Foto Andreas Terlaak

Kunstenaars Willem de Ridder (78) en Myrto Semmoh (24) zijn Amsterdamse geestverwanten

Amsterdam Magisch Centrum Willem de Ridder (78) en Myrto Semmoh (24) kijken op dezelfde manier naar het leven en naar de kunst, De Ridder sinds de jaren zestig, Semmoh nu met zijn hiphop-collectief Smib.

Gedurende zijn hele leven trok Willem de Ridder, nu 78, een spoor van vrolijke vernieuwing door Nederland – en het buitenland. Kunstenaar/tijdschriftenmaker/verhalenverteller De Ridder, geboren in Den Bosch, was in de jaren zestig een van de aanvoerders van de vrijzinnige ‘magische’ scene van Amsterdam. Hij begon het populaire tijdschrift Hitweek (over popmuziek en andere hippe onderwerpen), richtte in 1968 popzaal/ontmoetingscentrum Paradiso op, en later het magazine Suck. The First European Sexpaper.

Maar hoe opgetogen zijn ondernemingen ook werden ontvangen, De Ridder liep er even makkelijk weer van weg. Hij was lid van het internationale kunstenaarscollectief Fluxus, maar organiseerde al snel bijeenkomsten ‘Ter voorkoming van kunstuitingen’. Paradiso was hem na enkele maanden te grootschalig, waarna hij zich terugtrok in het eveneens door hem bedachte, intiemere muziek- en meditatiecentrum Fantasio aan de Prins Hendrikkade.

Daarna verhuisde De Ridder naar Californië, om ook daar een seksblad te maken. Toen hij wegens deze publicatie met de dood werd bedreigd door de sekte van Charles Manson, en met opsluiting door de FBI, keerde hij, via enkele locaties in Italië, uiteindelijk terug naar Amsterdam.

Willem zegt: laat gewoon je fantasie de vrije loop, en kijk wat er uitkomt

Myrto Semmoh

In het kader van de tentoonstelling Amsterdam Magisch Centrum. Kunst en Tegencultuur 1967-1970, toont het Stedelijk Museum in Amsterdam nu een aantal door De Ridder gemaakte kunstwerken en publicaties. De informatieve expositie, die de rol van Amsterdam als internationale ontmoetingsplaats belicht, presenteert werk van kunstenaars en fotografen als Marinus Boezem, Maria van Elk en Adri Hazevoet. Van Willem de Ridder zijn de posters te zien die hij maakte voor Paradiso en een ‘Love Inn’ in het Vondelpark; er zijn exemplaren van Hitweek en Suck en enkele afleveringen van het geruchtmakende tv-programma Hoepla, waar hij aan meewerkte.

Lees ook de recensie van de tentoonstelling Amsterdam Magisch Centrum in het Stedelijk Museum.

Bussum

Van al zijn bezigheden is die van verhalenverteller hem het dierbaarst, zegt De Ridder vandaag, in de tuin van zijn huis in Bussum. Hij bedacht hoorspelen voor de radio, of vertelde verhalen voor publiek, die soms zo’n vijfenhalf uur duurden. „De aanwezigen zaten ademloos te luisteren”, zegt hij, „en ik ook.”

De liefde bracht De Ridder naar Bussum, waar hij inmiddels bijna dertig jaar woont met vriendin Clary. In zijn kamer op zolder maakt hij nog elke week een uitzending van Ridder Radio (www.ridderradio.com), op internet. Verder doet hij niet veel meer. „Ik word ouder. Ik vind het nu ook lekker om niets te doen.”

Tegenover Willem aan tafel zit Myrto Semmoh, een jonge bewonderaar, om ideeën uit te wisselen over leven en werk.

Myrto Semmoh (24, Amsterdam) is een van de leden van Smib, het hiphopcollectief uit Amsterdam-Zuidoost dat onder meer muziek, kleding en tijdschriften maakt, en een eigen winkel annex ontmoetingsplaats runt op de Amsterdamse Zeedijk. Alles onafhankelijk, op eigen initiatief. Semmoh is dj, schrijft boeken en organiseert feesten. Volgende week verschijnt zijn tijdschrift Smibaneser, met daarin een interview met hiphopkenner Rotjoch, en artikelen over blockchaintechnologie en het ontstaan van de Bijlmer.

Semmoh, die Willem de Ridder vandaag voor het eerst ontmoet, kent zijn werk sinds een paar jaar. „Dat kwam door de moeder van mijn vriendin”, zegt Semmoh. „Volgens haar leek ik op Willem de Ridder, door de manier waarop ik leef. Ik wil me niet vastleggen op één bezigheid, ik wil steeds nieuwe dingen uitproberen.”

Semmoh bekeek de website van De Ridder, beluisterde zijn radioprogramma’s en las het door hem geschreven Handboek Spiegelogie, over de Amerikaanse ideeënleer die De Ridder eind jaren tachtig in Nederland introduceerde. De kern van deze theorie is dat je als mens de macht over je eigen leven moet (terug)nemen en je energie richten op wat je écht wilt. Volgens De Ridder kan de mens de wereld vormen naar zijn eigen beeld en verwachting. Die positieve verwachting kun je trainen: als je iets wilt, gebeurt het.

Hij las vaker boeken over ‘hoe te leven’, zegt Semmoh, want hij zocht een leidraad. „Dat had te maken met mijn achtergrond. Ik groeide op in Amsterdam-West, in de buurt Nieuw Sloten. Daar woonden vooral gezinnen, met vader, moeder, zusje, broertje. ’s Ochtends liepen alle kinderen leuk samen naar school. Op mijn tiende gingen mijn ouders scheiden, en verhuisde ik met mijn moeder naar Gein, in Amsterdam-Zuidoost. Daar waren veel eenoudergezinnen, op straat wilden de kinderen vooral vechten. Ik kon dat niet aan. De overgang van Nieuw Sloten naar Gein heeft veel met mijn zelfvertrouwen gedaan.

