Winnaar Fieldsmedaille is topwiskundige op zijn dertigste

Fieldsmedaille

De jonge Duitse wiskundige Peter Scholze (30) won woensdag de Fieldsmedaille, de ‘Nobelprijs voor de wiskunde’.

Peter Scholze werd op zijn 24-ste hoogleraar wiskunde aan de universiteit van Bonn. Nyani Quarmyne/Panos Pictures

Met zijn kastanjebruine lokken tot aan zijn schouders ziet de immer glimlachende Peter Scholze er een beetje uit als een gesjeesde student. In werkelijkheid is de dertigjarige Duitser al zes jaar wiskundeprofessor aan de universiteit van Bonn.

Zijn prijzenkast was al voller dan menig wetenschapper in een heel leven bijeengaart. Daar is nu de Fieldsmedaille nog bijgekomen, met afstand de meest prestigieuze onderscheiding die een jonge wiskundige kan krijgen. Eens in de vier jaar worden de medailles, genoemd naar de Canadese wiskundige John Fields (1863-1932), uitgereikt aan ten hoogste vier wiskundigen van onder de veertig jaar.

Scholze werd geboren in Dresden, groeide op in Berlijn en kwalificeerde zich als middelbare scholier vier keer voor de Internationale Wiskunde Olympiade. De eerste keer won hij een zilveren medaille, de jaren daarna steeds goud. In 2005, toen Scholze zijn eerste gouden medaille op zak had, vroeg de Berlijnse krant Der Tagesspiegel hem welke toekomstplannen hij had. Zijn antwoord: „Wiskundeprofessor worden.”

Dat doel heeft hij in een recordtempo bereikt. Na zijn middelbare school verruilde Scholze Berlijn voor Bonn, waar hij zijn bachelordiploma wiskunde in anderhalf jaar haalde. Voor zijn master had hij nog eens één jaar nodig. In die tijd wist hij een complex bewijs van het zogeheten ‘lokale Langlandsvermoeden’ uit het begin van deze eeuw aanzienlijk te vereenvoudigen. In 2012 promoveerde Scholze op 24-jarige leeftijd op een onderwerp uit de algebraïsche meetkunde. Het niveau van zijn proefschrift was weergaloos. Prompt werd Scholze tot hoogleraar benoemd.

Abstracte symbolen

Tegen een journalist van Der Spiegel zei Scholze eens: „Mijn opa, die ingenieur is, wil maar niet accepteren dat ik niet kan uitleggen waaraan ik werk.” Maar wie Scholzes werk op internet bekijkt, snapt wat hij bedoelt: in zijn papers struikel je over de abstracte symbolen en over nieuwe termen.

Eén zo’n vakspecifiek begrip is ‘perfectoïde ruimte’. Het bijvoeglijk naamwoord van dit door Scholze zelf bedachte begrip is een samensmelting van ‘perfect’ en ‘affinoid’ – eveneens jargon. Dankzij de perfectoïde ruimten kon Scholze een nieuwe brug slaan tussen de getaltheorie en de meetkunde. Het fundament ervoor legde hij in zijn promotietijd. Het leidde in 2012 tot een bewijs van een speciaal geval van het zogenaamde ‘monodromievermoeden’.

Wat Scholze in korte tijd heeft neergezet, is verbluffend. Twee jaar geleden gaf hij een lezing bij een wiskundecongres in Berlijn. Hij sloot af met een open probleem over ‘reductieve groepen over p-adische lichamen’ (zie inzet). Aan het eind van de lezing stond een oude heer op en vroeg: „Het zal toch minstens twintig jaar duren om te bewijzen wat u hier aan het eind liet zien?” Inmiddels staan op Scholzes website echter twee omvangrijke artikelen waarin hij het pad naar de oplossing blootlegt. Het ziet ernaar uit dat Scholze de vorm van het wiskundelandschap blijvend verandert.

Dit stuk is op 2 augustus voorzien van nieuwe informatie met betrekking tot de diefstal van een Fieldsmedaille.

    • Alex van den Brandhof