Vrij zijn is.... sterren kijken

en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

Het lijkt wel nep. Alsof iemand kerstverlichting in de golven heeft geweven. Honderden felblauwe ledlampjes. De afgelopen dagen was er langs de kust van Zuid-Holland zeevonk te zien. Een alg die met het juiste weer en door beweging – van golven, vingers, stampvoeten – glimt in de donkere zee. Sprookjesachtig. Toch is ’s-Gravenzande „een walgelijke plek”, vindt tegelzetter Rob Lefeber (68). Tenminste, voor een sterrenwacht. En laat zo’n sterrenwacht nou precies zijn wat de amateurastronoom hier in zijn achtertuin heeft staan. Walgelijk, omdat het licht van de vele kassen – ruim tweeduizend hectare van Westland is ‘glas’ – ervoor zorgt dat de lucht hier altijd een oranje gloed heeft. „Hoe meer licht, hoe minder je ziet.” En dan zijn er nog de bomen, „m’n eigen bomen nota bene”, die het zicht op objecten aan de horizon beperken. Lefeber stapt in zijn witte bus. Weg hier.

Het is geen hobby voor mietjes

Rob Lefeber

„Eén minuutje.” Zo lang is Lefeber onderweg van zijn sterrenwacht naar de plek waar hij nu zijn metershoge telescoop opstelt. Midden op het duin, met zicht op een vakantiepark en heel veel grijze lucht. „Zo donker als ik het zou willen, wordt het toch niet.” Écht donker is het voor Lefeber maar twee keer per jaar. Dan gaat hij naar een star party. Het beste sterrenfeestje is op de archipel Florida Keys, waar het zo donker wordt dat je degene naast je niet ziet. „En dan in je korte broek onder een palmboom sterren kijken.” Heerlijk, maar je mist wel drie avonden slaap. „Het is geen hobby voor mietjes.” Drie nachten staren naar Jupiter, „net een vliegtuig met die kleine planeetjes”, naar Venus, „de aller-helderste”, of naar Saturnus, Lefebers favoriet. „Saturnus is als een mooie vrouw waar ik uren naar kan kijken.” Vandaag blijft Saturnus achter Lefeber; zijn telescoop staat gericht op het grijze vlak waar straks de ‘bloedmaan’ moet verschijnen.

Lefeber heeft al best wat zons- en maansverduisteringen gezien in zijn leven, „zo bijzonder zijn ze nou ook weer niet”, maar de kleur en omvang van de bloedmaan zijn dat wel. Vijftien jaar geleden miste Lefeber een zonsverduistering. Met zijn busje vol telescopen en een paar enthousiaste vrienden was hij naar Noord-Frankrijk gereden, „vanwege het licht”. Het regende de hele dag. Geen zon te zien.

Rond Lefeber en zijn kijker vormt zich deze avond een tribune, van scooters, stenen en klapstoelen. Maar de maan is er nog steeds niet. Toch schittert Lefeber. Hij legt pubers uit wat randstralen, schijngestaltes en kernschaduwen zijn. Vier kleuters vormen een rijtje om door de telescoop te kijken. „Misschien moet ik straks met een fooienbakje bij de parkeerplaats gaan staan.” Om kleutertranen te voorkomen, heeft Lefeber de telescoop op een mast gericht. „Ook rood.” De maan is er nog steeds niet. Met twee handen tilt Lefeber de gigantische witte koker uit het statief en schuift hem voorzichtig het busje in. „Volgens mij gaat het zo regenen.”

    • Peter de Krom
    • Astrid van Rooij