‘We traden op waar The Beatles doorbraken’

Op bedevaart Singer-songwriter Yorick van Norden (32) trad met zijn band op in The Cavern Club in Liverpool.

Foto Michiel van Dijk

‘Ik was negen toen ik in de auto Free as a bird hoorde, de single die The Beatles in 1995 uitbrachten ter gelegenheid van het Anthology-verzamelalbum. ‘Wat is dit?’ vroeg ik aan mijn ouders. Ik luisterde meestal naar klassieke muziek – van house dat in die tijd populair was, hield ik niet. Maar dit sloeg in als een bom. ‘Ga maar eens op zolder kijken’, zeiden mijn ouders. Daar vond ik Rubber Soul. Nog steeds als ik die elpee draai, neemt de muziek me mee naar die tijd en voel ik de opwinding die ik toen voelde, als tienjarige op mijn zolderkamer. Later ben ik tussen de oude platen van mijn ouders gaan zoeken naar bands die op The Beatles leken: The Kinks, The Stones, The Monkees, The Small Faces, alle oude sixties-elpees heb ik eruit gevist.

De aflevering van Carpool Karaoke met Paul McCartney was ontzettend populair online. Waarom is McCartney in een auto zo onweerstaanbaar?

Mijn smaak heeft zich intussen breed ontwikkeld, tot en met obscure subgenres en ten onrechte vergeten artiesten, maar de jaren 1965-1973 zijn voor mij nog altijd de glorietijd van de popmuziek, en The Beatles vind ik nog altijd even goed. Ze hebben me als muzikant gevormd. Op de middelbare school, het Gymnasium Felisenum in Velsen-Zuid, heb ik met een aantal vrienden The Hype opgericht. In 2009, we begonnen net enige bekendheid te krijgen buiten de regio, ontdekte een Amerikaanse festivalorganisator onze muziek via Myspace. Deze David Bash nodigde ons uit om te komen spelen in The Cavern Club in Liverpool, waar The Beatles doorgebroken zijn. De originele Cavern Club bestaat al sinds 1973 niet meer, verderop in de straat is in een soortgelijke kelderruimte een replica gebouwd. Het festival was vrij toegankelijk en het publiek in The Cavern kwam daar vanwege The Beatles, niet voor dat bandje uit Nederland. Toch was het voor ons, als begin-twintigers, een bijzondere ervaring om daar te spelen, veertig jaar na The Beatles.

We belandden in een pub in de wijk The Dingle, stampvol cokesnuivende hooliganachtige types en ander ruig volk

Het jaar daarop werden we opnieuw gevraagd om in The Cavern Club te spelen, en na even geaarzeld te hebben – we kregen niets betaald, ook geen reiskostenvergoeding – besloten we toch te gaan, om in Liverpool op allerlei Beatles-plekken een videoclip op te nemen voor onze nieuwe single, ‘What do you say’. We belandden onder meer in een pub in de beruchte wijk The Dingle, waar Ringo Starr is opgegroeid. Het was er stampvol cokesnuivende hooliganachtige types en ander ruig volk. Een oude zeebonk liet ons zijn linkerbil zien, waar de pootafdruk van een enorme beer op was getatoeëerd. In The Dingle kwamen nooit toeristen. Juist daarom werden we bijzonder warm en hartelijk ontvangen en was onze gig in die pub een groot succes. Het werd een onvergetelijke reis. De ouders van alle bandleden waren meegekomen. Als ik aan Liverpool denk, denk ik ook aan mijn moeder, die altijd erg betrokken was bij mijn muziek. Ze overleed een paar weken geleden.

De clip van ‘What do you say’, opgenomen in Liverpool.

Andere muzikale grootheden achterna reizen

Nog steeds bezoek ik graag plaatsen waar mijn muzikale voorbeelden gewoond en gewerkt hebben. Het is niet zozeer heldenverering, waar ik vooral in geïnteresseerd ben, is hoe een bepaalde omgeving artiesten vormt en hoe je dat terughoort in hun werk. Vorig jaar was ik met drie vrienden in Californië, een walhalla van muziekplekken. Meer nog dan in Liverpool had ik het gevoel toen ik daar rondreed, dat ik de songs die er geschreven zijn, beter begreep. Zo was ik in Los Angeles in de wijk Laurel Canyon bij het huis van Joni Mitchell, waar ze woonde met Graham Nash. Hij schreef er dat hele lieve liedje Our House. Een grote villa tussen het rijke groen, rust, een warm klimaat… Ik proefde het leven daar.

In Josua Tree National Park hebben we geslapen in de motelkamer waar Gram Parsons in 1973 op 26-jarige leeftijd overleed. Songwriters als Keith Richards, Donovan en Parsons kwamen er in de vroege jaren zeventig om tequila te drinken, gitaar te spelen in de tuin en ’s nachts naar de sterren te kijken. Ze zagen zichzelf een beetje als negentiende-eeuwse outlaws. Als je daar dan zelf zit tussen de yuccabomen, onder de meest overweldigende sterrenhemel, voel je de sfeer van toen en snap je waarom die plek zo aantrekkelijk was voor die jongens.”

In deze zomerserie vertellen mensen over hun ‘moderne bedevaart’.
    • Brigit Kooijman