Opinie

    • Ellen Deckwitz

Het badje

Senioren en hitte zijn een slechte combinatie. Neem mijn overbuurman van 85: die hing de afgelopen dagen zo slap in zijn tuinstoel dat ik af en toe genoodzaakt was de ramen open te doen om keihard Thunderdome te draaien. Wanneer hij dan woedend opsprong (ik moest de volumeknop wel flink omhoogschroeven want hij is ook een beetje doof aan het worden) wist ik dat hij nog leefde en kon ik de herrie weer afzetten.

Ook mijn ouders zijn aan de verouderende hand: sinds maandag zijn ze 81 en 66. De afgelopen decennia hebben ze van alles met glans doorstaan: roken, drinken, lsd, kinderen, een Hongerwinter (mijn vader dan), een vliegtuigcrash plus het total loss rijden van diverse fietsen, auto’s en motoren. Nog steeds zijn ze zo vitaal als een sprinkhaan, maar nu het de afgelopen weken zo heet is, merk ik toch dat ik wat bezorgd ben.

„Ja we kijken uit met de warmte”, zuchtte mijn moeder toen ze gisteren de telefoon opnam (misschien bel ik de laatste tijd iets te vaak). „Bovendien heeft je vader een badje voor de achtertuin gekocht.”

Ze stuurde me een foto van zichzelf in een opblaasbad. Ik was meteen opgelucht. Als mijn ouders nou de hele dag braaf in dat badje zouden zitten zou ik me nergens meer zorgen over maken. Ik besloot niet door te zeuren of ze er ook de sproeier bij aan konden zetten want je moet elkaar ook tegemoetkomen.

Die avond hing ze echter ongerust aan de lijn. „Ik maak me een beetje zorgen over het badje”, zei ze, „ik wil het water niet elke dag weggooien. Dat is zonde.”

„Dan giet je het toch over de planten?”

„Nee want het water is vuil.” Ik was vergeten dat mijn ouders hun tuin alleen met Evian besproeien.

„Het is gevaarlijk om zo’n gevuld badje in je achtertuin te hebben”, zei ze.

„Gevaarlijker dan een vijver?”

„Straks valt er een inbreker in en breekt hij iets.”

„Prima toch? Scheelt weer een Dobermann.”

„Het is superzielig als een inbreker iets breekt! En straks heeft hij wat gedronken en verdrinkt hij dan ook nog!”

„Ik denk niet dat iemand voor een inbraak iets drinkt. Jij hebt toch ook nooit met een slok op voor de klas gestaan?”

De volgende dag kreeg ik een appje van mijn moeder. Ze hadden een afdekzeil over het badje gedaan.

„En we laten ’s nachts nou ook de tuinverlichting aan”, schreef ze erbij, „dan zien ze waar ze kunnen lopen.” Ze liet een stilte vallen waarin ik mijn bezwaren kon uiten, maar ik zei uiteraard niets. Mijn moeder zuchtte tevreden.

„Dit is echt het beste voor iedereen”, zei ze.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.
    • Ellen Deckwitz