Stoner Sam (Andrew Garfield) in ‘Under the Silver Lake’.

Vlindermeisjes en wietdampen in duister LA

David Robert Mitchell De Amerikaanse regisseur brengt in ‘Under the Silver Lake’ een hommage aan talloze misdaadklassiekers die zich in Los Angeles afspelen. „Ineens woon je zelf in zo’n filmdecor.”

‘Het begon met mijn grote liefde voor het LA Noir-genre”, gaapt David Robert Mitchell. We zitten op het dak van Hotel Marriott in Cannes, de ochtend na de première van zijn stoner-noirfilm Under the Silver Lake. De filmpers reageert van welwillend tot schouderophalend. En Mitchell oogt wazig. „Ik heb maar twee uur geslapen”, verontschuldigt hij zich. „Koffie houdt me op de been.”

Toch heeft zijn wazige, ongrijpbare pose iets bestudeerds: Mitchell lijkt zijn benevelde hoofdpersoon Sam (Andrew Garfield) te spiegelen. In Under the Silver Lake gaat Sam, een stuurloze ‘slacker’, op onderzoek als een blond meisje in zijn wooncomplex spoorloos verdwijnt op de ochtend nadat Sam voor haar was gevallen. Zo verdwaalt hij in een doolhof van bizarre feesten, actrices annex escortgirls, paranoïde striptekenaars, seriemoordenaars en geheime codes verborgen in pophits of cornflakesdozen. Onder Los Angeles gaapt een wereld van tunnels, dakloze profeten en graftombes, al is nooit helder waar Sams realiteit overvloeit in droom, drugsroes of filmcitaat.

Under the Silver Lake is een hommage aan de film noir, een genre dat vele malen werd gerecycled, geparodieerd en gedeconstrueerd. Film noir, in de jaren veertig in Los Angeles uitgevonden door Duitse immigranten als Robert Siodmak, Billy Wilder en Fritz Lang, is een somber misdaadgenre waarin de Amerikaanse droom – het onbelemmerd najagen van geluk, geld en aanzien – ontaardt in cynisch geweld en speurneuzen ontdekken dat onder het ‘gelijke speelveld’ een wereld van onrecht, privilege en samenzweringen schuilgaat. Nergens schrijnt dat meer dan in de zonnige droomfabriek Los Angeles.

Absurde wereld

Op de heropleving van de film noir in de jaren zeventig in paranoia-thrillers als Chinatown volgde de neo-noirgolf van de jaren negentig. En daaruit groeide weer het subgenre van de stoner-noir, waaraan Under the Silver Lake schatplichtig is. In The Big Lebowski of Inherent Vice stuiten benevelde would-be detectives op sukkelige of onontwarbare samenzweringen. Leert de noir dat de wereld verdorven is, de stoner-noir leert dat de wereld absurd is.

De 44-jarige Mitchell schreef Under the Silver Lake in 2012. Afkomstig uit Clawson, een voorstadje van Detroit, verhuisde hij als twintiger naar Los Angeles en verdiende daar als filmeditor zijn sporen in de filmindustrie voordat hij met 50.000 dollar naar Detroit terugkeerde om de gunstig ontvangen ‘indie’ The Myth of the American Sleepover te draaien: een tienerfilm over de wispelturigheid van adolescente begeerte. Twee jaar later brak hij door met de lugubere horrorhit It Follows, eveneens gesitueerd in Detroit.

En toen was er opeens genoeg geld voor Under the Silver Lake, Mitchells eerste film over Los Angeles. „Je vindt werk in de stad van je dromen”, zegt Mitchell. „En dan fantaseer je wat er zich afspeelt in die grote villa’s in de heuvels. Die fantasie heb ik uitgewerkt in een soort koortsdroom.” Mitchell schrok toen hij tijdens het schrijven hoorde dat regisseur Paul Thomas Anderson Inherent Vice verfilmde, de labyrintische roman van Thomas Pynchon over een blowende detective die in het LA van de vroege jaren zeventig stuit op complotten die telkens in marihuanarook oplossen. „Ik dacht: fuck, mijn film wordt mosterd na de maaltijd. Dat viel gelukkig mee, al bevat ook Andersons film een citaat uit Robert Altmans The Long Goodbye (1973).” De topless buurvrouw van Sam? „Die ja”, grinnikt Mitchell. „Laten we zeggen dat onze films dna delen.”

