Brieven

Brieven

Het in NRC besproken concept van hypocognitie, dat ook datgene dat wij niet weten ons denken stuurt (Je weet niet wat je niet weet - en dat leidt tot fouten en arrogantie, 21/7), sluit mooi aan bij de Sapir-Whorf hypothese van alweer driekwart eeuw geleden, namelijk dat onze taal onze waarneming beïnvloedt. Benjamin Lee Whorf, specialist in indianentalen en verzekeringsman, moest indertijd ontraadselen waarom branden en ontploffingen steeds voorkwamen in een opslagplaats voor lege petroleumvaten. Door met de indiaanstalige werklieden te praten ontdekte hij dat zij geen woord kenden voor ‘vervluchtigen’ of ‘damp’. Volgens Whorf konden ze dan ook geen notie hebben van het brandgevaar van lege petroleumvaten. Zijn vondst leidde tot veel over en weer over de vraag of sprekers van verschillende talen elkaar wel voldoende kunnen begrijpen. Een fascinerende toevoeging van het concept hypocognitie is dat het de sprong maakt van het verschil tussen talen naar verschillen in levensopvatting. Juist omdat je geen zicht hebt op wat je niet weet, denk je er wel verstand van te hebben. Bij hypocognitie leidt de niet-erkende onwetendheid niet tot onderzoek maar tot betweterigheid, of het nu gaat om verschillen in politieke en religieuze overtuigingen, of over het gedrag van zomaar een buurman of onbegrepen familielid. De ander wordt gemeten met het strikt eigen begrippenkader, en als dat niet wil passen ontstaat ergernis en het idee dat de ander raar is, lui, onbeleefd of wat ook. Wellicht is de oplossing van veel onderling misverstand door dit begrip net zo nabij als indertijd Whorfs openbaring van de petroleumdamp.

    • Hedda Martens