‘Raadsel waarom dit middel zo populair is onder sporters’

Schildkliermedicatie Schaatsers en andere sporters gebruiken soms schildklierhormoon om hun prestaties te verbeteren. Een nieuwe discussie barst los.

Vanuit de schaatswereld kwam de afgelopen jaren meldingen over het toegenomen gebruik van schildkliermedicatie. Foto Robin Utrecht/ANP

Van de ophef over het vermeende, grootschalige gebruik van schildklierhormonen door sporters, wordt door deskundigen met gefronste wenkbrauwen kennisgenomen. ‘Mosterd-na-de-maaltijd-verhalen’ en ‘een hype’ zijn twee kwalificaties. En van doping is sowieso geen sprake, zegt iedereen die het weten kan. Maar waarom wil de Nederlandse Dopingautoriteit – uitgerekend voorstander van een zo klein mogelijke dopinglijst – het middel dan toch verbieden? „Omdat een overdosis in het meest extreme geval een dodelijke afloop kan hebben", zegt directeur Herman Ram.

De omvang van het probleem kan Ram niet met cijfers tot achter de komma onderbouwen. Zijn organisatie heeft na bestudering van alle dopingformulieren in de afgelopen twee jaar vastgesteld dat het gebruik van schildklierhormoon onder sporters significant is toegenomen. Ram: „Op zo’n 2.500 dopingcontroles zijn er dat nu enkele tientallen per jaar.” De directeur baseert zich op het door sporters aangegeven medicijngebruik,

Dat inname van schildklierhormoon zonder medische indicatie gevaarlijk is, staat buiten kijf. Maar dat het voor sporters prestatieverhogend werkt, is onbewezen. Om die reden weigert het wereldantidopingbureau WADA het middel op de verboden lijst te plaatsen. Harm Kuipers, emeritus hoogleraar bewegingswetenschappen en tot vorig jaar lid van de medische commissie van de internationale schaatsbond ISU, begrijpt die redenatie wel. Hij vindt dat er eerst grondig onderzoek naar het effect moet worden gedaan. „Mijn advies: houd het hoofd koel en ga eerst na wat er aan de hand is. Neem geen overhaaste stappen.”

Op basis van de literatuur ziet Kuipers geen reden schildklierhormoon als doping aan te merken. „Omdat het, zoals bij elke hormoonverstorende stof, tot vermoeidheid kan leiden. Je gaat er juist minder goed van presteren. Het is mij een raadsel hoe het middel populair is geworden. Schijnbaar denkt een aantal dat het werkt.”

Schaatscoaches meldden het

De discussie komt Kuipers niet nieuw voor, omdat hij het afgelopen jaar al door coaches in de schaatswereld op een toenemend gebruik van schildklierhormoon is gewezen.

Kuipers maakte in het verleden deel uit van de WADA-commissie die over de samenstelling van de dopinglijst beslist. In die tijd heeft hij nooit de discussie over schildklierhormoon gevoerd, zegt de voormalig schaatskampioen. En dat geldt ook voor zijn periode in de medische commissie van de ISU. Tegen die achtergrond verbaast hem de houding van de Dopingautoriteit. Bovendien ziet Kuipers nog een ander gevaar: eenmaal op de dopinglijst veronderstelt een sporter algauw dat het middel wél prestatieverhogend werkt.

Ram redeneert vanuit een andere invalshoek. Hij ziet in de toename van schildklierhormoon door sporters een acuut gezondheidsrisico. Hij is teleurgesteld dat WADA alle verzoeken tot een verbod vanuit Nederland heeft afgewezen. En hij weet zich, naar eigen zeggen, gesteund door andere, gerespecteerde nationale dopingautoriteiten. Maar Ram ziet een lichtpuntje. WADA is, mede op aandringen van Nederland, een onderzoek naar de prestatieverhogende werking van schildklierhormoon begonnen. „En dat is niet voor niks”, zegt hij. „Ik weet niet hoever WADA met dat onderzoek is gevorderd, maar ik wacht de uitkomsten met spanning af.”

De brief van 10 juli waarin de KNSB alle topschaatsers waarschuwt voor het gebruik van schildklierhormoon roept de vraag op in hoeverre het middel populair was tijdens de Olympische Winterspelen, afgelopen februari in Pyeongchang. Sportkoepel NOC*NSF, in Zuid-Korea verantwoordelijk voor de schaatsers, wil daarover niets kwijt. Zelfs niet in hoeverre gebruik bij de medische staf van de olympische ploeg bekend was. Een woordvoerder zegt alleen „dat er in ieder geval geen alarm is geslagen vanwege grootschalig misbruik”.

Eén front

NOC*NSF houdt de ontwikkelingen, zoals die door de schaatsbond wereldkundig zijn gemaakt, nauwlettend in de gaten. Ten aanzien van WADA trekt de sportkoepel gezamenlijk op met de Dopingautoriteit en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). NOC*NSF ondersteunt ook het Nederlandse verzoek bij WADA om schildklierhormoon op de dopinglijst te plaatsen.

Hoewel de KNSB in zijn brief in algemene zin waarschuwt voor het gebruik van receptgebonden medicijnen heeft het tegenover diverse media bevestigd dat in het bijzonder schildklierhormoon bedoeld wordt. De bond zal bij een nieuwe licentie-overeenkomst voor topteams specifiek opnemen dat zonder medische indicatie geen medicijnen voorgeschreven mogen worden.

    • Henk Stouwdam