Opinie

    • Joyce Roodnat

Kom maar tijger, ik ben al verscheurd

Joyce Roodnat De Syrische actrice May Skaf werd een boegbeeld van de vluchtelingen uit haar land. 23 juli stierf ze. Joyce Roodnat hoort van haar overlijden vlak voordat ze de opera ‘Aida’ ziet. De aria ‘O patria mia’ komt dan hard aan.

May Skaf spreekt voor het Zentrum für Politische Schönheit. Foto studio NRC

Ze was actrice en ze werd activist. En toen ging ze dood, in Parijs, aan een hartaanval. May Skaf. Ze was nog maar 49. Een Syrische tv- en filmster met een miljoenenpubliek in de Arabische wereld. Gezien haar status was haar actieve deelname aan de Arabische lente (2011) in Damascus ongekend en groot nieuws.

Skaf werd opgepakt, opgepakt, opgepakt. Ze wilde niet weg uit Syrië, maar nadat ze herhaalde malen met de dood bedreigd was, vluchtte ze in 2013 naar Europa. Sindsdien was er nog maar één rol voor haar weggelegd: boegbeeld van de Syrische vluchtelingen. Iedereen luisterde naar haar, niemand deed iets. Zo gaat dat in het theater. Maar deze rol viel samen met haarzelf en haar acties waren geen spel maar echt.

In 2016 plaatste het Zentrum für Politische Schönheit, een Berlijnse groep kunstenaars die zich specialiseert in drastische politieke performances, middenin Berlijn een kooi met een stel tijgers. Ze nodigden vluchtelingen uit zich en plein public op te laten eten, onder verwijzing naar het Colosseum in het oude Rome.

May Skaf was de eerste die zich meldde. In een adembenemende speech die ze uitsprak met de allure van Elektra, verklaarde ze haar voornemen om zich voor de tijgers te gooien. Ze ging Europa ontmaskeren als een arena, met de Europeanen als willig publiek voor de dood van machteloze vluchtelingen. „De Middellandse Zee is de leeuwenkuil geworden”, zei ze. En: „Niet Poseidon beslist over het lot van mensen als ik, maar u.”

„Ik ben klaar om me op te laten eten.” Was dat letterlijk Skafs voornemen? Kan zijn. Ze was murw en onverschrokken genoeg. Maar ze zal ook geweten hebben dat de Duitse autoriteiten een openbaar bloedbad zouden verhinderen. En haar gehoor wist dat ook. De activiste was ook actrice, haar speech had een theatrale lading. Ik sta hier wel, maar ik ben allang verscheurd. Ik leef, maar ik ben dood.

’s Middags lees ik het bericht van Mai Skafs dood, ’s avonds zie ik de opera Aida in een flapperende tent in Friesland, waar Corina van Eijk een begrip maakte van Opera Spanga. Ze breekt Aida open, zet het in een decor van de oorlog in Syrië als een game – wat het is voor de machthebbers. Ik houd van Aida’s aria ‘O patria mia’ (Maribeth Diggles zingt ’m grandioos) en die komt harder bij me aan dan anders. De ontheemde Aida realiseert zich: ik zie mijn vaderland echt nooit meer terug, en Verdi omlijstte haar wanhopige klacht met een motief van één eenzame hobo. De speech van May Skaf is een afdruk van deze aria, in de muziek voel ik haar smart. Nu is ze gestorven. O patria mia, mai più ti rivedrò!

    • Joyce Roodnat