Recensie

De dreiging van een nieuw imperium

De Russische natiestaat

Veel Russen vinden dat Oekraïne en Rusland samen één natie vormen. Een gevaarlijke gedachte die nergens op te herleiden valt, aldus de gerenommeerde Harvard-historicus Serhii Plokhy in zijn nieuwe boek.

De Russische Dag van de Marine in de havenstad Sebastopol op de door president Poetin geannexeerde Krim, 29 juli jl. Foto AFP

Het hier besproken boek is, niettegenstaande de ondertitel, geen geschiedenis van Rusland van 1470 tot heden en ook niet, zoals de ondertitel van het Engelse origineel beweert, een geschiedenis van het Russische nationalisme van Ivan de Grote tot Poetin. Wel is het een historische beschouwing over de ‘Russische kwestie’, de keuze waar Rusland voor staat: een rijk blijven of een natiestaat worden. De auteur Serhii Plokhy, hoogleraar Oekraïense geschiedenis aan de Harvard-universiteit, heeft het weinig verbazingwekkend behalve over Russen ook ruimschoots over Oekraïners.

Net als hun president Vladimir Poetin en de Russisch-orthodoxe patriarch van Moskou Kirill vinden veel Russen dat de Oekraïners samen met hen één ‘pan-Russische’ natie vormen. Plokhy noemt dat echter een mythe en heeft daarbij de meeste Oekraïners aan zijn zijde. Het ‘verloren koninkrijk’ uit de titel is het middeleeuwse Kievse rijk, toen de Oostslaven inderdaad nog niet gescheiden waren in Russen, Oekraïners en Witrussen.

Na het uiteenvallen van het Kievse rijk wierp het vorstendom Moskou zich op als zijn erfgenaam, aanspraak makend op alle gebieden die er deel van hadden uitgemaakt. Maar volgens een andere opvatting wortelde Moskovië veel meer in de Tataarse traditie. Ondertussen werd het latere Oekraïne als ‘Klein-Rusland’ opgeslokt en verloor het steeds meer zijn eigen karakter.

Het begin achttiende eeuw gestichte Russische rijk trad met zijn nadruk op het ene, ondeelbare Rusland in de voetsporen van Moskovië. Lenin en Stalin erkenden na 1917 wél het bestaan van een afzonderlijk Oekraïne, maar dan binnen de Sovjet-Unie. Later ging Stalin weer meer russificeren. Zijn opvolgers zagen de Oekraïners vooral als de jongere partners van de Russen, de ‘oudste broer’ van de Sovjet-familie van volken.

De Russische kwestie

Volgens Plokhy is de Russische houding ten aanzien van de ‘Russische kwestie’ aan het begin van de eenentwintigste eeuw erg ambivalent. In de late Sovjet-jaren weerklonk onder Russen (zoals Aleksandr Solzjenitsyn en de ‘dorpsschrijvers’) de opvatting dat juist hun identiteit onder het Sovjet-regime het meest te lijden had gehad. Daarna was het begin jaren negentig in Plokhy’s relaas de Russische Sovjet-republiek die zich tegen de Sovjet-Unie afzette, getuige de competitie tussen de Russische president Boris Jeltsin en Sovjet-president Michail Gorbatsjov. ‘Rusland rebelleerde tegen het communistische rijk en won.’

Na de mislukte Augustusputsch van 1991 kondigde minister van Economische Zaken Jegor Gajdar namens Jeltsin vervolgens het begin af van een radicale economische hervorming, zonder op de andere republieken te wachten. Daarmee ‘verbraken zij effectief de voorheen integrale economische Sovjet-ruimte’.

Maar later in de jaren negentig en helemaal onder Poetin stak de nostalgie naar het imperiale verleden de kop weer op. Het werd als historisch onrechtvaardig gezien dat miljoenen Russen en Russischtaligen buiten de grenzen van de Russische Federatie terecht waren gekomen. In de eerste jaren had een ‘liberaal imperialisme’ nog de overhand, de Russische dominantie in wat voorheen de Sovjet-Unie was moest met politieke en economische middelen worden bevochten, zonder de Russische diaspora als instrument van het Russische buitenlandbeleid in te zetten.

Keerpunt

De NAVO-top in Boekarest (niet Boedapest, zoals Plokhy schrijft) en de korte Russisch-Georgische oorlog van 2008 vormden het keerpunt, het liberale imperialisme maakte plaats voor militair imperialisme. Het concept van de ‘Russische Wereld’ moest nu de Russische invloed in het buitenland vooruit helpen. Het leidde tot de annexatie van de Krim en de militaire interventie in Oost-Oekraïne. Alleen valt ernstig te betwijfelen of daarmee het idee dat Russen, Oekraïners en Wit-Russen één volk vormen ook was geholpen. Poetins acties hebben eerder het tegenovergestelde effect doordat ze Oekraïne van Rusland hebben vervreemd.

De Wit-Russen vergaat eveneens de lust om bij de Russische Wereld te horen. Bovendien tast het in Plokhy’s visie de grondslag van de eigen Russische identiteit aan. ‘De verzekering dat Russen een apart volk vormden was in 1991 de legitimerende fundering geweest van Ruslands revolte tegen de kwijnende Sovjet-Unie en van het bestaan van de Russische Federatie sindsdien’, schrijft hij.

De Oekraïne-crisis heeft laten zien dat de vorming van een moderne Russische natie nog lang niet is voltooid. ‘Gaat Rusland een moderne natiestaat worden’, vraagt Plokhy zich af, ‘of blijft het een gesnoeid imperium, dat zich steeds weer in nieuwe conflicten stort door de fantoompijn van verloren territoria en de glorie van het verleden?’ Juist de etnische in plaats van de civiele natie-opvatting is aan weerszijden van de frontlinie versterkt.

De onopgeloste Russische kwestie bedreigt intussen, net als de Duitse kwestie in de twee afgelopen eeuwen, de stabiliteit van Europa en de wereld. De verdere ontwikkeling hangt volgens Plokhy af van de vraag of de Russische politiek de realiteit van na 1991 kan accepteren, of niet.

Er is in Plokhy’s ogen geen weg terug naar het verloren paradijs van de imaginaire Oost-Slavische eenheid van het middeleeuwse Kievse rijk. Als de Russen niet kiezen voor de vorming van een moderne burgernatie binnen de grenzen van de Russische Federatie, kan het alternatief een nieuwe Koude Oorlog zijn, ‘of erger’.

    • Marc Jansen