Echt waar: Italië loopt voorop met de hsl

Hogesnelheidstrein Nederlanders denken aan de Fyra, maar Italianen denken bij hun hogesnelheidstrein, dankzij de concurrentie, aan efficiëntie en goede service.

Een rode Italo-trein van de het NTV-consortium naast een ‘zilveren pijl’ van Trenitalia, ook een hogesnelheidstrein, maar iets langzamer dan de ‘rode pijl’. Foto Alessia Pierdomenico/Bloomberg

De kleine stationshal van Bologna is boordevol. Voor de twee bemande mobiele loketten die midden in de hal zijn geplaatst, staan toeristen, studenten, forensen en zakenreizigers lijdzaam in de rij. Een groen-wit-rood loket is van de Italiaanse spoorwegen, Trenitalia, een staatsbedrijf. Het donkerrode loket is van Italo, een particuliere vervoerder. Naast elkaar symboliseren ze een in het buitenland weinig bekend succesverhaal van Italië: de hogesnelheidstreinen.

„Ik ben vanochtend uit Rome vertrokken en ik pak dadelijk de trein terug”, zegt Domenico Goffredi, licht zwetend omdat hij heeft moeten rennen. „Binnen twee uur, van centrum naar centrum! Ik reis dit traject heel vaak, en heb ineens veel meer mogelijkheden gekregen.” Met de auto doe je er ongeveer vier uur over, enkele reis, en voordat de in 2015 de vernieuwde autostrada door de Apennijnen openging, duurde het nog langer.

„Het netwerk dat we in Italië hebben, is fantastisch”, beaamt Fernando Soto, met aktetas en dasje, ondanks de hitte. Hij vertelt dat hij veel moet reizen vanuit Rome. Naar Milaan, Bologna, af en toe Napels. Met de trein gaat dat zo veel sneller dan met de auto, en vaak ook dan met het vliegtuig, dat hij vrijwel altijd de trein pakt, ook al is zijn afspraak niet in de buurt van het station. „Het is altijd comfortabeler.”

Het (geplande) hsl-netwerk in Italië Studio NRC

Bijna ieder uur een ‘rode pijl’

Er is keus genoeg. Naar Rome, 330 kilometer verder, vertrekt bijna ieder uur een Frecciarossa, een rode pijl, de naam die Trenitalia aan zijn snelste hogesnelheidstreinen heeft gegeven. Milaan: ook bijna ieder uur een rode pijl, die 65 minuten doet over de 180 kilometer. De concurrent Italo rijdt op dit traject, een van de twee belangrijke vervoersassen van Italië, een vergelijkbare dienstregeling.

Dit soort concurrentie is uniek in Europa. In veel landen is al concurrentie op lokale lijnen, al gaat het dan vaak om een concessie voor een bepaalde verbinding, niet om twee maatschappijen die hetzelfde traject rijden. Maar tot nog toe rijden nergens anders concurrerende hogesnelheidstreinen. Italië is het enige land dat een voorschot heeft genomen op de afspraak dat in 2020 in de gehele Europese Unie ook op het hogesnelheidsnetwerk concurrentie mogelijk moet zijn.

„Het komt niet vaak voor dat we een voorhoede vormen in Italië, maar hier is dit duidelijk het geval”, zegt Ugo Arrigo, hoogleraar aan de Bicocca-universiteit in Milaan. „Voor de consument heeft het heel goed uitgepakt. Sinds er concurrentie is, zijn de tarieven fors gedaald en is de dienstverlening verbeterd.”

„Dat er concurrentie is, is eigenlijk toeval”, vertelt Arrigo. In 2001 werd er een wet aangenomen die Trenitalia veel onafhankelijker maakte van de regering in zijn tariefstelling. Een jaar eerder was er al een scheiding gemaakt tussen vervoer en beheer van het netwerk. „Niemand dacht toen aan liberalisering”, zegt Arrigo. Maar in 2005 zag een groep Italiaanse ondernemers dat de wet ruimte bood voor concurrentie. In 2011 begonnen ze te rijden, met treinen van het Franse Alstom, en na de komst van een toezichthouder moest Trenitalia een einde maken aan een reeks pesterijen, zoals Italo niet toelaten op de belangrijkste stations van Milaan, Rome en Napels.

Mede door de prijsdaling van de kaartjes als gevolg van de concurrentie werd de hogesnelheidstrein een enorm succes. Milaan-Rome rechtstreeks binnen de drie uur, met 300 kilometer per uur, daar kan het vliegtuig niet tegenop – Arrigo schat dat Alitalia de lijn Rome-Milaan, lang de melkkoe van het bedrijf, met zestig procent heeft teruggebracht. Omdat de centrale lijn Milaan-Bologna-Florence-Rome-Napels veel vertakkingen heeft, is het spoor ook voor andere binnenlandse verbindingen een geduchte concurrent voor het vliegtuig geworden. „In totaal is het aantal binnenlandse vluchten van Alitalia bijna gehalveerd”, schat Arrigo.

Lees ook: Iedereen heeft het ineens over reizen per trein

Ondanks dit succes is het nog een open vraag of het netwerk verder wordt uitgebreid. Op de belangrijke noord-west-as Turijn-Triëst is nog maar een beperkt deel geschikt voor snelheden van 300 kilometer per uur en hoger. En de geplande verbinding tussen Turijn en Lyon, voor aansluiting op het Franse hogesnelheidsnet, is omstreden. Er wordt al decennia geprotesteerd tegen de landschapsvervuiling en de hoge kosten van dit project, 270 kilometer en dwars door de Alpen. De regerende Vijfsterrenbeweging wil het liefst het hele plan afblazen. Maar haar coalitiegenoot Lega, die veel steun heeft onder ondernemers in het noorden, het economische hartland van Italië, vindt dat het moet doorgaan.

Amerikanen zijn ook ingestapt

Het Amerikaanse infrastructuurfonds GIP zet inmiddels zijn kaarten op een Europees netwerk. Vooruitlopend op de volledige liberalisering in Europa heeft GIP in februari voor 2,4 miljard euro Italo overgenomen. De Amerikanen hopen met de ervaringen in Italië ook in andere EU-landen de concurrentie aan te gaan.

Op het station in Bologna zijn reizigers in ieder geval dik tevreden met de mogelijkheden die de concurrentie biedt. „De kaartjes zijn daardoor fors goedkoper geworden”, zegt Alessandro Mastropasqua, een student die vaak via Milaan en Bologna naar Ravenna reist. Op vragen naar de kwaliteit van de treinen kijkt iedereen, zonder uitzondering, eerst wat glazig. Hoezo? De rode pijlen, gemaakt door AnsaldoBreda (nu Hitachi) en Bombardier, hebben een goede reputatie. De langzamere Fyra van AnsaldoBreda is in Italië nauwelijks bekend – deze trein, overgeschilderd in zilver en omgedoopt tot ETR-700, maakte vorige maand proefritten in Toscane.

Lees ook: Italianen gaan met Fyra rijden

„Ik heb nooit problemen gehad”, zegt Manu Aiazzi, een student op weg naar Milaan. Maar je kunt natuurlijk pech hebben. En wijst ze naar het mededelingenbord: vertraging op het traject Florene-Rome wegens „een aanrijding met een dier van grote omvang”.

    • Marc Leijendekker