Recensie

In de kunstwereld was Amsterdam heel eventjes het centrum van het universum

Amsterdam Magisch Centrum

Het Stedelijk Museum brengt de jaren zestig terug. De conceptuele werken ogen nog net zo fris als vijftig jaar geleden.

Cor Jaring, Holland Promotion Serie A, datum onbekend. Foto Stedelijk Museum Amsterdam

Met haar kinderlijke stemmetje vertelt Yoko Ono in 1969 aan de journalisten die rondom haar bed staan waarom zij en haar man John Lennon het Amsterdamse Hilton hebben gekozen voor hun Bed-In-performance. Het paar is op huwelijksreis en van plan om zeven dagen tussen de lakens te blijven ter bevordering van de wereldvrede. „Dit is een heel belangrijk centrum voor jonge mensen”, verklaart Ono voor de camera van het Polygoonjournaal. „Daarom kozen we deze plek om te protesteren tegen het geweld in de wereld.”

Het Polygoonfilmpje is nu te zien in het Stedelijk Museum, op de tentoonstelling ‘Amsterdam Magisch Centrum’, die de ‘kunst en tegencultuur’ uit de periode 1967-1970 in beeld brengt. Van heinde en verre trokken creatievelingen, provo’s en hippies in deze jaren naar het Vondelpark, de Dam en ‘Kosmisch Ontspanningscentrum’ Paradiso, om de vrijheid te vieren. Dolle Mina’s protesteerden op straat voor vrouwenrechten, de eerste panden werden gekraakt, de Kabouters kregen vijf zetels in de gemeenteraad. En in de Rai vond het eerste ‘gigantiese bie lief’ festival plaats: Hai in de Rai. „Trek je zondagse bloemenkleren aan en neem alle schatten van vrienden mee”, zo staat te lezen op de blijmoedige affiche.

De tentoonstelling omvat veel documentair materiaal, afkomstig uit onder meer de Stedelijk-collectie, het Rijksmuseum en het Instituut voor Beeld en Geluid. De heerlijk subversieve afleveringen van het jongerenprogramma Hoepla – „pittig en pikant, door Hans Verhagen voor jullie in elkaar gedraaid” – zijn er te zien. Toen daar in 1967 de blote borsten van Phil Bloom verschenen vanachter dagblad Trouw, het eerste vrouwelijk naakt op de Nederlandse tv, werden daar direct Kamervragen over gesteld. Ook de Hitweek, vakblad voor tieners, sprak openlijk over seks, drugs en rock-’n-roll, zo is te zien in vitrines. Foto’s van Cor Jaring tonen woonboten vol wietplanten en doen verslag van de melige acties van de Insektensekte, een groepje blauw geschilderde kunstenaars dat met hun ludieke geknutsel aandacht vroeg voor de milieuvervuiling.

Op Losse Schroeven

Natuurlijk was Amsterdam niet de enige place to be in die tijd. Londen, Parijs en San Francisco hadden minstens zo’n grote aantrekkingskracht op trippende hippies en ‘kritiese’ jeugd. Maar in de kunstwereld was Amsterdam, en met name het Stedelijk, wel degelijk heel eventjes het centrum van het universum. In 1969 vond daar de legendarische tentoonstelling Op Losse Schroeven plaats, vol anarchistische kunstwerken van internationale sterren als Walter De Maria, Dennis Oppenheim en Bruce Nauman. De meeste kunstenaars maakten ter plekke nieuwe beelden, iets wat in die tijd totaal ongebruikelijk was. Lawrence Weiner stak vuurpijlen af. Jan Dibbets groef de vier hoeken van het museumgebouw uit, en zette het zo op een denkbeeldige sokkel. En Marinus Boezem probeerde de muffe spruitjeslucht te verdrijven door letterlijk de vuile was buiten de ramen van het museum te hangen.

Lees ook het dubbelinterview met kunstenaars Willem de Ridder (78) en Myrto Semmoh (24).

Die kussens en lakens wapperen nu weer aan de gevel van het oude Stedelijk-gebouw en ogen nog net zo fris als een halve eeuw geleden. Het doet je verlangen naar meer reconstructies van de legendarische interventies uit 1969. Wat mij betreft had het Stedelijk de héle tentoonstelling nog eens mogen laten zien, zoals de Prada Foundation dat in 2013 deed met die andere legendarische expositie uit 1969: When Attitudes Become Form. Dan was pas in de volle breedte te zien geweest hoe baanbrekend de conceptuele werken van deze generatie kunstenaars waren, en hoe invloedrijk ze nog altijd zijn op de kunst van nu.

    • Sandra Smallenburg