Oorlog Syrië drijft druzen in armen Israël

Israël-Syrië

Druzische bewoners van de Golanhoogte hebben familie over de grens in Syrië. Daar vond onlangs een slachting door IS plaats.

Familieleden begraven dierbaren die zijn omgekomen bij aanslagen door IS in het zuiden van Syrië. Er vielen vorige week 200 doden bij een aanval van IS. Dertig vrouwen en kinderen werden ontvoerd. Foto EPA

Om 6.37 uur ontving Joumana Jarira het eerste bericht van haar zus Safaa in Syrië. IS was het dorp naast hen binnengevallen en had de bewoners afgeslacht; haar man Adnan en zoon Sameh en alle andere mannelijke dorpsbewoners gingen erop af om hun gemeenschap te verdedigen. Om 8 uur stuurde Safaa weer een tekstje: er was een neefje omgekomen. Nog voor haar zussen het nieuws hadden verwerkt, verscheen er een nieuwe boodschap in de WhatsApp-groep van de familie: „Adnan is dood.”

Voor de bewoners van het dorp Majdal Shams op de Golanhoogte is de Syrische oorlog nog nooit zo dichtbij geweest als na de aanval op de provincie Sweida afgelopen week. De Golanhoogte werd in 1967 door Israël bezet en in 1981 geannexeerd, maar de dorpelingen beschouwen zich als Syriërs. De meeste inwoners zijn druzen - „er is één christelijke familie, die woont daar” – en hebben familie in de overwegend druzische dorpjes in het zuidwesten van Syrië.

De afgelopen zeven jaar naderde de Syrische strijd het dorp soms letterlijk. Schoten en bommen aan de andere kant van de grens waren in Majdal Shams te horen; een enkele keer landde een verdwaalde raket op de Golanhoogte. Eind 2017 stonden de dorpsbewoners aan het hek, klaar om hun geloofsgenoten in het dorp Hader aan de andere kant te verdedigen. Israël, dat steeds volhoudt „zich niet te mengen in de Syrische strijd”, bracht bij hoge uitzondering een verklaring uit dat het leger de druzen zou beschermen.

Tweehonderd doden

Maar wat vorige week woensdag gebeurde, had niemand voorzien. Joumana laat een WhatsApp-bericht van haar zus horen, die vertelt over de enorme hoeveelheid lijken die ze zag. „Ze lieten de moeders toekijken terwijl ze de kinderen vermoordden, of andersom”, zegt Joumana. Er vielen bij de urenlange aanval van IS, met twee zelfmoordaanslagen in de stad Sweida en gecoördineerde aanvallen op dorpjes in de omgeving, zeker tweehonderd doden. Ongeveer dertig vrouwen en kinderen werden ontvoerd. Het verhaal doet denken aan dat van de yezidi’s uit 2014.

Als moeder Farida Jarira de stem van haar dochter in Syrië hoort, barst ze weer in snikken uit. Ze zit met drie dochters aan haar voeten op een bed in de woonkamer. Vrouwen uit het dorp, net als zijzelf gekleed in een lang gewaad met een transparante, witte hoofddoek, komen haar condoleren.

Zoals veel Golan-druzen is de familie Jarira opgesplitst na de Zesdaagse oorlog van 1967. Safaa vertrok in 1991 om te trouwen met haar neef Adnan, die in Syrië was gebleven. Haar moeder en zussen zouden haar pas zeven jaar later weer terugzien – in Jordanië, want haar zussen mogen Syrië niet in. „Heb je al iets gehoord?”, vraagt Farida aan een buurvrouw die ook een familielid is verloren. Ondanks de onveilige situatie wil zij het liefst zo snel mogelijk naar Syrië om Safaa bij te staan.

De Syrische druzen, vaak loyaal aan Assad, verdedigen hun eigen gebied. „De mannen in het dorp sliepen om beurten”, vertelt Joumana. „Als we belden, vroegen we Safaa: waar is Adnan? Op wacht. En de dag erna: waar is Sameh? Op wacht.” De afgelopen maanden leek dat niet meer nodig; Sweida werd veilig beschouwd. „De aanvallers kwamen ’s nachts, anders was het ze nooit gelukt.”

Loyaliteit

Hoewel Joumana Jarira volhoudt dat „het Syrische leger onze meisjes gaat bevrijden”, denkt Arz Mahmoud, een andere dorpsbewoonster, dat de slachting de loyaliteit van de druzen aan het Syrische regime op de proef stelt. „Als minderheid hadden ze altijd als argument dat ‘het regime de enige is die ons kan beschermen tegen islamistische extremisten’. Dat gaat nu niet meer op.”

Afgelopen weken voerde het regeringsleger een offensief uit op islamistische rebellengroepen op en bij de Golanhoogte. Maandag claimde het Syrische leger na dagenlange bombardementen de overwinning op een groepje IS-strijders dat was achtergebleven nabij de grens met Israël. De IS’ers die Sweida aanvielen, kwamen volgens de Britse krant The Guardian echter uit het oosten, waar ze naartoe waren getrokken vanuit het Jarmuk-kamp bij Damascus na een uitruilovereenkomst met het Syrische leger. Volgens Joumana zijn de druzenmeisjes nu ook inzet geworden van onderhandelingen.

Veel bewoners van Majdal Shams bezagen met wantrouwen hoe Israël met de rebellengroepen omging. „Ze hebben liever islamisten dan Assad aan hun grens”, zegt Joumana. Burgers en strijders werden verzorgd in Israëlische ziekenhuizen, en volgens verschillende rapporten leverde Israël ook wapens. Israël heeft dat laatste altijd ontkend. Toen de Syrische troepen met Russische luchtsteun het gebied terugveroverden, reageerde Israël met troepenversterkingen.

Toch drijft de Syrische burgeroorlog steeds meer druzen in de armen van Israël. Toen zij na de annexatie van de Golanhoogte de keuze kregen de Israëlische nationaliteit aan te nemen, spraken de religieuze leiders zich daartegen uit.

Wie wel een Israëlisch paspoort accepteerde, kreeg geen bezoek meer op bruiloften en begrafenissen. Dat is de laatste jaren aan het veranderen. Sinds ze door de oorlog niet meer in Damascus kunnen studeren, kiezen veel jonge druzen voor een studie in Israël. En steeds meer van hen vragen een Israëlisch paspoort aan, geven ze – soms nog fluisterend – toe.

„We blijven in de eerste plaats druzen”, zegt Joumana Jarira. „Voor ons geldt: eerst de familie, dan de gemeenschap, dan de grond. Wat ze ook met ons doen, wij blijven.”

    • Jannie Schipper