Web van poptrivia

Sam is een millennial die verstrikt lijkt in een web van poptrivia. Zijn huis hangt vol klassieke filmposters, op tv draait altijd een zwart-witfilm, zijn avonturen bestaan uit filmcitaten. Zo begluurt hij met een vriend via een drone een lingeriemodel dat achter halfopen vitrages een striptease doet: Brian De Palma’s Body Double. Duikt het verdwenen meisje topless op in zijn zwembad zoals Marilyn Monroe in haar onvoltooide Something’s Got to Give. Struikelt Sam over Hitchcocks grafsteen, wiens Vertigo hij eerder zo ijverig nadeed, met een dreigende, Bernard Herrmann-achtige soundtrack.

Mitchell reageert kortaf op kritiek dat zijn film de ‘male gaze’ viert: zijn LA zit vol vlindermeisjes die zich dromerig geven aan de hologige, benevelde Sam. „Het gaat om Sams gezichtspunt, zijn droom. Ik omarm die blik.” Zelf ziet Mitchell Under the Silver Lake eerder als een hommage aan Los Angeles, een visioen dat hem betoverde als jochie in de roestbelt van Michigan. „Je ziet Body Double en denkt: yeah! En dan woon je zelf in het stadslandschap dat je uit een miljoen films kent. Je ziet Body Double weer op tv en denkt : hé, daar deed ik vorige week boodschappen. LA wordt alledaags, toch speelt ergens in je achterhoofd die film nog. Dat gevoel wilde ik raken.”

Lees hier de recensie van ‘Under the Silver Lake’

Bij de persconferentie in Cannes werd David Robert Mitchell gevraagd of in een met zoveel filmcitaten volgestouwd brein nog wel ruimte is voor een authentieke blik. „Dat is lastig”, antwoordde hij. „En dat wordt steeds lastiger.” Wilde hij iets over de levenshouding van millennials zeggen? „Zo schrijf je geen film. Mijn inspiratie is een bepaalde scene van jonge mensen in Los Angeles-Oost die ik kende tussen 2005 en 2011. Dat zijn millennials, dat wel.”

Mystieke games

Wat te zeggen van Sams obsessie met poptrivia, zijn zoektocht naar een diepere betekenis in entertainment? Mitchell: „Er is een hele generatie mannen geobsedeerd door videogames, geheime codes en samenzweringen. Ik heb dat niet, maar vindt die behoefte aan mysterie fascinerend. Mensen zoeken mystiek, een betekenisvol bestaansniveau onder de alledaagsheid. Ik denk dat het de taak is van films, en videogames, om ze tijdelijk naar zo’n mystieke wereld te verplaatsen.” In een onttoverde wereld voorziet Hollywood in religieuze ervaringen? „Mooi gezegd”, knikt Mitchell.

Under the Silver Lake bevat een fraaie nachtmerrie, als Sam inbreekt bij de mysterieuze ‘Songwriter’. Een nare oude man die alle ‘songs die een generatie inspireerden’ blijkt te hebben geschreven, ook Sams geliefde ‘Smells Like Teen Spirit’ van Nirvana. Die songs staan vol codes voor rijke ingewijden terwijl ze de jeugd schijn-rebellie verkopen. Popsongs „drijven als toiletpapier” in de wc-pot, sneert de Songwriter. Tot ze worden doorgespoeld als de nieuwe generatie iets zoekt om de billen mee af te vegen. Het is het enige moment dat Sam in razernij ontsteekt: zijn bubbel is doorgeprikt. „Dat is een essentiële scène in de film”, bevestigt Mitchell. „Daar ben ik trots op.”

    • Coen van Zwol