Is alcoholvrij speciaalbier lekker? We testen er zeven

Zonder alcohol Nederlanders drinken steeds meer speciaalbier. Niet gek dat er ook steeds meer alcoholvrij speciaalbier gemaakt wordt. Alhoewel, alcoholvrij – het is nooit echt nul punt nul.

Illustratie Istock

Klik hier om direct door naar de test te gaan

Op warme dagen moet je er vroeg bij zijn. Het schap alcoholvrij bier in de supermarkt is soms al geplunderd voordat de vijf in de klok zit. Alcoholvrij is populair: de consumptie steeg in 2017 met bijna 25 procent ten opzichte van 2016, opvallend genoeg vooral onder jongeren tot 35 jaar. Vorig jaar werd 482.000 hectoliter alcoholvrij bier verkocht – tegen 10 miljoen hectoliter bier met alcohol.

Als je bedenkt dat er ook steeds meer speciaalbier gedronken wordt – vorig jaar een groei van 8 procent – is het niet vreemd dat de kleine ‘craftbrouwers’ het nu ook in minder alcoholisch zoeken. Of zoals ze zich bij vandeStreek, een grote kleine brouwer in Utrecht, afvroegen: waarom werd er eigenlijk nog geen alcoholvrije IPA (India pale ale) gemaakt? Een lekker hoppig biertje maar dan zonder alcohol? De vraag stellen, was zelf met een antwoord komen: Playground, de eerste non-alcoholische IPA van Nederland.

Eerst even de definitie. Daarover is veel onduidelijkheid. Nederlands bier mag alcoholvrij of 0.0 heten als er maximaal 0,1 procent alcohol in zit. Voor de wet is een drank pas alcohol als er meer dan 0,5 procent in zit. En in veel andere landen is 0,5 procent ook de grens voor de aanduiding ‘alcoholvrij’. Zo kan het dat Warsteiner Alkoholfrei (0,5 procent) ook in Nederland als alcoholvrij verkocht wordt. In Nederland wordt bier tot 0,5 procent ook wel non-alcoholisch genoemd. Volgt u het nog?

De grens van 0,5

Consumentenclubs als Foodwatch maken zich er boos over dat er soms alcohol in ‘alcoholvrij’ bier zit. Hoewel ook in overrijp fruit van nature een paar promille alcohol kan zitten, raadt het Voedingscentrum zwangere vrouwen aan 0.0 te kiezen.

Toch is die grens van 0,5 niet zo vreemd als je bedenkt hoe bier gemaakt wordt. Tijdens het vergisten ontstaat alcohol. Als je dat niet wilt, moet je dat eruit halen of zorgen dat het er nooit in komt. Met membraanfilters of door middel van vacuümdestillatie kun je alle alcohol al vroeg in het proces uit het bier halen, maar die techniek is voor kleine brouwers te duur, zegt Ronald van de Streek van brouwerij vandeStreek. Hij noemt alcoholvrij, dus helemaal zonder alcohol, ‘een lobby’ van de grote bierbrouwers, omdat die nu nog als enige helemaal kunnen de-alcoholiseren.

Het alcoholgebruik van de Nederlander is flink veranderd. Tijd voor wat vragen

Bij vandeStreek doen ze het zoals veel Duitse brouwers het met hun Weizen doen: met speciale gistsoorten, die minder suikers in alcohol omzetten. Een bevriende Duitse brouwer leerde het de Utrechters en hielp hen aan het geheime ‘blauwe knoop-gist’.

De basis is net zo simpel als bij het brouwen van gewoon bier: men neme water, hop, mout en gist. Na het mengen van mout en water wordt het ‘wort’ eerst een week op 20 graden vergist. Bij alcoholvrij is de kunst in die fase zo weinig mogelijk suiker in alcohol om te laten zetten. Dan gaat er nog hop bij in de tank en mag het bier nog bijna drie weken op 2 graden ‘lageren’, rijpen. De smaken komen in balans, het bier wordt helder. Tenslotte gaat het nog een week naar de afvultank, waar het bier de juiste verzadiging krijgt en er koolzuur wordt toegevoegd voor mooi schuim.

Lijkt makkelijk. Maar het duurde wel anderhalf jaar voordat de non-alcoholische IPA van vandeStreek „fucking lekker” was. Pardon? „Een beetje citrus, een beetje meloen-achtig, een beetje zuur, een beetje bitter. Echt IPA-waardig bier”, zegt Van de Streek.

