Amsterdam had jarenlang geen zicht op veronderstelde jihadronselaars

Radicalisering

De gemeente Amsterdam heeft de afgelopen jaren geen zicht gehad op activiteiten van twee veronderstelde jihadronselaars. Van de politie mochten zij niet worden opgenomen in de radicaliseringsaanpak, omdat dit onderzoek in de weg zou zitten.

Moskee Arrayaan in Amsterdam Foto Rien Zilvold

De gemeente Amsterdam heeft de afgelopen jaren geen zicht gehad op activiteiten van twee veronderstelde jihadronselaars. Hoewel de twee mannen invloed zouden uitoefenen op hun omgeving, werden zij op last van de politie niet opgenomen in de gemeentelijke radicaliseringsaanpak. Dit vonden de gemeente en antiterrorismecoördinator NCTV een „onwenselijke” situatie.

Dat blijkt uit vertrouwelijke documenten van de gemeentelijke afdeling Openbare Orde en Veiligheid die in bezit zijn van NRC.

Naar aanleiding van vragen over de kwestie kondigt burgemeester Femke Halsema een nieuw onderzoek aan. Gemeente, politie en justitie gaan samen de besluitvorming rond „een aantal cases nauwkeurig reconstrueren”, laat haar woordvoerder weten. „Mocht daaruit blijken dat de samenwerking beter kan, dan neemt de driehoek de nodige maatregelen.” De burgemeester noemt het „zorgwekkend dat vertrouwelijke en gevoelige informatie bij de media terecht is gekomen”. Daarom laat ze „de herkomst van het lek” onderzoeken.

Radicaliseringsaanpak

Ambtenaren van de afdeling waarschuwden op 17 juli 2017 toenmalig burgemeester Van der Laan voor twee vermeende ronselaars. Van de politie mochten zij niet worden opgenomen in de radicaliseringsaanpak, omdat dit hun onderzoek in de weg zou zitten. Het onderzoek liep al jaren, maar de politie kreeg de zaken niet rond. Volgens de ambtenaren bracht dit „risico’s” met zich mee: de gemeente had zo geen „informatiepositie” over de mannen, die allebei functies bekleedden in moskeeën.

Na de waarschuwing van de ambtenaren konden de twee opeens wel in de aanpak opgenomen worden. Er liep al geen onderzoek meer, maar de politie had dit nooit laten weten.

    • Andreas Kouwenhoven