Recensie

Een zoektocht naar hoe je het best blessurevrij kunt hardlopen

Boekrecensie

De titel suggereert een feitenboek over hardlopen. Het blijkt een persoonlijke speurtocht naar blessurevrij hardlopen.

Zes letsels per duizend loopuren. Dat maakt hardlopen, na voetbal, de meest blessuregevoelige sport. Wetenschapsjournalist Mariska van Sprundel beziet in haar boek Alles wat je wilt weten over hardlopen de stand van de wetenschap in de sport die zij zelf fanatiek beoefent. Van Sprundel droomt ervan ooit een marathon uit te lopen, maar tot nu toe is dat niet gelukt. Blessures gooiden telkens roet in het eten.

Afgaand op de titel van het boek verwacht de lezer een handzame lijst van tips voor het hardlopen. Die belofte wordt niet ingelost, het boek biedt geen trainingsschema’s of uitgekiende voedingsadviezen.

Wel presenteert Van Sprundel een persoonlijke zoektocht naar de beste manieren om toch eindelijk een keer dat heilige doel van 42,195 kilometer te bereiken. De auteur zelf als proefkonijn, dat vormt de verhaallijn. Heel herkenbaar voor de gemiddelde amateurloper die vaak vecht tegen zichzelf om zijn prestaties te verbeteren.

Het sterke van Van Sprundel is dat ze probeert de hardnekkige mythen rondom het hardlopen te ontzenuwen. „In de hardloopwereld circuleren zoveel gebruiken, gewoontes en verhalen over voeding, schoenen, mentaliteit en blessures”, schrijft ze. „De verhalen gaan over van loper op loper, waardoor iedereen dezelfde wijsheden kent en weet wat goed is en wat niet. (...) Wat ik al snel ontdekte is dat feiten het vaak afleggen tegen de overgeleverde kennis.” Dat iedereen iets gelooft, maakt het niet per se waar, constateert ze nuchter.

Van Sprundel graaft in de wetenschappelijke literatuur, interviewt sportartsen, diëtisten en andere deskundigen, en onderwerpt zichzelf aan allerhande onderzoeken en testen. Ze lijkt soms de wanhoop nabij, zo bereid als ze is alles te proberen om haar loopprestaties te verbeteren en blessures te vermijden.

Zo bestelt Van Sprundel per postorder een genetische test (DNA-Fit) om te onderzoeken of ze eigenlijk wel een geschikt type is om lange afstanden te hollen. Ze is blij met de uitslag: een genetisch profiel met 69 procent duursport en 31 procent kracht.

Genvarianten

Maar wat zegt het? De uitslag van zo’n test is op zijn zachtst gezegd discutabel; je krijgt informatie over een paar genvarianten in je DNA die invloed zouden kunnen hebben op je sportprestaties. Een definitief antwoord geeft zo’n test niet, en Van Sprundel – afgestudeerd in biomedische wetenschappen – realiseert zich dat ook wel. Toch is ze niet scherp in de veroordeling ervan. Ze zegt tam dat je het geld van de test van DNA-Fit beter kunt besteden aan iets nuttigers, bijvoorbeeld een goede sportbeha. Maar dat de vrij nutteloze test meer dan honderd euro kost, vermeldt ze niet.

Het is op meer plaatsen jammer dat Van Sprundel het fileermes niet steviger hanteert. Ze prikt met goede argumenten door de commercieel gedreven mythes van corrigerende hardloopschoenen en isotonische sportdrankjes heen. Ze komt tot de slotsom dat goedkope hardloopschoenen even goed zijn als dure, persoonlijk aangemeten trainers. In een loopstijlanalyse die ze in Leuven op verschillende schoenen deed, bleek de beloofde anti-pronatie (voetstandcorrectie) van de merkschoen niet te werken.

Ze neemt zich daarom voor alleen nog maar hardloopschoenen te kopen die lekker lopen en niet meer af te gaan op de filmpjes die in hardloopwinkels vaak gemaakt worden om de klant het juiste paar aan te meten. Die „suggereren een zweem van wetenschap die er op dit moment niet is”. Harder durft Van Sprundel niet te zijn.

Geïnspireerd door evolutionair antropoloog Daniel Lieberman, die gelooft dat de mens is geëvolueerd tot langeafstandsloper, stapt Van Sprundel over op een andere looptechniek. Ze traint op een voorvoetlanding in plaats van op haar gebruikelijke haklanding; dat zou immers ook de voorkeur zijn geweest van oermensen die blootsvoets liepen.

Van Sprundel hoopt hiermee haar vaak geblesseerde schenen te ontlasten. Werkte dat? Ze leek steeds harder te gaan zonder dat het veel moeite kostte. Maar na vier maanden speelde haar scheen toch weer op. Andere voetlanding, dezelfde klachten, verzucht ze.

    • Sander Voormolen