Populair hoogleraar die belangstelling voor Schopenhauer aanwakkerde

Overleden Maarten van Nierop 1939-2018, filosoof

Filosoof Maarten van Nierop was een ‘relativerend humanist’, die studenten aan de universiteiten van Leiden en Amsterdam inspireerde.

Radicale scepsis én standvastigheid: filosoof Maarten van Nierop in 1991 Foto Maurice Boyer

Filosoof Maarten van Nierop, die generaties studenten in aanraking bracht met het werk van Arthur Schopenhauer, is vrijdag na een lang ziekbed op 79-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Amsterdam.

Van Nierop (Den Haag, 1939) was lange tijd verbonden aan de universiteiten van Amsterdam en Leiden, waar hij een populair en invloedrijk docent was. In de jaren tachtig leidden zijn Amsterdamse werkgroepen over Schopenhauer tot nieuwe belangstelling voor deze Duitse pessimist. Hij schreef een inleiding bij een bloemlezing uit het werk van de wilsfilosoof, De wereld een hel.

Aan de universiteit zette Van Nierop zich af tegen de bezuinigingen van toenmalig minister Deetman op de filosofie-opleidingen, die in de jaren zeventig een sterke aanwas van studenten kenden. Hij hekelde het „redeloze gedoe” in 1983 bij een zeer beschaafde demonstratie van filosofiestudenten die in Amsterdam-Zuid het borstbeeld van Descartes afdekten en in Rijnsburg, woonplaats van Spinoza, een petitie aanboden.

Lees ook: het interview met Maarten van Nierop over humanisme en verlichting

Kenmerkend voor de humanist Van Nierop waren zijn vrolijke relativering van filosofische pretenties en zijn voorliefde voor ambivalentie. De filosofie is er om tegenstrijdigheden te overdenken, vond hij, niet om ze uit te bannen of op te heffen. Die afkeer van systeemdwang beheerst ook zijn proefschrift Denken in tweespalt (1989), dat bestond uit zeven eerder gepubliceerde artikelen over hermeneutiek, kunst en kitsch, inclusief zijn doctoraalscriptie uit 1968 over Heidegger. Op het omslag een sfinx, ook een symbool van dubbelzinnigheid. In de ‘Inleiding’ schrijft hij: „Waarom zou waarheid pas in weerlegde of opgeheven tweespalt liggen en niet soms juist in de tweespalt zelf?” Dat bleef zijn uitgangspunt.

Relativistisch humanisme

Zijn oratie in Leiden, waar hij in 1991 aantrad als bijzonder hoogleraar wijsgerige antropologie, begon zo: „Hoeveel zaaks zijn wij eigenlijk?” Antwoord: „Niet veel, in elk geval heel wat minder dan wij denken.” In die oratie zocht Van Nierop, die later ook in Amsterdam hoogleraar werd, een relativistisch humanisme dat zich desondanks niet verliest in postmoderne vrijblijvendheid, maar dat „stáát voor een reeks van elementaire menselijke waarden”.

In een interview met NRC zei hij, over de Rushdie-affaire: „Er zijn westerse waarden waar ik aan vasthoud. Ik heb ze al niet absoluut genomen, en het is maar een perspectief, maar het is wel het mijne.”

Die „dubbelheid van radicale scepsis en standvastigheid’’ was wat Van Nierop noemde „de hogere domheid van de libertijn”. Een zelfrelativerende houding die schaars is geworden onder filosofische verdedigers van het Westen, die zich nu vaak liever weer bedienen van stellige waarheden.

    • Sjoerd de Jong