‘Moeten vrouwen dan ook later met pensioen?’

Pensioen Aan het plan om de AOW-leeftijd te koppelen aan opleidingsniveau kleven nogal wat haken en ogen. ‘Hoever trek je dit door?’

Laagopgeleiden hebben vaker fysiek zwaar werk en leven korter dan hogeropgeleiden, daarom zou de AOW-leeftijd aan opleidingsniveau gekoppeld moeten worden. Dat is eerlijker, vindt het NIDI. Foto Koen Suyk / ANP

Stijgt de AOW-leeftijd niet te snel? Het zijn allang niet meer alleen de vakbonden die deze vraag stellen. Ook economen, demografen en werkgevers beginnen zich af te vragen of het vorige kabinet, Rutte II, niet is doorgeschoten. Voor elk jaar dat de gemiddelde levensverwachting stijgt, moet een jaar langer gewerkt worden. Het werkende deel van ons leven wordt dus relatief steeds groter, en het deel dat we met pensioen zijn steeds kleiner.

Onderzoekers van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) deden dinsdag een voorstel om dat op te lossen. In een studie schreven zij: koppel de AOW-leeftijd aan het opleidingsniveau. Hoe hoger je opleiding, hoe langer je door moet werken. Dat zou eerlijker zijn omdat laagopgeleiden gemiddeld eerder beginnen met werken, fysiek zwaarder werk doen en eerder sterven.

Lees ook: ‘Laagopgeleide moet eerder met pensioen dan hoogopgeleide

Is dat uitvoerbaar? Fieke van der Lecq, hoogleraar pensioenmarkten aan de Vrije Universiteit Amsterdam, vraag het zich af. Er zijn net zo goed hoogopgeleiden met zwaar werk of een laag inkomen. Dat zie je bijvoorbeeld bij mensen die als zelfstandige werken, zegt ze. „Die zijn soms iets heel anders gaan doen dan waar ze voor opgeleid zijn: de accountant die een restaurantje begint.”

Ook Marloes Lammers, onderzoeker sociale zekerheid bij economisch onderzoeksbureau SEO, ziet praktische bezwaren. Scholieren zouden bijvoorbeeld weten dat ze na een hogere diploma vier of vijf jaar langer moeten werken. „Dan ontmoedig je het volgen van een hoge opleiding.”

Dan zou Lammers het slimmer vinden om de AOW-uitkering te laten ingaan na een bepaald aantal gewerkte jaren. „Dan zeg je: na veertig of vijftig jaar werken is het genoeg geweest.”

‘Vrouw leeft ook langer’

De NIDI-onderzoekers vonden het juíst eerlijk om verschil te maken. Ze schrijven dat een 67-jarige laagopgeleide in 2021 nog gemiddeld 18 jaar te leven heeft, tegenover 21,6 jaar voor een hoogopgeleide.

„Maar hoe ver wil je daar in gaan”, vraagt Lammers zich af. „Vrouwen leven gemiddeld langer dan mannen. Moeten vrouwen dan ook later met pensioen gaan dan hun man?”

Er zouden volgens de NIDI-studie drie AOW-leeftijden komen: voor hoogopgeleiden (hbo en universiteit), laagopgeleiden (basisschool, vmbo, mbo-1, onderbouw havo en vwo) en middelbaar opgeleiden (alles daar tussenin).

Hoogopgeleiden zouden de nu geplande stijging van de AOW-leeftijd blijven volgen. Naar 67 jaar in 2021 en daarna meestijgend met de levensverwachting. De stijging voor laag- en middelbaar opgeleiden zou vertraagd worden. De eerstkomende jaren – in ieder geval tot 2030 – zou hun AOW-leeftijd worden bevroren op 66 jaar.

Vakbond FNV vindt dat een goed idee. „We moeten het voorstel nog beter bestuderen”, zegt woordvoerder Harrie Lindelauff, „maar er zitten veel positieve elementen in”.

Toch zou de vakbond nog verder willen gaan, omdat voor mensen met een zwaar beroep ook 66 jaar een hoge pensioenleeftijd is. Daarom willen ze dat het – net als vroeger – weer mogelijk wordt om met vervroegd pensioen te gaan. „Wij pleiten ervoor dat de boetes daarop worden geschrapt”, zegt Lindelauff.

Lees ook: Wat is zwaar werk, en wat niet?

Zoals het er nu naar uitziet, gaan vakbonden en werkgevers het kabinet binnenkort vragen om een vertraging van de geplande stijging van de AOW-leeftijd – voor iedereen dus. In ruil daarvoor steunen de sociale partners het kabinet dan bij de introductie van een nieuw aanvullend pensioen. Er wordt door de sociale partners nog onderhandeld over deze plannen.

Daarom zijn vakcentrale CNV en de werkgeversverenigingen VNO-NCW en MKB-Nederland terughoudend met het geven van een reactie.

Volksverzekering

Hoogleraar Van der Lecq snapt dat er discussie is over de snelle stijging van de pensioenleeftijd, maar ze zegt wel dat het loslaten van één AOW voor iedereen een „fundamentele” verandering zou zijn, die goed doordacht moet worden. „De AOW is een volksverzekering voor iedereen, ongeacht opleidingsniveau of werkhistorie. Ook een heleboel mensen die niet hebben gewerkt krijgen AOW: huisvrouwen, gedetineerden, mensen in een opvanginstelling of klooster.”

Uiteindelijk vindt Van der Lecq het vooral belangrijk dat mensen met een zwaar beroep geholpen worden om op middelbare leeftijd aan een nieuwe, minder zware baan te komen. „Daar zou alle energie op gericht moeten zijn. Daar zijn ook hoogopgeleiden met een zwaar beroep bij gebaat, zoals luchtverkeersleiders. Dat hou je ook niet je hele leven vol.”

    • Christiaan Pelgrim