Oververhitte pechvogels

Foto Lex van Lieshout/ANP

Stel, je zou alle microfoons op alle mobiele telefoons in Nederland een uurtje kunnen aanzetten: welk woord zou je nu dan bovengemiddeld vaak horen?

Ik denk: bevangen. Dat is namelijk een woord dat je vooral hoort als het bovengemiddeld warm is, zoals nu. Dan zeggen mensen opeens: ik ben door de warmte of hitte bevangen. Daarmee bedoelen zij dat zij zich erdoor overmand voelen.

Je kunt ook bevangen raken door bijvoorbeeld wijn, kou of slaap, maar dat heb ik nog nooit iemand horen zeggen.

Zelf raakte ik afgelopen vrijdag bijna door de hitte bevangen op een ongewone locatie: onder het Knooppunt Prins Clausplein bij Den Haag, vanwege een oververhitte motor.

Twee kleine taalobservaties naar aanleiding hiervan: één verbaal, één non-verbaal.

Omdat er onder het Knooppunt Prins Clausplein geen vluchtstroken zijn en omdat het verkeer vanwege de spits en wegwerkzaamheden stapvoets reed, kon ik van nabij observeren hoe andere automobilisten reageren op een gestrande weggebruiker in een geel hesje achter de vangrail in de berm.

Ze reageerden nauwelijks. Dat kan aan de verzengende hitte hebben gelegen of aan het feit dat mijn auto de doorstroom van het verkeer nog meer vertraagde. Eén automobilist stak door het opengedraaide raam zijn duim op: ik heb dit geïnterpreteerd als ‘Sterkte!’ Verder zag ik een paar gefronste wenkbrauwen, maar verreweg de meeste passanten keken mij met een volkomen lege blik aan – alsof ik er niet stond.

Tweede observatie: bij telefonisch overleg met de ANWB kan het soms nuttiger zijn om een bedrijf als locatie te noemen dan een straatnaam, zeker als het een ongewone straatnaam betreft. De ANWB had heel snel een sleepwagen geregeld, maar toen ik wilde doorgeven waar die mij naartoe bracht, verliep de conversatie opvallend stroef.

Ik: „De chauffeur zegt dat hij mij zal afzetten bij de Vrijenbanselaan in Delft-Noord.”

De hulpdienst van de ANWB: „We hebben een beetje een slechte lijn. Kunt u dat herhalen? Vrijenwat? Hoe spel je Vrij? Met f, r, e, i? Zegt u Ban of Band? Helaas, ik kan die naam niet vinden.”

Zo ging het een tijdje door, overigens allemaal allervriendelijkst en geduldig. Pas toen ik de naam van de fastfoodketen noemde die daar is gevestigd, was de zaak rond.

Eenmaal aangekomen op de Vrijenbanselaan – genoemd naar een oude plaatsnaam – bleek dit een vast verzamelpunt voor auto’s met pech. In de anderhalf uur die ik er doorbracht, arriveerde hier de ene na de andere sleepwagen en wegenwacht. Tussen alle pechvogels was overigens onmiddellijk contact: non-verbaal en verbaal.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders