Indonesiërs vrezen de Chinezen

Nieuwe Zijderoute Indonesië heeft het moeilijk met de toenemende Chinese aanwezigheid in het land. En de verwachting is dat de investeringen verder stijgen.

De Indonesische president Joko Widodo, midden rechts, krijgt een rondleiding over het bouwterrein van de hogesnelheidslijn bij Cikalong Wetan in West-Java. Foto Dita Alangkara/AP Photo

In groepjes van drie zitten de studenten over hun lasapparaten gebogen. Als ze beginnen, vult een snijdende herrie de loods waar ze hun practicumles hebben. Verderop in dezelfde hal staan grote nieuwe boorapparaten, waar andere studenten instructies over krijgen.

Dit is de eerste lichting van een nieuwe hogeschool in Morowali, aan de kust in het midden van het Indonesische eiland Sulawesi. Ze studeren hier gratis, het ministerie van Industrie betaalt. De belangrijkste reden daarvoor ligt twintig minuten rijden verderop: het enorme industrieterrein waar nu vooral Chinezen de baas zijn.

De studenten – ze kiezen voor elektriciteit, chemie of machinerie als richting – moeten straks zoveel mogelijk Chinese arbeidskrachten vervangen, vertelt docent scheikunde Ika Fitriani. „Dat is één van de belangrijkste doelen van de school.” De studenten krijgen ook Chinese les, zodat ze de handleidingen van de apparaten leren begrijpen. „Wij hebben zelf de machines en de kennis niet. Dus of we willen of niet, we moeten hun technologie overnemen.”

Enorme hijskranen

Indonesië heeft het moeilijk met de toenemende Chinese aanwezigheid in het land. China steeg de laatste jaren snel in het lijstje landen die het meeste geld in Indonesië steken. Vorig jaar stond alleen Singapore nog hoger. En de verwachting is dat de investeringen verder stijgen door de Nieuwe Zijderoute, waarmee China tientallen landen beter aan elkaar wil verbinden. Het internationale megaproject betekent bouwen aan wegen, bruggen, treinrails en energiecentrales.

In Morowali gaat het hard. Hier was tien jaar geleden nog maar weinig, vertelt inwoner Sayfudin – een achternaam heeft hij zoals veel Indonesiërs niet. „Misschien woonden hier toen dertig gezinnen. Nu zijn het er zeker tweehonderd.” Er staan enorme hijskranen voor de kust waar zijn huis op uitkijkt en elke dag ligt er een nieuw laagje vuil op de tegels in zijn voortuin, hoe vaak hij die ook schoonmaakt.

Sinds 2009 heeft PT Indonesia Morowali Industrial Park (IMIP) drie energiecentrales en acht nieuwe fabrieken op het terrein gebouwd, vooral voor nikkel en staal. Dit jaar openen er weer drie fabrieken en er is nóg een overeenkomst gesloten voor drie fabrieken plus twee kolencentrales. Werknemers rijden de hele dag op brommers af en aan.

Op zich heeft Sayfudin, zelf is hij boer, niets tegen de Chinezen. Ook al zijn ze met „zoveel dat we ze niet kunnen tellen”. Ze komen maar heel af en toe in het dorp, ze wonen op het terrein. Al die industrie is natuurlijk goed voor de economie, zegt Sayfudin, het is makkelijk geld verdienen tegenwoordig: „Je vangt vis in zee, legt de vangst voor je huis om te verkopen en weg is het.”

Het enige wat Sayfudin een slechte zaak vindt, is dat hij heeft gehoord dat Chinezen bij IMIP worden voorgetrokken. Indonesiërs komen volgens hem makkelijker in de problemen en worden snel ontslagen. „Lokale mensen zouden prioriteit moeten krijgen. Alleen dat gebeurt niet. Misschien omdat het een Chinees bedrijf is.”

Het park is een samenwerking, het is voor tweederde Chinees en voor eenderde Indonesisch. Maar dit soort geruchten laat zien hoe gevoelig Indonesiërs zijn, zegt Christine Thjin van het Centre for Strategic and International Studies, een denktank in Jakarta. Zij doet onderzoek naar het Nieuwe Zijderoute-programma in Indonesië. „Het is politiek een potentieel explosief onderwerp. De angst die Indonesiërs hebben voor Chinezen in hun land zit tragisch genoeg nog steeds diep.”

Achterdocht jegens Chinezen

In de jaren dat president Soeharto aan de macht was, van 1966 tot 1998, was discriminatie van Indonesische etnische Chinezen normaal en zijn bewind cultiveerde anti-Chinese sentimenten onder de bevolking. Aan die tijd hebben ze ook het vooroordeel overgehouden dat Chinese Indonesiërs rijker zijn dan ‘gewone’ Indonesiërs, omdat ze vaak ondernemer zijn.

