Heel veel genen gevonden voor schoolsucces

Menselijke genetica

Ruim duizend genen beïnvloeden hoe slim een mens is. Maar ze verklaren maar 10 procent van de variatie.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Er zijn ruim 1.250 plaatsen op het menselijk DNA waar erfelijke variatie invloed heeft de duur van een schoolopleiding. Daar liggen genen die bijna allemaal betrokken zijn bij de groei en werking van hersencellen. Het zijn genen voor de aanleg van zenuwcellen voor de geboorte, voor de vorming van verbindingen tussen zenuwcellen (synapsen) en voor de aanmaak van boodschappermoleculen in de hersenen.

De kleine erfelijke variaties in en rond die honderden genen verklaren alles bij elkaar echter slechts 11 tot 13 procent van de verschillen in opleidingsduur. Dat blijkt uit onderzoek onder ruim 1,1 miljoen mensen van wie erfelijke gegevens bekend zijn en van wie bekend is hoe veel jaar schoolopleiding ze hadden. Het resultaat is maandag gepubliceerd in Nature Genetics.

Dit onderzoek naar de genen van sociale kenmerken is belangrijk voor het begrip over nature en nurture, over aanleg en omgevingsinvloeden. Dezelfde onderzoekers zochten eerder naar scholingsgenen in kleinere groepen mensen waarvan de genetische gegevens en de scholingsduur bekend zijn.

Dit onderzoek maakt duidelijk hoe nature en nurture overlappen

In 2013 vonden ze de eerste drie plaatsen op het DNA die invloed hebben, bij onderzoek onder ruim 100.000 mensen. Dat was het eerste onderzoek, gepubliceerd in Science, waarbij met betrouwbare methoden sociale kenmerken aan erfelijke eigenschappen werden gekoppeld. In 2016 volgde de vondst van 76 DNA-locaties uit de analyse van de erfelijke informatie van 400.000 mensen. Nu is er de uitbreiding naar 1,1 miljoen mensen.

Wat heb je daar aan? Allereerst, schrijven de ongeveer driehonderd betrokken onderzoekers, waarvan veel uit Nederland, in hun slotparagraaf, blijkt in volle omvang hoe een eigenschap van veel genen afhankelijk kan zijn. Hoe groter je je onderzoekgroep maakt, hoe meer genen je vindt. Dat gaat door, maar uiteindelijk vind je genen met „niet-triviale voorspellende kracht”. Misschien hebben sommige van die genen voor een individu veel invloed, maar binnen de hele groep is hun invloed verwaarloosbaar klein.

Met de gevonden kandidaatgenen kunnen onderzoekers in het laboratorium voluit aan de slag om onbekende hersenprocessen te ontrafelen.

Nature en nurture

En over aanleg en omgevingsinvloeden maakt dit onderzoek, in combinatie met ander onderzoek, duidelijk dat nature en nurture op een ingewikkelde manier overlappen. In landen met goed en goed toegankelijk onderwijs is de invloed van de genen groter. Maar de scholingsduur van een kind is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de genen die de ouders níét aan dat kind doorgeven. Want die bepalen kennelijk wel mede de omgeving waarin het kind opgroeit.

Voordat dit onderzoek begon, was er angst dat één gen erg veel invloed zou hebben op opleidingsduur en, daarvan afgeleid, intelligentie of cognitieve vermogens.

Onderzoeker Philipp Koellinger, betrokken bij alle drie de scholingsduuronderzoeken, nu verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, zei al in 2013 in NRC Handelsblad over die eerste publicatie van drie genen: „Er zijn geen allesbepalende genen. Genetische selectie, bijvoorbeeld voor een schoolopleiding, kan dus in werkelijkheid niet.”

    • Wim Köhler