Opinie

Gammel strandhuis

Blij dat je hier bent! Andere plaatsen zetten dure copywriters aan het dichten (‘Zuid-Limburg, je zal er maar wonen’, ‘Alberg’n, ie kunt dr nig umhen!’) maar Zoutelande kreeg het zomaar in de schoot geworpen. Het nummer van Bløf knalde de hitparades in en is sinds vorige week zelfs Grootste Nederlandse Hit Ooit.

Inmiddels staat het refreinregeltje onder elk plaatsnaambord gedrukt, tussen muzieknootjes. Een gezinsauto is er speciaal voor in de berm geparkeerd. De moeder laat haar blonde zoontjes het bord op klimmen voor de foto.

Het toerisme, dat hier altijd wat achterbleef bij disco-oorden als Renesse, schijnt door het liedje een flink opkontje gekregen te hebben. Iedereen is op zoek naar dat levensgevoel van samen gelukkig zijn in dat ‘gammele strandhuis’.

Dat bouwwerkje wil ik vandaag vinden. Maar bij de huisjes langs de dijk staan vooral Duitse nummerborden, en één Zwitser. Die houden niet van gammel, maar wel van degelijke bloembakken en blinkend schilderwerk.

Verderop is een folkloristische markt, met als centraal spektakel het ringsteken. Hoelang kun je kijken naar zwartgeklede volwassenen met oranje sjerps die op paarden met kleurrijk ingevlochten manen onder een touw door galopperen waar ze een lans in een soort douchegordijnring prikken?

Vrij lang, moet ik zeggen. De commentator zit losjes op een stoel in een microfoon te praten als iemand die moppen tapt (‘…gevolgd door de trotse uitbater van de mini-camping…’). Twee pubermeisjes, naast hun ouders, kijken verslagen toe. Die logeren vast in een van de strandhuisjes die ik overal zie: volkomen spic en span. Het oúde strandhuis? Ik word doorverwezen naar een strandpaviljoen iets zuidelijker. Boven de ingang is een joekel van een plastic bord opgehangen, professioneel ontworpen als de huisstijl van een grote keten: ‘Wij zitten hier in het oude strandhuis, blij dat ik hier ben.’

Grappig detail is dat die regels zo helemaal niet voorkomen bij Bløf. En als ik de wat uitgestreken gezichten op het terras zie, snap ik het. Het nummer zegt nergens iets positiefs over Zoutelande. Integendeel. Het jonge stel, zonder geld om naar zonstranden te vliegen, gaat in arren moede maar koukleumen in dat oude strandhuisje van zijn ouders. En tóch zijn ze blij. ‘Maakte me toch al nooit uit waar we waren.’ Verliefden vinden zelfs op Zoute-fucking-lánde nog geluk. De ultieme song tegen onze klagerige volksaard. Tikje calvinistisch ook: wees blij met wat je tegenkomt.

Geen gammel huisje, in mijn geval. En ook nergens gegiechel achter een dichtslaande deur, nergens een stel met een stiekeme wodkafles tussen de reddingsbanden.

Het is duidelijk. We moeten het gammele strandhuis in onszelf vinden.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.