Op naar een seizoen zonder schwalbes

Videoarbitrage

Bij elk eredivisieduel kijkt de videoscheidsrechter mee. In de bossen van Zeist creëerde de KNVB een controlekamer „waar de Duitsers jaloers op zijn”.

De controlekamer in Zeist van waaruit de videoscheidsrechters hun werk doen. Foto Jerry Lampen/ANP

In de bossen van Zeist staat een gebouw waar onwetende passanten nietsvermoedend aan voorbij zouden gaan. Het ligt verscholen onder een dek van groen en is gelegen aan een zijpad van een zijstraat van de Woudenbergseweg. Laagbouw uit de jaren zestig. Opgetrokken uit doelmatig baksteen en beton, verstoken van enige vorm van franje.

Binnen zijn de tekenen van vroegere tijden nog te zien. De wanden zijn een combinatie van ordelijk metselwerk en spachtelputz, tegen het plafond ontvouwt zich een netwerk van ventilatiekanalen en verwarmingsbuizen, de vloer is bedekt met tweekleurig tapijt. Cactussen sieren strak geordende kasten. Aan een van de muren hangt een pot met klimop.

Te midden van dit alles bevindt zich een speciale ruimte zonder ramen die met een grote glazen schuifdeur kan worden afgesloten. Er staan vijf bureaus die in een halve cirkel zijn opgesteld. Elk met uitzicht op een wand met acht televisieschermen. Op het bureau liggen twee alarmknoppen die doen denken aan tv-spelletjes van weleer. De een groen, de ander rood.

Wie zijn fantasie de vrije loop laat, zou in deze ruimte een controlekamer kunnen herkennen waarvandaan burgers in het geheim worden geobserveerd. Of het interieur van een verkeerstoren of dat van een regiekamer van een spelshow.

In werkelijkheid is dit het Arag KNVB Replay Center, dat deze maandag met trots aan de pers wordt getoond door de directie van de Nederlandse voetbalbond. Bondsdirecteur Eric Gudde: „De Duitsers zijn hier al langs geweest en ik kan jullie vertellen: die zijn stikjaloers.”

Twijfel bij de FIFA

Meer dan zeven jaar is er voorafgegaan aan de metamorfose van dit voormalige vergaderpand op het KNVB-complex in Zeist. In die zeven jaar voordat het doorrookte plafond moest worden vervangen, sleutelden mannen als directielid Gijs de Jong stap voor stap aan wat hij en enkele andere „believers” beschouwden als een essentiële toevoeging aan het betaalde voetbal: de Video Assistent Referee, beter bekend als de VAR.

Ze reisden door Europa om anderen te overtuigen, proefden enthousiasme én twijfel en werden een half jaar lang op afstand gehouden door de wereldvoetbalbond FIFA, voordat ze ook in Zürich doorhadden dat het voetbal baat heeft bij een extra scheidsrechter die de man op het veld moet behoeden voor grote fouten.

Er is volop geëxperimenteerd en nu de VAR ook op het WK in Rusland zijn opwachting heeft gemaakt, worden vanaf nu alle eredivisiewedstrijden met een extra paar ogen bekeken. De Jong: „In Italië werden na de invoering van de VAR 44 procent minder schwalbes gemaakt en vielen zes procent minder rode kaarten.” Scheidsrechtercoördinator Dick van Egmond: „Het voetbal wordt opgeschoond. Per speelronde worden er twee tot acht fouten gemaakt. We hopen dat terug te brengen naar twee.”

Nadat het publiek, bestaande uit journalisten, commentatoren en tv-analisten als Gertjan Verbeek en Hans Kraaij Jr., is ingewijd in de woelige totstandkoming van de VAR en deze controlekamer, volgt een talkshow met drie mannen wier meningen over de VAR verschillen.

„Ik had gehoopt dat het aantal discutabele momenten op het WK tot nul zou worden gereduceerd”, zegt Pierre van Hooijdonk, een uitgesproken scepticus. „Dat is mislukt.”

„Is dat wel realistisch?” vraagt KNVB-persman Bas Ticheler, die het gesprek leidt.

Van Hooijdonk: „Nou, ik heb een paar momenten gezien. Iedereen kon toch zien dat het rood was toen die speler op de enkels van Neymar ging staan?”

Scheidsrechter Danny Makkelie, gehuld in het outfit van de VAR (polo, sportieve pantalon, fluorescerende sokken en sportschoenen) benadrukt dat onterecht wordt gedacht dat de VAR er is om het voetbal eerlijker te maken. Dat suggereert dat scheidsrechters hiervoor niet altijd eerlijk zouden fluiten. „Wij kijken puur of een beslissing fout is of niet.”

„Soms is het contact zo licht dat je denkt: jeetje, moeten we daar nou al een penalty voor geven”, zegt Marco van Basten, tegenwoordig chief officer of technical development bij de FIFA. Hij ergert zich aan theatraal gedrag.

„Kijk nou wat die speler doet”, zegt Van Basten wijzend naar het fragment waarbij de Iraniër Morteza Pouraliganji naar de grond gaat na een vermeende klap van Cristiano Ronaldo. „Als ik dit bij jou doe Pierre, dan val jij toch ook niet?”

Discutabele momenten

Bijna een halfuur lang gaat het over gemiste incidenten en discutabele momenten op het WK, waarbij al snel duidelijk wordt dat de VAR geen mechanisme is waarmee het voetbal kan worden ontdaan van heftige discussie.

„Als ik in Moskou had gezeten, had ik op die knop gedrukt”, zegt Van Hooijdonk over een doelpunt van Zwitserland tegen Brazilië dat volgens hem nooit goedgekeurd had mogen worden.

Van Basten: „Ik vond het wel meevallen.”

Anders dan nu het geval is, vindt Van Hooijdonk dat de VAR eindverantwoordelijk moet worden. „Nu blijven we nog steeds schelden tegen de man in het zwart. We moeten juist de agressie uit het stadion wegnemen.”

Van Basten vindt het goed als scheidsrechters vaak naar de monitor langs het veld lopen om situaties nader te bestuderen: „Mensen zijn tevreden als de scheids daarop kijkt.”

Van Hooijdonk: „Waar we het ook over moeten hebben: wat is precies hands?”

Van Basten: „Soms is iets een reflex. Net als wanneer je een kopje laat vallen en je je handen omhoog steekt. Waarom doe je dat? Is een reflex.”

Hoe voortschrijdend de techniek ook is, geen videoscheidsrechter die de discussie kan uitbannen.

Makkelie: „Het blijft altijd een kwestie van interpretatie.”

    • Fabian van der Poll