Niet zomaar gebrouwen

Er kan van alles misgaan, legt hij uit. „De samenstelling van de mouten, de keuze van de hop, giststammen die de verkeerde smaak afgeven. En dan moet je bij alcohol-arm brouwen ook nog eens extra hygiënisch werken, want als je bier in aanraking komt met een giststam die wel veel alcohol produceert, krijg je ‘doorgistende’ flessen: de suikers die erin zitten worden dan alsnog in alcohol omgezet.” Dat doe je dus niet zomaar even in de keuken thuis, een non-alcoholisch IPA’tje brouwen.

Lees ook: Bier zonder alcohol is aan een enorme opmars bezig. Daar hebben brouwers hun best voor gedaan. Waarom verwachten zij zoveel van 0.0?

Waarom smaken zo veel alcoholvrije biertjes toch vooral naar limonade? Bij Radler – waarvan de consumptie overigens iets daalt – is dat te verklaren uit de herkomst: de helft bier, de helft citroenfrisdrank. Ook voor ander alcoholvrij bier geldt dat vaak na het brouwen smaakaroma’s worden toegevoegd – een gruwel voor de ambachtelijke brouwer die zich uit de baard werkt om die smaken uit zijn zorgvuldig samengestelde hopmengsel te persen.

Je zou denken dat vooral de fris-fruitige zomerbiertjes zich lenen voor een non-alcoholische variant. Maar Ronald van de Streek ziet dat onderscheid tussen zomer- en winterbier niet zo. „In augustus drink ik soms net zo goed een zwaar biertje.” Hoewel ze genoeg van marketing begrijpen om in oktober met een alcoholvrij bockbier te komen. Want ook bier dat je associeert met veel alcohol kan best zonder. Bier is om te drinken, vinden ze in Utrecht, niet om dronken van te worden.

NRC test zeven alcoholvrije speciaalbiertjes:

vandeStreek Playground: De eerste is meteen de beste, kan het testpanel na afloop concluderen. Vergeleken met alcoholische IPA (India pale ale) mist deze misschien wat bitter, maar hij komt behoorlijk dicht in de buurt van hoe IPA bedoeld is. Ruikt fris-hoppig, smaakt kruidig en licht zoetig. „Ik zou ’m wel thuis in de zon op het bankje voor de deur drinken”, zegt het panellid dat sinds haar zwangerschap smacht naar een non-alcoholisch zomerbiertje met een beetje body.
Riegele Liberis IPA 2+3: De één ruikt niets. Iemand anders ruikt geel fruit – mango of ananas. De kenner van speciaalbier zegt geen van de kenmerken van IPA te proeven. „Ze hebben niet heel erg hun best op bitterheid gedaan, je proeft geen droge hop, geen grassigheid of citrus. Het smaakt een beetje Weizen-achtig, als het al naar iets smaakt.” Maar wel fris toch? „Nou ja, fris… het is nat.”
Mikkeller Drink’in the sun: Als je tarwe niet goed brouwt, zegt de kenner, krijg je bananensmaak. En verhip, bij deze Deen ruik je ook banaan. Hij is wel weer wat bitterder dan de vorige. „Dat wil je toch van een nep-IPA.” Overigens is dit een American Style Wheat Ale, met tarwe gebrouwen, dus hij neigt meer naar Weizen dan Indian pale ale. ‘Drink’in the sun’ heet-ie. Goed voor op het bankje voor de deur dus.
Kompaan Badgast: „Ojee, hier is iets heel erg misgegaan”, zegt een halfonthouder al bij het ruiken. Associaties met roest, oude leidingen. „Oxiderend hop, bestaat dat? Dit lijkt me een bedrijfsongeval.” Deze Weizen-achtige is nog tot 2020 houdbaar, daar kan het niet aan liggen. Waaraan dan wel? In de zon gestaan? Zo ruikt-ie wel. Niet alleen in de categorie alcoholvrij bier, in alle categorieën van drinkbare vloeistoffen krijgt Badgast een onvoldoende.
Big drop stout: Het eerste wat opvalt is de kleur, dan de koffie-achtige smaak. Dit moet stout zijn, een donker bier. Niet echt ’s zomers, vindt de één. „Jawel! Denk kampvuur! Rook in je neusharen en in je mond.” Een beetje een ‘dunne’ stout, zegt de kenner. „Maar goed gemaakt. Het zit superdicht tegen de originele stijl aan.”
Big Drop pale ale: Citrus, geel fruit, toch best droog. „Hij is een beetje vlak maar heeft wel echt een bierige smaak.” De zwangere collega, enigszins sensitief voor koolzuur: „Ik moet een beetje boeren.” De kenner spreekt van een ‘ondergistende stijl’, zoals pils. Een echte dorstlesser, deze pale ale. Maar niet heel spannend.
Big Drop pale ale: Citrus, geel fruit, toch best droog. „Hij is een beetje vlak maar heeft wel echt een bierige smaak.” De zwangere collega, enigszins sensitief voor koolzuur: „Ik moet een beetje boeren.” De kenner spreekt van een ‘ondergistende stijl’, zoals pils. Een echte dorstlesser, deze pale ale. Maar niet heel spannend.

