondernemer grotendeels kan worden uitgevoerd door de familie zelf. Ik word boos van dit verhaal. Deels heeft ze gelijk. Er kan en mag van alles. Aan ons, de uitvaartondernemers, de schone taak om daar helder in te zijn. Maar wat men zelf kan en wil doen, varieert. Ook Meester geeft aan een deel van het proces liever aan anderen over te dragen, ze adviseert „geen taken op je te nemen die traumatisch kunnen worden”, zoals de laatste –lichamelijke- verzorging. Maar juist dat deel, het verzorgen van je geliefde, het voor de laatste keer iemand liefdevol wassen en kleden, kan een ongelofelijke waardevolle ervaring zijn. En daarom geven wij mensen altijd de keuze. Ze mogen het zelf doen, ze mogen het samen met ons doen. Een klein beetje doen, er bij zijn en kijken. Sokken aandoen. Haren kammen. Allemaal mogelijk. Maar het moet niet. Het mag. Onze kracht schuilt in het sensitief zijn. Wij voelen ons thuis op de achtergrond, hebben een coachende taak: inschatten, aanvoelen, uitgebreid beluisteren wat mensen willen. Op een manier die past bij de familie, bij de situatie, bij de omstandigheden en mogelijkheden. En soms is even geen keuzes meer geven ook onderdeel van ons vak.


Uitvaartondernemer