In het verzorgingshuis terug de kast in

Seksuele diversiteit Heteroseksualiteit is in de ouderenzorg de norm. Wie daarvan afwijkt, wordt veelal gepest of gemeden. Initiatieven als de Grey Pride en de Roze Loper proberen het taboe te doorbreken.

Mrs. Senior Pride 2018, bij de opening van de Senior Pride en de viering van de Nationale Roze Ouderendag bij Hof van Sloten in Amsterdam. Foto Jasper Juinen

Voor de ingang van verpleeghuis Hof van Sloten in Amsterdam is de regenboogvlag gehesen. Bij de deur begroet een dame in glitterkostuum de gasten en binnen is de eetzaal versierd met slingers, bloemen van tule en vaasjes met gerbera’s in zeker vijf tinten roze.

„Wat zie je er mooi uit!” roept een vrijwilliger tegen een man in een rolstoel. Hij glimlacht, plukt verlegen aan de bloemenkrans om zijn nek.

Een roze wolk drijft deze week door verpleeg- en verzorgingshuizen in Amsterdam. Roze bingo, variété, een optreden van travestie-act Victoria False en haar vlinders – elke dag is er voor senioren ergens wel een activiteit met lhbti-tintje. Lhbti staat voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen. Sinds acht jaar geleden de eerste boot met ‘roze ouderen’ tijdens de Canal Pride door de grachten voer, is de ‘Grey Pride’, zoals initiatiefnemers het noemen, een vast onderdeel van de zaterdag begonnen Gay Pride, met eigen ambassadeurs en een eigen programma.

De aandacht is nodig, zegt COC-voorzitter Tanja Ineke als ze in de eetzaal van Hof van Sloten de Senior Pride mag openen. Nog steeds is seksuele diversiteit in de zorg niet vanzelfsprekend, merkt ze. Ineke is ook bestuurder van een (ouderen-)zorgorganisatie in Leiden. „Dat komt hier niet voor”, hoort ze regelmatig als instellingen wordt gevraagd naar hun beleid voor lhbti’s. „Je merkt dat mensen in de zorg er niet over leren. Seksualiteit is een taboe.”

Veel ouderenverzorgers denken er simpelweg niet aan, zegt de 86-jarige Gerda Tolk uit Leeuwarden, die op verzoek van het COC voorlichting geeft aan ouderenverzorgers-in-opleiding – en op vrouwen valt. Enerzijds prachtig, want „homoseksualiteit is voor hen zó vanzelfsprekend”. Maar bewustwording is nodig om een vertrouwde omgeving te kunnen creëren. „Ze moeten weten dat het voor mijn generatie helemáál niet vanzelfsprekend is om uit te komen voor je seksuele geaardheid. Dat sommigen daarom ooit zijn ontslagen, in het huwelijk zijn getreden omdat iedereen dat nu eenmaal deed, er nog steeds niet voor uit durven komen.”

Maar het grootste probleem zijn niet de verzorgers, weet Tolk. Het grootste probleem zijn de ouderen onderling. „Die pesten elkaar. Ver-schrikkelijk!”

Opening van de Senior Pride en de viering van de Nationale Roze Ouderen dag bij Hof van Sloten in Amsterdam
Foto: Jasper Juinen
Opening van de Senior Pride en de viering van de Nationale Roze Ouderen dag bij Hof van Sloten in Amsterdam
Foto: Jasper Juinen

Discriminatie speelt vooral in de verzorgingshuizen die er sinds het uitsterfbeleid nog zijn. Hier hebben de senioren niets te doen en letten ze de hele dag op elkaar. „Sommigen hebben altijd de deur op een kier om te zien wie er over de gang loopt en waarheen”, zegt Tolk. „Bij een nieuweling gaat het altijd over: oh ja, dat is die en die. Is-ie getrouwd? Is-ie wel getrouwd geweest? Oh, waarom niet? Vragen ze bij de verpleging: oh, komt u ook bij die en die? Die woont er nog niet zo lang hè… Zelf merk ik het al in de lift. ‘Moet u naar de twaalfde?’ ‘Ja’, zeg ik dan. En dan is het de bedoeling dat ik ook zeg naar wíé ik ga. Maar dat zeg ik dan niet.”