Onderzoeken van het Instituut voor Zuidoost-Aziëstudies in Singapore bevestigen dat Indonesiërs nog steeds achterdochtig zijn. Een kwart van hen vindt dat Chinezen niet zouden mogen investeren in strategische sectoren, zoals gas, mijnbouw of energie. Meer dan de helft vindt dat zoiets alleen in bepaalde gevallen moet kunnen. En 26 procent vindt dat Chinese arbeiders niet in Indonesië zouden mogen werken. De helft vindt dat wel kunnen, maar alleen als de aantallen beperkt blijven.

Pepijn Barnard/Studio NRC

Door die negatieve houding is China in Indonesië extra voorzichtig, zegt Christine Thjin. Ze probeert de officiële Nieuwe Zijderoute-initiatieven bij te houden. Het waren er eerst vijf, toen nog maar drie. En laatst kon ze helemaal geen lijstje met projecten in Indonesië meer vinden. „Ik zie dat als indicatie dat China zich bewust is van de gevoeligheid.” Ook van het park in Morowali is de status onduidelijk. In Chinese media hoort het er soms wél bij, als „het vlaggenschip van de Nieuwe Zijderoute in Indonesië”. Maar Indonesiërs heeft Thjin zoiets nog nooit horen zeggen, die houden het liever vaag.

Voor president Joko Widodo komen de Chinese investeringen op zich goed uit, aangezien één van zijn belangrijkste doelen is om de infrastructuur in Indonesië te verbeteren. Hij is de eerste president die de relatie met China zakelijk bekijkt, zegt onderzoekster Thjin. „Hij heeft een heldere blik en ziet vooral het belang in van hun technologie.” Zelf vindt ze de angst voor de Chinezen ook irrationeel: Japan heeft Indonesië nota bene een paar jaar bezet. „Over díe investeringen doet niemand moeilijk.”

Lees hier het interview terug dat NRC in 2016 had met de Indonesische president Joko Widodo: Mijn mensen willen maar één ding: een beter leven

De discussie over buitenlandse arbeiders, en in het bijzonder die uit China, vormt wel een risico voor de president. Widodo heeft begin dit jaar de wet aangepast om het voor hoger opgeleide migranten makkelijker te maken om in Indonesië te werken. Zijn tegenstanders maken daar gebruik van en doen alsof Widodo iedereen maar toelaat. Zij noemen het een „invasie” van buitenlanders. In werkelijkheid stijgt het aantal buitenlandse arbeiders al jaren, maar zeker niet explosief.

Bang voor fouten

Vrachtwagenchauffeur Ardy – geen achternaam – heeft geen goed woord over voor president Widodo en zijn beleid. Ardy woont in een betonnen rijtjeshuis van één kamer groot en wordt net wakker na een paar uur slaap, hij draait deze week nachtdienst. Sinds Widodo president is, zijn hier te veel Chinezen, vindt hij. „Ik hoop dat wij niet onderdrukt worden.” Volgens hem komen veel ongeschoolde Chinezen ’s avonds illegaal het land in, via de haven van het bedrijf. „Terwijl hier nog veel Indonesiërs zijn die geen baan hebben.”

Zelf werkt Ardy sinds een maand of vijf bij IMIP. Hij is er dubbel over: aan de ene kant vindt hij het gaaf om bij zo’n gigantisch bedrijf te werken, aan de andere kant is hij steeds bang dat hij iets fout doet. Het is nooit goed bij zijn Chinese bazen, zegt hij.

Over IMIP gaan allerlei geruchten rond, vooral over de vraag hoeveel Chinezen er nu precies werken en of dat wel legaal gebeurt. Ardy hoorde dat het er al 3.600 zijn. „En als er controles voor werkvergunningen zijn, rennen ze snel weg, de bosjes in.”

Het zal nog jaren duren voordat de hogeschool in Morowali iets van tegenwicht kan bieden aan de technologische kennis van de Chinezen. De school is wel populair: voor komend studiejaar hebben ze al meer dan 1.100 aanmeldingen, terwijl er plek is voor honderd nieuwe studenten.

Plaatsvervangend directeur Agus Salim Opu maakt zich geen zorgen. Hij is positief over de Chinese invloed in de regio en ziet vooral de economische vooruitgang. En Indonesiërs kunnen nog wel wat van de Chinezen leren, zegt hij, want die zijn gewend om veel harder te werken. „Om één Chinese arbeidskracht te kunnen vervangen, heb je zeker drie Indonesiërs nodig.”

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond in het kader foutief vermeld dat Bali een boeddhistisch eiland is. Dat moet hindoeïstisch zijn.

    • Annemarie Kas