Zo wil Ameland als eerste energieneutraal worden

Energieneutraal Ameland is al jaren bezig om de energietransitie vorm te geven. Hier moet worden uitgevonden hoe Nederland moet overstappen naar duurzame energie. Het project loopt nu tegen zijn technische grenzen op.

Foto Micha Klootwijk / IStock

Half één ’s middags, midden in de zomer: de zon staat hoog aan de hemel. Terwijl groepjes toeristen in de Amelandse duinen over hun fietsstuur gebogen door de wind ploeteren, blinken ruim 23.000 zonnepanelen in de zon. De energieproductie van het zonnepark op Ameland ligt nu op haar hoogtepunt.

Op zulke momenten wekt het park meer elektriciteit op dan op het eiland wordt gebruikt. De kabel die door de Waddenzee loopt, en het stroomnetwerk van Ameland met dat van het vasteland verbindt, is eigenlijk bedoeld om Ameland te voorzien van elektriciteit. Maar nu is het andersom: Ameland levert aan het vasteland.

Dat past in de ambitie van Ameland: een model ontwikkelen om energieneutraal te worden. Bedrijven als energieproducent Eneco, netwerkbeheerder Liander, gasbedrijf Gasterra en de NAM werken samen om op Ameland een model voor de energietransitie te maken, dat ook op grote schaal toe te passen is: hier moet worden uitgevonden hoe Nederland moet overstappen naar duurzame energie.

Het zonnepark, twaalf voetbalvelden groot, is voorlopig het meest prominente resultaat. Het werd in 2015 neergezet. Acht jaar daarvoor stelde de gemeente Ameland, zoals zoveel Nederlandse gemeenten rond die tijd, het doel om energieneutraal te worden. Ameland had de deadline op 2020 gelegd. „Toen was dat heel makkelijk: het duurde nog dertien jaar – ver weg”, vertelt Luc van Tiggelen, coördinator duurzaamheid van de gemeente Ameland. Een paar jaar later was er nog weinig gebeurd. „Het is makkelijk om dan te zeggen: we stellen het uit. Maar bij de gemeente leefde het gevoel: als we dit echt serieus nemen, moeten we er nu mee aan de slag.”

Een eiland bleek de ideale locatie om te beginnen met de energietransitie

En dus staat het zonnepark er – toen het werd gebouwd was het de grootste van Nederland. Dat ging niet zonder slag of stoot. Boeren wilden liever geen zonnepanelen op landbouwgrond. Maar een eiland blijkt de ideale locatie om te beginnen met de energietransitie: het is een kleine gemeenschap, die zich graag afzet tegen ‘de wal’. De ambitie om zelfvoorzienend te zijn, sprak de eilanders aan. Nu heeft de boer met de grootste bezwaren zelf zonnepanelen op zijn dak.

Ook de financiering was een flinke worsteling. De gemeente wilde een derde van de kosten van het zonnepark – in totaal 7,2 miljoen euro – betalen met subsidie uit het Waddenfonds, beheerd door de provincies Groningen, Friesland en Noord-Holland. „Kort door de bocht: Friesland wilde zonne-energie, Groningen windmolens en Noord-Holland was er überhaupt op tegen omdat het project niet in Noord-Holland stond”, aldus Van Tiggelen. Het duurde een jaar voordat de provincies het eens waren. Daarnaast werd ruim de helft van het bedrag geleend bij de bank. Ook konden inwoners investeren.

Inmiddels is er een hoop veranderd op Ameland. De twee buslijnen op het eiland rijden op groene stroom. Er is geëxperimenteerd om groen waterstofgas bij het aardgas te mengen, de straatverlichting wordt op plekken waar dat kan gedimd – het wordt pas feller als er beweging is. Ruim 130 van de in totaal zo’n 1.500 woningen hebben nu een warmtepomp.

Maar echt energieneutraal is Ameland nog niet. Het zonnepark wekt over het hele jaar meer elektriciteit op dan de bewoners verbruiken. Maar dan zijn bedrijven en toeristen nog niet meegerekend. En die slurpen veel meer energie dan de bewoners van het eiland. Als Ameland helemaal energieneutraal wil worden, moeten er nóg drie zonneparken worden aangelegd, blijkt uit data van de productie van het zonnepark en het verbruik op Ameland, die NRC kreeg van Eneco en Liander. Er zijn plannen voor een tweede zonnepark, er wordt gediscussieerd over een windmolen, en er zijn ideeën om elektriciteit op te wekken met behulp van de getijden.

‘Een campingnetje’

Het project begint tegen technische grenzen op te lopen. Een probleem is de kabel die tussen Ameland en het vasteland is getrokken. Ameland ligt aan de randen van het netwerk, en daar is het minder stevig. „En het Nederlandse netwerk is al een campingnetje. Omdat we de laatste decennia volledig hebben geleund op aardgas, hebben we een veel te licht elektriciteitsnet”, zegt Jacob Dijkstra, technisch specialist van de gemeente Ameland. Een tweede zonnepark of nieuwe windmolen kan voorlopig niet meer op het elektriciteitsnetwerk worden aangesloten.