Kwetsend zijn de eetzalen waar ouderen in plukjes bij elkaar zitten. Tolk: „Als je daar binnenkomt als nieuweling zie je meteen wat de groepjes zijn. Die komen bij elkaar over de vloer, weten alles van elkaar. Ze weten dat de één straks gaat afwassen en de ander die en die terugbrengt. Het is maar zelden dat die groepjes tegen een nieuweling zeggen: oh, komt u hier maar zitten. En als blijkt dat je bijvoorbeeld als man met een man bent getrouwd, heb je kans dat je niet eens aan tafel mág zitten.”

Seksuele diversiteit? ‘Dat komt hier niet voor’, zeggen instellingen in de ouderenzorg als wordt gevraagd naar hun beleid voor lhbti’ers.

Onderzoek toont dat lesbische vrouwen, homomannen, biseksuelen, transgenders en intersekse personen (lhbti’s) op oudere leeftijd een groter risico lopen op eenzaamheid dan hetero-ouderen. Ze hebben vaker geen partner, geen kinderen, een moeizame relatie met familie. Hun sociaal netwerk van voornamelijk leeftijdsgenoten is weliswaar hecht, maar hun toegang tot mantelzorg relatief beperkt.

En hoewel Nederlanders steeds positiever worden over lhbti’ers (SCP, 2018), zijn ouderen, jongeren, lager opgeleide mensen, ‘nieuwe Nederlanders’ en orthodox religieuze mensen het meest onbekend met homoseksualiteit en staan ze er het meest afwijzend tegenover. Juist in de zorgsector komen deze groepen elkaar veel tegen.

Lees ook: Homo’s oké, maar liever niet hand in hand

Dansende matrozen

Discriminatie van lhbti-ouderen in zorgcentra is een bekend probleem waar nog weinig aandacht voor is. ‘Roze ouderen’, circa 10 procent van de seniorenpopulatie, zijn in zorgcentra een grotendeels onzichtbare groep. Vooral bij de generatie die geboren is vóór de oorlog is het taboe op homoseksualiteit nog heersend. Zij hadden het grootste deel van hun leven er al op zitten toen de Wereldgezondheidsorganisatie in 1990 homoseksualiteit schrapte van de lijst met geestesziekten. „Ouder worden betekent kwetsbaar worden, afhankelijk worden van anderen”, zegt COC-voorzitter Tanja Ineke. „En lang niet altijd zijn er familieleden, kinderen of kleinkinderen die je kunnen steunen. Lang niet altijd is er een verzorgende die je begrijpt.” Zo kan het dat ouderen soms „terug de kast in” worden gejaagd.

Gerda Tolk kent er genoeg: homoseksuele ouderen die, eenmaal opgenomen in het tehuis, de foto van hun partner, op het kastje naast het bed, weghalen, of zeggen dat die man op de foto hun neef is. „Weet je, de meeste mensen van mijn leeftijd zijn sowieso vaak maar half uit de kast. Alleen de naaste omgeving kent hun geaardheid.”

Op vijf kilometer van het Hof van Sloten zwieren geestelijk verzorger René Goudsblom en Robert Bogaart door de recreatieruimte van woonzorgcentrum De Werf. Het danspaar demonstreert verschillende stijlen, de bewoners mogen raden om welke dans het gaat. Goudsblom: „Wist u dat de tango ooit is begonnen in de havens van Buenos Aires? Daar dansten de matrozen, bij gebrek aan vrouwen, met elkaar.”

Diny Kleinjans (102) kijkt toe met lichtblauwe pretogen. Twee dansende mannen? Ze is wel wat gewend. „Mijn neef had een vriend, we gingen altijd met z’n drieën op vakantie. Ik heb een zalig leven gehad met die jongens.” In De Werf raakte ze een paar jaar geleden bevriend met Ad, inmiddels overleden. Ad viel op mannen. „Er zijn er hier wel een paar hoor, die dat moeilijk vonden. Die gingen niet met hem om. Ik vond het juist prettig. Iedereen moet kunnen zijn wie die wil zijn.”

Lees ook: Souad Boumedien: ‘Ik ben sterk genoeg om een boegbeeld te zijn’

Begraven als vrouw

Ouderen denken de laatste jaren positiever over lhbti’ers: dacht in 2007 nog ongeveer een op de drie zeventigplussers negatief over homo- en biseksualiteit, in 2017 is dat gedaald tot een op de tien.

Best kans dat het initiatief de Roze Loper daaraan heeft bijgedragen, een certificaat om de acceptatie van seksuele diversiteit in de zorg te vergroten. Zo’n honderdvijftig zorgcentra in Nederland beschikken erover. In Amsterdam ongeveer veertig, in Utrecht een stuk of twintig, in Rotterdam zes.

