Militante veganisten gaan de strijd aan met vleesminnend Frankrijk

Militante veganisten

Een steen door de ruit bij de slager. In Frankrijk, waar 97 procent van de bevolking vlees eet, proberen militante veganisten de vleesconsumptie te stoppen. Geweld wordt daarbij niet geschuwd.

Dierenrechtenactivisten protesteren in Parijs tegen vleesconsumptie. Ze voeren een moeizame strijd. In Frankrijk eet 97 procent van de bevolking vlees. Foto AFP/Francois Guillot

Toen slager Bertrand Lebouc in de nacht van 26 op 27 juni uit bed werd gebeld, bevatte hij maar nauwelijks wat de politie hem probeerde te vertellen. Eenmaal aangekomen bij zijn zaak in het centrum van Angers, in het westen van Frankrijk, begreep hij nog minder. Ja, de glazen deur lag aan gruzelementen. En op de gevel was „vlees = moord” gekalkt. Maar er stond nog iets anders: „Stop au spécisme”, of, in het Nederlands, „stop het speciësisme”. Op zijn telefoon laat Lebouc een paar weken later de foto’s van die ochtend zien. „Anti-speciësisme? Daar had ik nog nooit van gehoord”, zegt hij, nog altijd verbaasd. „Ik heb moeten opzoeken wat dat betekende.”

Hij was niet de enige die het woordenboek moest raadplegen. Bij meer dan een tiental ondernemers, vaak in Noord-Frankrijk, is sinds begin dit jaar schade aangericht door militante veganisten die een eind willen maken aan wat ze „discriminatie naar soort” (speciës) noemen. Het zijn vooral slagers die met leuzen op hun gevel of kapotte ruiten te maken kregen. Maar ook visboeren en restauranthouders waren het mikpunt van de activisten. Vorige week werd nabij Lille een kaashandel besmeurd. Nog altijd is niemand opgepakt. Het bedrijfschap van slagers heeft de minister van Binnenlandse Zaken in een gesprek gevraagd in te grijpen teneinde „de straffeloosheid te stoppen”.

Op de plek waar bij Boucherie Emanuelle & Bertrand Lebouc de glazen deur zat, zit nu een houten plaat. De anti-vleesteksten op de bordeauxrode gevel zijn zo goed mogelijk weggepoetst, maar naast de in sierletters geschilderde slogan „L’Art, Le Goût, La Tradition” (de kunst, de smaak, de traditie) zijn nog wel wat verfsporen te zien.

Lebouc (46) blijft er blijmoedig onder. „Mij maken ze niet bang”, lacht hij. Zijn zaak staat vol onderscheidingen, hij maakt al jaren de beste rillettes uit de regio. Deze week is de steak haché in de aanbieding, meldt een affiche: vijf halen, vier betalen. „Het is hun goed recht als mensen geen vlees willen eten”, zegt hij. „En ik begrijp het ook als ze actievoeren tegen slechte behandeling van dieren in abattoirs. Maar ik ben maar een eenvoudige winkelier. En vlees verkopen is niet illegaal.” Zijn klanten, zegt hij, hebben na het vandalisme alleen maar meer gekocht. „97 procent van de Fransen eet vlees, die anti-speciësisten zijn erg in de minderheid.”

Bertrand Lebouc in zijn slagerij in Angers.

Foto Peter Vermaas

Dat cijfer komt uit onderzoeken van het Franse agentschap voor voedselveiligheid en voeding, Anses. Fransen zijn nog altijd grote vleeseters: slechts 3 procent van de bevolking zou volgens Anses-peilingen vegetariër zijn en slechts 0,3 procent zou helemaal geen dierlijke producten eten. Hoewel volgens landbouweconoom Pierre Sans van onderzoeksinstituut INRA-Aliss internationale vergelijkingen door gebrek aan eenduidig onderzoek moeilijk te maken zijn, is zonder veel risico te zeggen dat het aantal consequente vegetariërs in Frankrijk (en elders in Zuid-Europa) achterblijft bij dat in noordelijker landen. De verkoop van rood vlees neemt sinds de jaren negentig ook in Frankrijk om uiteenlopende redenen af, maar de Fransen zijn volgens de cijfers nog altijd de grootste rundvleeseters van Europa.

Dat is te zien bij restaurants rond de slagerij van Lebouc. Wie op de toeristische Place du Ralliement in Angers op de menukaarten kijkt, moet tussen de tartare-frites, steaks en eendenpoten speuren naar een hapje zonder vlees of vis. Een omelet met friet is bij de meeste brasseries het meest vegetarische dat te krijgen is. „Het is cultureel bepaald”, zegt Sans. Franse chefs mogen steeds meer in groenten geïnteresseerd zijn, boeuf bourguignon, blanquette de veau of coq au vin blijven nationale klassiekers. „Vlees staat in veel zuidelijke landen nog altijd in het hart van de gastronomische traditie”, zegt Sans.