„Op mijn zestiende nam ik een keer psychedelische truffels en ontdekte dat ik allerlei lagen van mijn persoonlijkheid kon afpellen, en terug kon komen bij mijn oorspronkelijke ‘ik’. Daarna ben ik me gaan verdiepen in de ideeën van allerlei psychologen, en uiteindelijk kwam ik uit bij Willem.”

De Ridders benadering vond hij „logisch”. „Willem zegt: laat gewoon je fantasie de vrije loop, en kijk wat eruit komt. Dat was een bevestiging dat wat ik wilde, inderdaad kón. In dat opzicht heeft het boek mij veranderd; vroeger zocht ik altijd redenen waarom iets níét zou kunnen.” Hij knikt naar De Ridder, tegenover hem. „Ik vond het fijn te horen dat er, ver voor deze tijd, al iemand was die op dezelfde manier dacht als ik.”

Woordenboek

Vanuit deze houding schreef Semmoh vorig jaar het ‘Smibanese Woordenboek’, zijn inventarisatie van de voertaal van jongeren uit Amsterdam-Zuidoost, en andere hiphopliefhebbers. Onder de naam Soort Kill (‘Soort Jongen’) verzamelde Semmoh leenwoorden uit onder meer Papiaments en Marokkaans, en de in zijn scene populaire, omgedraaide woorden: ‘lons’ is snol, ‘fens’ is sigaret en Smib is het omgekeerde van Bims, de bijnaam van de Bijlmer. Semmoh: „Ik dacht: een woordenboek maken, dat lijkt me grappig. En toen deed ik het gewoon.”

De Ridder, die als kind in Den Bosch al enige faam had als goochelaar (‘Rodini’), knikt instemmend. „Op mijn negentiende vertelde ik mijn vader dat geld me geen bal interesseerde en dat ik nooit meer voor een baas wilde werken”, zegt hij. „En dat heb ik volgehouden. Ik ben mijn hele leven blijven spelen.”

Lees ook: ‘Feunen’, ‘fens’ en ‘kech’: er is een woordenboek voor straattaal

Dat spelen deed De Ridder vaak samen met anderen. „Ik hield er niet van dat ‘de baas’ op het podium staat en het publiek in de zaal. Ik wilde dat iedereen kon meedoen aan een voorstelling. Zoals tijdens de Provadya?-avonden.” Op de door De Ridder bedachte Provadya?-bijeenkomsten, die in de jaren zestig op allerlei locaties in het land werden georganiseerd, speelden mensen uit het publiek blokfluit, deden een goocheltruc of lazen een gedicht voor. De bijeenkomsten waren altijd uitverkocht, met rijen wachtenden voor de deur.

De Ridder zegt: „Samenwerken met anderen is de rode draad in mijn leven.” Hij haalt een schouder op. „En als die anderen geen zin meer hadden, was het ook goed. Dan kwam er wel weer wat anders.”

Myrto Semmoh schreef onlangs een blogpost op smibanese.org, naar aanleiding van een artikel in Het Parool, over de banden die zouden bestaan tussen rappers en leden van de onderwereld. In zijn tekst betoogt Semmoh dat de auteurs bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, terwijl ze juist verenigd moeten worden. Semmoh besluit zijn verhaal met een verwijzing naar De Ridder.

„Ik was verontwaardigd omdat de auteurs niet wisten waar ze het over hadden”, zegt Semmoh. „Ik ken de relatie tussen criminelen en rappers. Ze zijn met elkaar opgegroeid, ze kennen elkaar nu eenmaal goed. Dat wil niet zeggen dat je rappers moet criminaliseren. Je kunt er ook een positieve draai aan geven. Wij, als hiphoppers uit Zuidoost, proberen mensen tot elkaar te brengen, en samen dingen te maken. Net als Willem heeft gedaan.”

In de praktijk betekent het dat Semmoh en zijn collectief grote groepen jongeren op de been brengen, voor feesten, tentoonstellingen of optredens. Een aantal jongeren is inmiddels door Smib geïnspireerd om zelf muziek te gaan maken. „Rapper Jacin Trill, bijvoorbeeld. Hij is al populairder dan wij.” Semmoh ziet Smib niet als iets vastomlijnds: er zijn elf kernleden, maar iedereen kan zich aansluiten. „Smib is een geestesgesteldheid. Een universum waarin je je eigen planeet kunt maken.”

Semmoh en De Ridder drinken een glas wijn en bespreken de effecten van lsd en andere geestverruimende middelen. Volgens Semmoh is het iets om slechts af en toe te doen. Willem de Ridder nam ooit lsd in Californië, in zijn eentje op een rots. Hij rolt met zijn ogen: „Woooow!” Maar afgezien van zeven – biologische – joints per week, is De Ridder geen grootverbruiker. „In Amerika, begin jaren zeventig, woonden we in Twin Peaks, in San Francisco en daar kwamen altijd stonede vrienden langs. Het eerste wat ze deden, was het medicijnkastje in de badkamer doorzoeken. Alles waar een doodskop op stond werd meegenomen”, zegt hij. „Maar mij interesseerden die drugs niet.”

Ze praten over Amsterdam, over de ‘magische’ periode in de jaren zestig. Is de stad nog steeds een ‘magisch centrum’, in hun ogen?

De Ridder schudt zijn hoofd: „Zo zou ik het niet meer omschrijven, het is een verouderde term.”

Myrto Semmoh: „Maar de magie is er.”

De Ridder knikt. „Magie is er altijd.”

    • Hester Carvalho