Netbeheerder Liander wijst er op dat Nederland een zeer betrouwbaar netwerk heeft: in vergelijking met de landen om ons heen zijn er weinig storingen. Maar het netwerk op Ameland is oorspronkelijk ontworpen om energie aan het eiland te leveren. Om het huidige zonnepark op het net aan te sluiten, waren al technische ‘huzarenstukjes’ nodig, vertelt Pim Freij, die bij Liander verantwoordelijk is voor de aansluiting van onder meer grote zonne- en windparken. Nóg een zonnepark of een windmolen, dat kan het netwerk simpelweg niet aan, stelt Freij. Op dagen als deze – met veel zon én veel wind – kan de kabel de productie van één zonnepark nog wel afvoeren. Maar met een tweede energiepark wordt de spanning op het netwerk te hoog, en dat levert storingen op. Een extra kabel aanleggen kost miljoenen.

Liander is verplicht om alle energie die wordt opgewekt, op het net toe te laten – ook als er een overschot is. Volgens Freij moeten we serieus overwegen de regels aan te passen. „Zonneparken en windmolens zorgen voor grote pieken en dalen, die niet altijd door het netwerk op te vangen zijn. Misschien moeten we vastleggen dat in tijden van hoge belasting, de netwerkbeheerder niet altijd verplicht is om deze stroom te transporteren.”

Ameland denkt erover met overschot aan elektriciteit waterstofgas te gaan maken

„Dan zet je het park uit, juist op het moment dat die het meeste energie opwekt”, zegt Dijkstra. „Dat is toch zonde.” Daarom zijn op Ameland toch plannen om een tweede zonnepark aan te leggen, en de pieken op het eiland zelf op te vangen. Als er zoveel elektriciteit wordt opgewekt dat die niet via de kabel naar het vasteland kan worden afgevoerd, moet dat worden opgeslagen.

Dat klinkt makkelijker dan het is; elektriciteit laat zich moeilijk opslaan. Tesla bouwde een gigantische accu in Australië – de grootste accu ter wereld, van 100 megawatt. Daarmee kun je kleine schommelingen in de productie goed opvangen. Maar het is veel te weinig voor de winter, als het zonnepark nauwelijks iets opwekt: op Ameland zou zo’n accu in ongeveer een dag leeg zijn.

Oplossing uit onverwachte hoek

De gemeente Ameland denkt er daarom over om met het overschot aan elektriciteit waterstofgas te maken. En met een hogedrukvergister, waarin keukenafval en rioolslib wordt vergist, kan nog meer biogas worden gemaakt. Dat kan omgezet worden in elektriciteit in een brandstofcel. De warmte die hierbij vrij komt, kan worden gebruikt om een warmtenet te maken.

Eén probleem, stelt Dijkstra: de techniek om waterstof te maken en op te slaan, de hogedrukvergister, dat is een flinke investering. Groen waterstofgas is daardoor duur. „Waterstofgas kost momenteel acht keer zoveel als aardgas. Op termijn wordt dat op z’n best twee keer zoveel, zo goedkoop als aardgas wordt het nooit”, aldus Dijkstra.

De oplossing komt uit onverwachte hoek: de NAM. Dat heeft een gaswinningsplatform in de Noordzee, ten noorden van Ameland. In 2022 mag dat platform geen stikstofoxiden, dat zure regen en smog veroorzaakt, meer uitstoten. Het platform draait nu op gas. De NAM liet vorig jaar al weten het platform op elektriciteit moet gaan draaien – het liefst duurzaam opgewekt.

Het platform zou drie keer zoveel elektriciteit verbruiken als heel Ameland: ook dat kan niet door de kabel die door de Waddenzee loopt. De NAM kan een nieuwe kabel om het eiland heen laten leggen, maar dat kost tientallen miljoenen. „Met een brandstofcel zouden we ongeveer een derde van de vraag van het platform kunnen voldoen. De NAM zou dan de hogere prijs van het biogas moeten betalen.” Daarmee spaart de NAM wel de kosten uit van de dure kabel om Ameland heen. Het overige deel van de elektriciteit zou de NAM zelf moeten opwekken, op het platform of op het eiland. Daarover zijn Ameland en de NAM nu in onderhandeling.

Op langere termijn zal het prijsverschil tussen waterstofgas en aardgas moeten worden gedicht, stelt Dijkstra. „De techniek om duurzaam waterstof te maken is er allang, alleen doet niemand het, want het is te duur. Wij gaan het nu doen, en laten zo het eerlijke plaatje zien: tegen deze kosten kunnen we waterstof maken. Dan is het aan Economische Zaken om daar beleid op te maken.”

Foto Kees van de Veen
    • Wouter van Loon