„Dat maakt onze strijd ook zo moeilijk”, zegt Tiphaine Lagarde van 269 Libération Animale door de telefoon. Een van de meest prominente anti-speciësistische organisaties is nota bene gevestigd in Lyon, de hoofdstad van de Franse gastronomie. „Vlees eten is cultureel erfgoed hier. Daarom willen mensen hun leven niet aanpassen”, zegt ze beteuterd.

Dreigt dat nu te veranderen? Wordt de „vleesliefhebber de paria van ons tijdperk?”, vroeg een columnist van het weekblad Le Point zich vertwijfeld af. „Vóór de liefde voor de entrecote”, kopte het conservatieve Figaro Magazine boven een manifestachtig hoofdredactioneel tegen „doorgeslagen politieke correctheid”. „Het doel is altijd hetzelfde: onze manier van leven afschaffen om een nieuwe wereld te creëren, zonder herinnering, zonder tradities en zonder cultuur. Kortom, zonder identiteit”, schreef de hoofdredacteur. Hij vond het in dit licht verdacht dat halal-slagerijen nog niet waren aangepakt.

Bij iedere strijd moet je een tijdje geweld gebruiken

Tiphaine Lagarde, 269 Libération Animale

Feit is dat dit soort acties in Frankrijk nieuw en onbekend is, zegt Pierre Sans. Het is begonnen met de (eveneens anti-speciësistische) organisatie L214, die sinds een paar jaar met enige regelmaat schokkende beelden naar buiten brengt van misstanden in Franse abattoirs. „Dat doen ze niet om de omstandigheden te verbeteren, maar omdat ze uiteindelijk een verbod willen op het eten van dierlijke producten”, zegt Sans.

De misstanden (vooral fysieke mishandeling van levende dieren die aan de slacht probeerden te ontkomen) waren volgens de industrie „incidenten”. Maar als presidentskandidaat pleitte Emmanuel Macron ervoor om standaard camera’s in slachthuizen te installeren om de transparantie te vergroten en de regels te laten respecteren. Het parlement zag hier uiteindelijk vanaf. Nu probeert de minister van Milieu, Nicolas Hulot, in schoolkantines eens per week een vegetarische maaltijd op het menu te krijgen. Maar ook dat voorstel heeft tot zware kritiek van rechts Frankrijk geleid.

„Die Franse afkeer van vegetarische of veganistische voeding zal vast met de Franse eetcultuur te maken hebben”, zegt Brigitte Gothière van L214 (vernoemd naar het wetboekartikel waarin dieren „gevoelige wezens” genoemd worden). „Maar we hebben hier ook gewoon een heel sterke vleeslobby: Frankrijk is een van de grootste vleesproducenten van Europa, politici eten uit hun hand.” Andersom klaagt een deel van die lobby, het bedrijfschap CFBCT voor slagers en cateraars, dat de „veganistische levensstijl overvloedige media-aandacht” krijgt. Gothière ontkent formeel dat haar organisatie iets met de acties tegen middenstanders te maken heeft. „We herkennen ons daar helemaal niet in. Het werkt averechts. Nu gaat het over kapotte etalageruiten en niet over de dieren die er achter liggen.”

Ook Tiphaine Lagarde van 269 Libération Animale zegt niets met de vernielingen te maken te hebben. Maar ze heeft begrip voor veganisten die „op persoonlijke titel” dit soort acties goedkeuren. „Het echte geweld zit niet in de steen die door de ruit gaat, maar in de vleesindustrie”, zegt ze. „Dit is een wijze van actievoeren die in alle sociale bewegingen heeft bestaan. Zolang we aardig blijven, zal de regering geen enkele maatregel voor de dieren nemen. Bij elke strijd moet je een tijdje geweld gebruiken om geloofwaardig te worden.” Leden van ‘269’ (naar het nummer van een kalf dat in Israël gered werd) worden vervolgd omdat ze recent in Versailles een slachthuis bezet hielden.

Want daarin onderscheiden anti-speciësisten zich van louter praktiserende veganisten: ze vinden harde actie noodzakelijk en gerechtvaardigd om sociale verandering op gang te brengen, zegt Lagarde. Het begrip dateert uit de jaren zeventig en werd verder uitgewerkt door onder anderen de Australische filosoof Peter Singer (Animal Liberation, 1975). Via het in 1991 in Frankrijk begonnen blad Cahiers Antispécistes heeft de dierenstrijd ook een aantal prominente Franse intellectuelen bereikt. Bij linkse manifestaties, zoals onlangs bij de bezetting van universiteiten, zijn discussies over anti-speciësisme (inclusief de term zelf) inmiddels behoorlijk ingeburgerd.

Lagarde: „We strijden tegen de discriminatie van individuen en daarin maken we geen onderscheid: alle levende wezens, mensen en dieren, zijn individuen die je op dezelfde manier moet behandelen en op dezelfde manier rechten moet geven. Pleiten voor een samenleving zonder speciësisme is als pleiten voor een samenleving zonder racisme of seksisme. We zijn eenvoudigweg tegen elke vorm van onderdrukking.”

Snel gaat het nog niet, geeft ze toe. „Ik denk dat het een lange weg wordt.”

    • Peter Vermaas