In de supermarkt zijn steeds meer alcoholvrije speciaalbiertjes te koop. of eigenlijk: alcohol-arm. Vier NRC-redacteuren proeven blind zeven biertjes met maximaal 0,5 procent alcohol. Een van hen zwanger, één kenner van speciaalbier, twee halfonthouders. Hoewel niet elk biertje even enthousiast wordt ontvangen zijn ze het erover eens: goed dat het er is! „Een 0.0-pilsje klok je gewoon weg. Een speciaalbiertje drink je om te proeven.”

vandeStreek Playground: De eerste is meteen de beste, kan het testpanel na afloop concluderen. Vergeleken met alcoholische IPA (India pale ale) mist deze misschien wat bitter, maar hij komt behoorlijk dicht in de buurt van hoe IPA bedoeld is. Ruikt fris-hoppig, smaakt kruidig en licht zoetig. „Ik zou ’m wel thuis in de zon op het bankje voor de deur drinken”, zegt het panellid dat sinds haar zwangerschap smacht naar een non-alcoholisch zomerbiertje met een beetje body.

Riegele Liberis IPA 2+3: De één ruikt niets. Iemand anders ruikt geel fruit – mango of ananas. De kenner van speciaalbier zegt geen van de kenmerken van IPA te proeven. „Ze hebben niet heel erg hun best op bitterheid gedaan, je proeft geen droge hop, geen grassigheid of citrus. Het smaakt een beetje Weizen-achtig, als het al naar iets smaakt.” Maar wel fris toch? „Nou ja, fris… het is nat.”

Mikkeller Drink’in the sun: Als je tarwe niet goed brouwt, zegt de kenner, krijg je bananensmaak. En verhip, bij deze Deen ruik je ook banaan. Hij is wel weer wat bitterder dan de vorige. „Dat wil je toch van een nep-IPA.” Overigens is dit een American Style Wheat Ale, met tarwe gebrouwen, dus hij neigt meer naar Weizen dan Indian pale ale. ‘Drink’in the sun’ heet-ie. Goed voor op het bankje voor de deur dus.

Kompaan Badgast: „Ojee, hier is iets heel erg misgegaan”, zegt een halfonthouder al bij het ruiken. Associaties met roest, oude leidingen. „Oxiderend hop, bestaat dat? Dit lijkt me een bedrijfsongeval.” Deze Weizen-achtige is nog tot 2020 houdbaar, daar kan het niet aan liggen. Waaraan dan wel? In de zon gestaan? Zo ruikt-ie wel. Niet alleen in de categorie alcoholvrij bier, in alle categorieën van drinkbare vloeistoffen krijgt Badgast een onvoldoende.

Big Drop pale ale: Citrus, geel fruit, toch best droog. „Hij is een beetje vlak maar heeft wel echt een bierige smaak.” De zwangere collega, enigszins sensitief voor koolzuur: „Ik moet een beetje boeren.” De kenner spreekt van een ‘ondergistende stijl’, zoals pils. Een echte dorstlesser, deze pale ale. Maar niet heel spannend.

Big drop stout: Het eerste wat opvalt is de kleur, dan de koffie-achtige smaak. Dit moet stout zijn, een donker bier. Niet echt ’s zomers, vindt de één. „Jawel! Denk kampvuur! Rook in je neusharen en in je mond.” Een beetje een ‘dunne’ stout, zegt de kenner. „Maar goed gemaakt. Het zit superdicht tegen de originele stijl aan.”

Brew Dog Nanny State: Dit speciaalbiertje mist een beetje fruit, zegt een halfonthouder. Wat hij wel proeft: zoethout, drop, kruiden, een beetje Antaflu-achtig. Hij is wel bitter, maar niet iedereen vindt ’m lekker bitter. Een biertje voor de liefhebber, geen allemansvriend. De kenner zou ’m wel bestellen.

    • Martine Kamsma