Recensie

Young en Zazeela maken met licht en geluid een scheur in de tijd

Klankbouwwerk In de jaren zestig begonnen La Monte Young en Marian Zazeela te werken aan een installatie van licht en geluid die de tijd stilzet. ‘Dream House’ is nu te zien in het Centre Pompidou in Metz.

La Monte Young et Marian Zazeela, Dream House: Sound and Light Environment, 2018 Centre Pompidou-Metz, France. Foto Jung Hee Choi

Dit is geen muziek, maar een klankbouwwerk. Een ruimte gecreëerd door een dreunende, zoemende, penetrante toon die eindeloos voortduurt, met pulseringen die soms aan een locomotief doen denken, aan een draaiende wasmachine, een wekker die afloopt, een generator. Bij iedere beweging van het lichaam door deze ruimte, bij iedere wending van het hoofd, verandert de frequentie in het oor van de bezoeker: hoger, lager, sneller, langzamer. Het bouwwerk bestaat, behalve uit geluid, ook uit rozig licht. De grond is bedekt met lichtroze tapijt, de muren zijn lichtroze, zelfs de atmosfeer in deze ruimte is mauve-kleurig en lijkt tastbaar, stoffelijk, te zijn. Aan het plafond hangen een paar arabesk-achtige mobiles die, zachtjes wentelend om hun as, azuurblauwe en magenta-kleurige schaduwen werpen op de muren. Ook zijn er twee venster-achtige wandreliëfs met schaduwen die uiteenvallen in azuurblauw en magenta.

Dream House is een van de bekendste werken van het echtpaar La Monte Young, componist, en Marian Zazeela, beeldend kunstenaar en grafisch ontwerper. Young en Zazeela signeren sinds 1962 al hun werk gezamenlijk. Bij de ingang naar de installatie hangt een neon-reliëf met het woord Dream House, in hetzelfde hallucinerende blauw en roze. De eerste versie van het werk ontstond in 1963, toen nog uitgevoerd door musici en zangers. Latere versies zijn elektronisch. In 1998 is het werk aangekocht door het Museum van Hedendaagse Kunst in Lyon, dat het nu heeft uitgeleend aan het Centre Pompidou in Metz.

Jarenlang was Dream House geïnstalleerd op een verdieping van het kleine appartement van Young en Zazeela in New York. Ze woonden in de pulserende klank. De toon is opgebouwd uit 27 frequenties, waarvan de laagste, 175 Hertz, een geluidsgolf is van 1,89 meter en de hoogste, 3.600 Hertz, een golf van 9,20 centimeter. De klank wordt geproduceerd door een aantal zorgvuldig afgestemde oscillatoren, versterkers en geluidsboxen.

Het is Youngs ambitie om „de klank binnen te gaan” en zo „een scheur” in de chronologische tijd te veroorzaken. Zijn muziek moet toegang geven tot een andere tijdsduur. Het is een tijdscapsule, zwevend in de ruimte, in principe van oneindige duur. De bevriende componist Terry Riley zei hierover: „Om de klank binnen te gaan moet die zó dicht en intens zijn dat je geen andere keuze hebt.” Het effect is drogerend, maar ook, na verloop van tijd, alsof je in een meer lucide staat van zijn, van wakker dromen, terechtkomt.

La Monte Young et Marian Zazeela, Dream House: Sound and Light Environment, 2018 Centre Pompidou-Metz, France.
Foto Jung Hee Choi
La Monte Young et Marian Zazeela, Dream House: Sound and Light Environment, 2018 Centre Pompidou-Metz, France.
Foto Jung Hee Choi
Foto’s Jung Hee Choi

Young is geboren in 1935 in Bern, een gehuchtje van 149 inwoners in Lake Valley, Idaho. Hij is de oudste van zes kinderen van mormoonse ouders, getrouwd toen ze 16 en 17 jaar oud waren. Het gezin woonde in een blokhut, aan alle kanten omgeven door de uitgestrekte prairie, waar de vader schaapsherder was. Young herinnert zich het nooit-aflatende geluid van de wind over de vlakte, en de wind in de elektriciteitsdraden. Begin jaren veertig verhuisden de Youngs naar Los Angeles, waar zijn vader werk vond bij vliegtuigfabrikant Lockheed. La Monte, zeven jaar oud, kreeg een saxofoon en oefende dagelijks in de kerk. Tien jaar later ontvluchtte hij het gezin, schreef zich in aan het City College van Los Angeles en speelde jazz in het universiteitsorkest. Zijn eerste minimalistische compositie, Trio for Strings, schreef hij in 1958, aan het conservatorium van Berkeley.

Pandit Pran Nath

Bepalend voor de ontwikkeling van Young en Zazeela was de kennismaking met de muziek van de beroemde Indiase zanger van Raga-muziek, Pandit Pran Nath. In 1970 nodigden zij Pran Nath uit naar New York, waar hij een school voor Raga stichtte. Tot aan zijn dood in 1996 bleef Pran Nath de goeroe en spirituele gids van Young en Zazeela.

Brian Eno, componist van ‘ambient music’, noemt Young de ‘Daddy of us all’. Young is de inspirator van new-agemuziek, ambient music, de minimal music van Riley, Philip Glass en Steve Reich, en zelfs, volgens Eno, van de kunstbeweging Fluxus. Fluxus is ontstaan in de loft van Yoko Ono, waar tal van componisten en kunstenaars hun werk lieten horen en zien en waar Young in 1960 en 1961 een tiental concerten gaf. Composition 1960, een reeks ‘scores’ of partituren, is Youngs meest Fluxus-achtige werk. Composition 1960 #2 luidt bijvoorbeeld: „Maak vuur voor het publiek”, of #9: „Trek een rechte lijn en volg die.” Young publiceerde in 1963 An Anthology of Chance Operations, met theoretische teksten van Fluxuskunstenaars als John Cage, Walter De Maria, Nam June Paik en Yoko Ono.

Young trok zich terug uit Fluxus zodra het een beweging werd, in 1963 onder leiding van George Maciunas. Young vond dat het te academisch werd, en bovendien was hij niet geïnteresseerd in ‘flux’ maar juist in ‘stasis’, het moment van stilstand in een beweging. Zoals een schommel een fractie van een seconde stil hangt op het hoogste punt.

Young en Zazeela zijn altijd eenlingen gebleven. Youngs grootste dilemma was aanvankelijk dat hij een groep musici nodig had om zijn muziek uit te voeren. Het leidde tot tal van ruzies en conflicten, vooral over de vraag wie nu eigenlijk de auteur was van deze muziek, die grotendeels geïmproviseerd werd. Ontwikkelingen in de elektronische muziek maakten het Young en Zazeela mogelijk om te bouwen aan hun klank-universum zonder nog anderen nodig te hebben.

Dream House is trillende klank-lichtmaterie, zonder begin of einde. Dit werk neemt het hele bewustzijn in beslag, een allesomvattend dreunen dat het mogelijk maakt te ontsnappen aan de tijd.

    • Janneke Wesseling