Opinie

    • Nynke van Verschuer

Van luchtigheid naar ernst, en weer terug

Zap Tv gehoorzaamt nog niet aan de wetten van de filterbubbel. Zo kon je woensdag zappen van een snackprogramma met André van Duin naar een documentaire over mensen die vluchtelingen helpen op zee.

Een man die zojuist uit de zee is gered omhelst een vrijwilliger in Gangway to a future (EO).

De televisie is misschien wel het enige medium dat nog niet aan de wetten van de filterbubbel gehoorzaamt. Zo kon je woensdag binnen het bestek van een paar uur kijken naar hoe in Nederland een frikandel met chocoladesaus werd bereid en geproefd (De nieuwe lekkerbek), en hoe een groep vrijwilligers op de Middellandse Zee drenkelingen probeerde te redden (Gangway to a future). Dat zijn moeilijk verenigbare beelden, die je niettemin worden voorgeschoteld op een avond nietsvermoedend zappen. Zoals Robert Kranenborg in het nieuwe MAX-programma zei over de smaken van frikandel en chocola: het botste.

In De nieuwe lekkerbek gaat Nederland op zoek gaat naar een nieuwe snack. André van Duin trekt op met de kandidaten, die een lekkernijtje klaarmaken dat een jury vervolgens proeft en beoordeelt. De criteria zijn niet helemaal duidelijk, maar dat lijkt niemand te deren.

Vast staat dat het vernieuwend moet zijn, goed samen moet gaan met een borrel of een kopje koffie op een terras, en dat het supermarkt-potentie moet hebben. Behalve de reeds genoemde frikandel stond er ook gefrituurde lasagne op het menu (die overigens wel de goedkeuring van de jury kon wegdragen).

In de documentaire Gangway to a future volgt regisseur René Hazekamp een groep vrijwilligers die van de Waalhaven in Rotterdam naar Malta varen, om vanaf daar vluchtelingen in nood op zee te helpen. In de haven wordt de haringkotter Golfo Azzurro omgebouwd; een ziekenboeg wordt ingericht, er wordt overwogen of er een ‘ijskast’ moet komen voor stoffelijke overschotten, maar de consensus lijkt te zijn dat die beter op zee kunnen worden achtergelaten.

Een gepensioneerde kapitein meldt zich op de kade en biedt zijn diensten aan, hij wordt tweede stuurman.

Op Malta komen de vrijwilligers aan boord. Kapitein Adriaan Sonneveld: „Vrijwilligers lopen alleen maar in de weg. Goed bedoeld natuurlijk, maar ja.” Dat geldt niet voor het gros van de hulpverleners aan boord, zo zal blijken, ook al zijn ze niet allemaal even gepokt en gemazeld.

Eenmaal op de Golfo Azzurro krijgt iedereen een paar simpele instructies: „We noemen ze liever geen vluchtelingen maar gasten aan boord.” Iedereen die aan boord komt moet op het dek een plekje krijgen om te zitten of te liggen, en een flesje water. „We gaan mensen redden”, zegt de een. „Ik kan niet wachten”, zegt de ander.

Bidden aan de reling

De Golfo Azzuro is niet lang onderweg of de bemanning op de brug onderscheidt in de verte een bootje. De stuurman met Rotterdamse tongval: „Zijn dat vluchtelingen dan?” Het zijn vluchtelingen, gasten zo u wilt. De eerste man die voet aan dek van de Golfo Azzurro zet begint meteen de crew te omhelzen. Zwijgend voelen hulpverleners de pols van mensen die bewegingsloos in het water liggen.

De onsentimentele Sonneveld: „Als je dit ziet hè. Ze kussen het dek en staan te bidden aan de reling. Alle onverschilligheid die er nog was is weg.”

Ook regisseur Hazekamp is onsentimenteel te werk gegaan. Hij filmt het haantjesgedrag, het gekibbel, de naïviteit van sommige vrijwilligers. Niet dat hij hun motieven bevraagt; hij toont een groep van de meest uiteenlopende types die toevallig allemaal, behendig of niet zo behendig, een helpende hand bieden. Nuchtere artsen, dweperige wereldverbeteraars, cynische zeelui - alle karakteristieken worden van ondergeschikt belang zodra je ziet wat voor werk ze doen.

De Golfo Azzurro meert uiteindelijk aan op Sicilië, waar iedereen van boord gaat en waar een nieuwe toekomst begint. Met of zonder gepaneerde lasagna in het verschiet.

    • Nynke van Verschuer