Opinie

    • Ykje Vriesinga

Moet ik wel elke dag iets anders aan naar kantoor!?

Deze zomer bespreekt NRC-redacteur Ykje Vriesinga methodes om beter te werken. Deze keer: hoe ontsnap je aan het triviale?

Illustratie Roos Liefting

Ik heb vandaag iets radicaals gedaan. Ik heb precies dezelfde kleding aangetrokken naar kantoor als gisteren. Skinny jeans met daarover een tuniek met afbeeldingen van jaguars. En dat is nog niet het enige. Ik loop alwéér op mijn Birkenstocks. Van die foeilelijke sandalen waarvan we ongeveer eens in de tien jaar collectief besluiten dat we ze heel modieus vinden. Totdat we ons weer collectief realiseren hoe lelijk ze zijn. Maar oh, wat zijn die dingen toch comfortabel.

Gewoonlijk leg ik ’s avonds mijn outfit voor de volgende dag klaar. En zo niet, dan heb ik ’s ochtends nog eventjes tijd om te tutten. Maar dit keer had ik tot ’s avonds laat een leuk gesprek met mijn broer. En ’s ochtends wilde ik snel de deur uit om te sporten.

Toen kwam ik op het gewaagde plan van de kledingherhaling. Ykje, zei ik tegen mezelf, durf te leven.

Slons

Stiekem vind ik het best spannend. Mijn collega’s kunnen nu van alles over me gaan denken. Dat ik mijn werk niet belangrijk vind. Dat ik een slons ben. Ongeschikt voor promotie. Dat ik stink omdat ik altíjd hetzelfde draag.

Of ze denken er helemaal niets van natuurlijk. Dat kan ook. Omdat ze veel te druk zijn met hun eigen kledingkronkels. Wie zich niet bezorgd maakt over het regelmatig rouleren, zoals ik, heeft misschien wél steeds herhalende gedachtencirkels over de vraag of de outfit in kwestie niet te oud maakt. Of te jong. Te sexy. Of te serieus.

Het schijnt dat de gemiddelde mens 50.000 tot 70.000 gedachten per dag heeft. Als we al die gedachten zelfs maar gedeeltelijk in dezelfde richting zouden kanaliseren, bijvoorbeeld de vraag hoe we klimaatverandering kunnen overleven, dan hadden we allang het universum kunnen koloniseren.

Maar in plaats daarvan besteden we een aanzienlijk deel van onze energie aan aardse zaken zoals de vraag wat we aan moeten naar kantoor. En het vervolgens bij elkaar shoppen van deze outfits, het wassen, strijken, opvouwen, ordenen en ophangen.

En vergeet ook niet het puzzelen over wat je wanneer aan moet, op basis van wie je waar gaat zien. Want ja, je wilt natuurlijk niet op de bedrijfsbarbecue verschijnen in precies dat ene jurkje dat ook in de collectie zit van één van je collega’s.

Wat sowieso niet gebeurt natuurlijk. Want die collega spendeert ook een flinke portie van haar denkkracht aan wat er in de kledingkasten van alle tientallen, soms wel honderden, collega’s hangt.

Prefrontale kledingkwab

Ik geef hier een voorbeeld met vrouwen, maar ik heb een sterk vermoeden dat mannen ook allerlei van dit soort regels in hun hoofd hebben. Hoe kunnen we anders verklaren dat de meeste mannen altíjd lange broeken dragen, zelfs tijdens een superhittegolf?

Toch denk ik dat de prefrontale kledingkwab van mannen minder overbelast is. Zelfs de stropdas, het enige totaal onpraktische item van een herenoutfit dat ik kan bedenken, heeft menig man allang afgeworpen.

Ik ben niet van de samenzweringstheorieën. Maar hoe kan het toch dat het in onze evolutie zo is gegaan dat de vrouwen zijn geëindigd met:

-Hoge hakken

-Jurken en rokken, zonder zakken

-Handtassen, voor al die dingen die je in die zakken had willen stoppen. En die nu een kluwen vormen van sleutels, koptelefoons en haarelastiekjes die je dan weer uit elkaar moet prutsen. Net als je doodmoe met een blaar op je teen voor je huisdeur staat na een hele dag rondrennen op hoge hakken.

Joggingpakken

Hoeveel energie, tijd en hersencapaciteit dit soort gedoe me kostte, daar kwam ik pas achter toen ik de energie, tijd en hersencapaciteit niet meer had. Ik ben tegenwoordig een gescheiden moeder met twee kleine kinderen die vier dagen werkt. En dat met de hersenschade die je overhoudt aan jaren van gebroken nachten.

Ik merk dat ik daardoor steeds afzak langs het kledingcontinuüm, dat zo ongeveer verloopt van:

- Onberispelijk, modieus, verzorgd. Altijd.

- Geen kleding meer kopen waar je ingewikkelde wasdingen voor moet doen, zoals naar de stomerij.

- Geen kleding meer kopen die je moet strijken.

- Geen kleding meer kopen, punt.

- Geen hakken naar kantoor.

- En nu dus ook geen kledingroulatieschema meer. Gewoon ’s ochtends in het kloffie van gisteren schieten.

De volgende stap is dat ik op mijn werk verschijn in steeds dezelfde joggingpakken. Grijs, want vlekbestendig. Mét overal handige zakken.

Japke-d. Bouma is met zomerstop.
    • Ykje Vriesinga