De eerste Roze Loper werd in 2010 uitgedeeld aan De Rietvinck, een woonzorgcentrum in de Amsterdamse Jordaan. Daar zijn sindsdien wekelijks activiteiten voor oudere lhbti’ers, zoals Café Rosé, een netwerkmiddag voor roze ouderen, een roze damessalon en een roze filmclub, waarbij een film wordt vertoond over de dames- of herenliefde. De initiatieven trekken behalve bewoners ook geïnteresseerden uit de wijde omtrek.

Thuis gingen man en vrouw ieder hun eigen weg in huis. In het verzorgingshuis sliepen zij gedwongen bij elkaar in één slaapkamer.

De roze activiteiten zijn onderdeel van een breder diversiteitsbeleid, zegt Anton Koolwijk, geestelijk verzorger in De Rietvinck. Doel: bewoners vertrouwd maken met het onbekende. „Mensen hebben geen idee hoe een Surinaams afscheidsritueel eruitziet, dat het bij islamitische mensen onfatsoenlijk is om met schoenen naar binnen te lopen. En natuurlijk zijn er ouderen, vooral mannen, die zeggen: ik heb niets met dat roze gedoe. Die hebben zoiets van: ja, straks zien ze mij er ook voor aan. Maar als je het goed brengt, is mijn ervaring, zijn mensen enthousiast te krijgen voor álles. Met een hapje en een drankje komen de ouderen wel.”

Zo maakte Koolwijk eens mee hoe een streng-katholieke bewoner van een Roze Loperhuis na een hoop gemopper toch kwam kijken bij een viering van de Gay Pride. Daar werd verteld dat iedereen zichzelf mocht zijn. Een paar dagen later hoorde Koolwijk van de verpleging dat de man bij de buurvrouw op bezoek was gegaan in een jurk.

„Later vertelde de man mij dat hij al sinds zijn kindertijd het verlangen had om vrouw te zijn. Als hij alleen thuis was, trok hij de jurken van zijn zus aan. We spraken met de verpleging af dat we hem zouden begeleiden. Het doel was dat hij bij de kerstmaaltijd in een galajurk zou verschijnen. De verzorgers kregen bijna ruzie over de vraag wie hem mocht opmaken. Toen hij overleed, is hij begraven als vrouw.”

Lees ook: Tolerantie voor lhbt’ers blijkt een dun laagje vernis

Roze rimpelclub

Nog altijd zijn er genoeg ouderen die wél maandelijkse COC-bijeenkomsten voor senioren bezoeken, maar daarbuiten hun geaardheid verborgen houden. Zo is er op de „roze rimpelclub” die Gerda Tolk in Leeuwarden bezoekt sinds kort een groepje mannen aangeschoven dat niet mee gaat met uitstapjes buiten de deur. „Ze zijn doodsbenauwd dat het uitkomt.”

En er was eens een oudere man, vertelt Tolk, die binnenstapte en zei dat de dokter hem erheen had verwezen. Na een tijdje kwam alles eruit. In tranen vertelde hij dat hij altijd schitterend had gewoond, in een huis waar hij en zijn vrouw ieder hun eigen weg gingen, en dat ze nu in het zorgcentrum gedwongen bij elkaar moeten slapen in één slaapkamer. Niemand die mocht weten over zijn homoseksualiteit.

Tolk kwam eens bij ze op bezoek. Ze merkte de onderlinge spanning aan tafel. De achterdocht. De verwijten over en weer. „Hij zat opgesloten met die vrouw.” De tweede keer deed zijn vrouw voor haar nog amper de deur open. „Ik ben een bedreiging voor hen. Ze zijn bang voor de ontdekking.”

Het stel leeft in het zorgcentrum op zichzelf, geïsoleerd door hun eigen angst. „Níéts verbergen, geef metéén openheid”, adviseert Tolk daarom aan lhbti-ouderen. „Hoe angstiger jij je gedraagt, hoe meer anderen zullen proberen erachter te komen waarom jij zo anders doet. En dan beginnen de mensen te vissen en begint het pesten. Minderheden hébben het nu eenmaal moeilijker, anders-zijn vinden we vreemd. Zo is de mens. Maar geef anderen de gelegenheid jou te accepteren.”

    • Freek Schravesande
    • Anne-Martijn van der Kaaden