Opinie

    • Sjoerd de Jong

Journalisten bieden tegenwicht, met feiten

De Nederlandse journalistiek is minder passief dan Merijn Oudenampsen doet voorstellen, reageert .

Tovstinchuk Artem

Volgens socioloog Merijn Oudenampsen gaan Nederlandse journalisten uit van een versleten idee van neutraliteit en objectiviteit (Journalisten zijn geen neutraal doorgeefluik, 1/8). Ze stellen zich „passief” op, als „doorgeefluik”, zelfs voor extreem-rechtse opvattingen. Terwijl „een van de eerste dingen” die studenten bij mediastudies leren, is dat media per definitie niet neutraal zijn, maar filteren en framen.

Lees ook het opiniestuk van Merijn Oudenampsen: Journalisten zijn geen neutraal doorgeefluik

Je mag hopen dat ze daar ook nog wat anders leren. Al is het maar omdat ook het idee dat de media alles maar framen een cliché is geworden. Je hoeft er niet eens voor naar een mediaopleiding, bezoek aan een café of verjaardagsfeestje volstaat. We zijn allemaal kleinkinderen van Nietzsche: alles is interpretatie, bubbel of filter. Trump heeft dat tot zijn hoogste motto verheven: wat hem niet aanstaat is per definitie nep, fake. Welkom in de post-truth wereld.

Tegen die achtergrond is het misschien toch niet zo gek dat journalisten allereerst een beetje bij de feiten willen blijven. Daarbij is objectiviteit, je laten leiden door verifieerbare feiten, nog iets anders dan neutraliteit.

Ten tweede: als journalisten te weinig vasthoudend of diepgravend zijn, zou dat wel eens minder te maken kunnen hebben met hun beroepsopvatting dan met harde maatschappelijke en economische krachten. Zoals de aanhoudende woede over de ‘demonisering’ van Fortuyn (die door journalisten niet bepaald „passief” werd aangepakt). Of: het post-ideologische beleid van moderne mediabedrijven, die allemaal in dezelfde vijver vissen. Of: de flexibilisering van de journalistiek, waar de meeste banen allang geen vast dienstverband meer zijn, integendeel.

Ten derde: juist die Fortuyn-periode heeft geleid tot journalistieke zelfreflectie, op flagellantisme af. Mijn eigen functie is er een gevolg van – zoals ook andere media nu ombudslieden hebben. Je kunt dat een wassen neus vinden, maar feit is dat media anno 2018 wat aftobben over framing, nepnieuws en gebrek aan diversiteit.

De dialectiek van media en samenleving is complexer dan het duo ‘passief’ en ‘actief’ aankan

Opmerkelijk ook dat Oudenampsen nu de „kritische, assertieve” Amerikaanse journalistiek ten voorbeeld stelt aan de Nederlandse. Niet eens omdat die journalistiek spectaculair faalde bij de massavernietigingswapens van Saddam, of de opkomst van Trump. Maar vooral omdat de bleke neutraliteit die Oudenampsen in Nederlandse media ziet, wel eens het gevolg kan zijn van een eerdere pedagogische blik westwaarts.

Lees ook de column van Jutta Chorus: Op het ministerie van Nepnieuws

Pas met de ontzuiling en liberalisering vanaf de jaren zestig is in Nederland een geprofessionaliseerde pers ontstaan, met objectiviteit en neutraliteit als kernwaarden – naar Amerikaans voorbeeld. Het succes van NRC Handelsblad in de jaren tachtig was er mede op gebaseerd.

Nu kan het zijn dat dit paradigma op zijn eind loopt. Tegenover Trump heeft The New York Times een onverholen aanvallende rol gekozen. Dat levert bewonderenswaardige primeurs op. Maar je moet er niet aan denken dat die krant een high brow spiegelbeeld wordt van Fox News, een zender die al jaren openlijk propaganda bedrijft vóór Trump.

Oudenampsen heeft gelijk dat ‘normalisering’ van extreme ideeën sluipend verloopt. Maar de taakopvatting van journalisten of hun geloof in objectiviteit is daarbij niet het probleem. Tegenwicht is er ook wel degelijk. Dezelfde Volkskrant die een door hem gehekeld interview bracht met ex-PVV’er Hegedüs, speelde een rol in diens deconfiture als rassendenker. Trouwens, vraag Wilders eens wat hij van NRC vindt – of nou, laat maar.

De dialectiek van media en samenleving is ingewikkelder dan het duo passief en actief aankan. Dát krijgen mediastudenten vast ook mee.

    • Sjoerd de Jong