Is het T-Huis in Breda nu wel of geen kunstwerk?

Horeca

De uitbater van het markante restaurant T-Huis in Breda ruziet al vier jaar met de eigenaar. Moet het gebouw worden onderhouden als een kunstwerk?

Het T-huis in het Bredase park Valkenberg. Veel lampen op het John Körmeling ontworpen gebouw zijn kapot. Foto Piet den Blanken/HH

Woorden als ‘Taart’, ‘Koffie’, ‘Thee’, ‘Soep’ en ‘Bier’ prijken prominent op de gevel van het Bredase T-Huis. Ze moeten bezoekers richting het terras van het theehuis in stadspark Valkenberg lokken. Ook ’s avonds, als de lampen waaruit de woorden bestaan gaan branden, zo bedacht de architect John Körmeling twintig jaar geleden. Toch zien avondbezoekers nu slechts ‘Tart’, ‘Ofie’, ‘Hee’, ‘Soe’ en ‘Er’. Kapotte lampen. Wie voor vervanging verantwoordelijk is, is nu al vier jaar inzet van een conflict tussen de eigenaar van het pand en de uitbater.

De onderhoudsklussen stapelen zich op, verzucht Marike Schellekens. Ruim vijftien jaar bestiert ze het theehuis in het park in Breda, precies tussen het station en stadscentrum in. Ze somt op: naast vervanging van de lampen hebben zowel de binnen- als buitenkant een nieuwe laag verf nodig, in door de architect vastgestelde kleuren. Er moet een nieuwe binnenvloer komen en het is er koud in de winter doordat de tochtstrips niet goed zijn geplaatst.

Het conflict komt voort uit een simpele vraag: is het T-Huis een kunstwerk? Nee, zegt de Bredase ondernemersfamilie De Jonge, die eigenaar is van het pand: dit is puur een horecazaak. Zij vindt dan ook dat het pand niet als een kunstwerk onderhouden hoeft te worden. Ja, zeggen de uitbater en architect Körmeling: hoe het pand erbij moet staan is precies vastgelegd en zo moet de eigenaar er ook mee omgaan.

Huis op een rotonde

Körmeling verwierf landelijke bekendheid met het draaiende huis op een rotonde in Tilburg en Happy Street, het Nederlandse paviljoen bij de wereldtentoonstelling in Shanghai (2010). Een van zijn eerste bekende ontwerpen was echter het T-Huis. Hij zond zijn idee midden jaren negentig in toen de gemeente Breda een wedstrijd uitschreef voor een toonaangevend kunstwerk annex horecazaak in het opgeknapte stadspark. Het pand moest eenvoudig maar sprankelend worden. Een betonnen vloer, stalen frame en letters op het dak die het afmaken.

De gemeente wilde zelf de bouw niet op zich nemen en was dus blij toen de lokale ondernemer Pierre de Jonge zich meldde. Hij werd groot met de verkoop van gokkasten en had verschillende casino’s in de regio Breda. „Pierre de Jonge gaf aan dat hij iets voor de stad wilde doen en vanuit die intentie de bouw van het T-Huis op zich wilde nemen”, zegt de gemeente nu. „Daarom was er geen aanleiding voor een aanbesteding.” Voor de realisatie paste Breda flink bij: uit het kunstbudget kwam omgerekend zo’n 202.000 euro en de Mondriaan Stichting stelde ruim 41.000 euro beschikbaar.

Ronkend aangeprezen

De start verliep feestelijk. Toeristen wisten het bijzondere gebouw al snel te vinden. In het blad Kunst in de Openbare Ruimte, een eigen uitgave van de gemeente, werd het gebouw ronkend aangeprezen. Het was een ontwerp dat in een stripboek niet zou misstaan. Een vlot dat door het golvende grasveld lijkt te worden opgetild.

Het gaat echter mis in 2014. Na het overlijden van Pierre de Jonge nemen zijn kinderen het beheer over. Schellekens laat hen in een van de eerste gesprekken weten: het mooie kunstwerk van weleer dreigt in verval te raken als het onderhoud niet snel wordt gedaan. Er gebeurt vrij weinig. Pas twee jaar later, als Schellekens na herhaalde oproepen betaling van de huur opschort, wordt er iets gedaan: vervanging van de buitenvloer. De nieuwe eigenaren legden er volgens Körmeling echter „een fietspadlaag” op. Dat was niet zoals architect Körmeling het bedacht had. Spelende kinderen haalden hun knieën er aan open.

De vloer is inmiddels weer vervangen, maar de rest van het onderhoud blijft volgens Schellekens achterwege. Met steun van Körmeling heeft ze de eigenaren gesommeerd de gebreken te herstellen. Hun advocaat laat in een brief aan haar weten: „Cliënten hebben aan hun onderhouds- en herstelwerkzaamheden voldaan. […] Mocht u desalniettemin van mening zijn dat u beter uw geld en tijd kunt investeren in een procedure tegen cliënten in plaats van er (eindelijk) voor te zorgen dat uw horecagelegenheid rendabel wordt […] dan zien de cliënten de procedure met vertrouwen tegemoet.”

Schellekens wendt zich tot de gemeente. Zij erkenden het T-Huis toch als een kunstwerk en dan moet het toch in originele staat worden teruggebracht? Een kolderieke conversatie ontstaat. Ze moet het maar aan Körmeling zelf vragen. „Is hij kunstenaar en/of architect en waar ziet hij de scheidslijn […] Een architectonisch bijzonder object, een kunstobject, een architectonisch kunstobject of een kunstzinnig restaurant??? […] In 2004 heeft het de Bredase architectuursprijs gewonnen, misschien beantwoordt dat de vraag.”

‘Geen standaard bedrijfspand’

Architect Körmeling is duidelijk: dit is kunst. „Het is geen standaard bedrijfspand en betaald vanuit het kunstbudget.” Hij vindt het schokkend dat gemeente en eigenaren dit werk in elkaar laten zakken. Via een brief heeft hij Breda gevraagd de eigenaren te verplichten het pand op te knappen. „Ik ben ontwerper en wil dingen maken en me niet bezighouden met dit soort geklooi.”

Huurder Schellekens wil nu via de rechter afdwingen dat de eigenaren de volgens haar uit het huurcontract voortkomende verplichtingen naleven. De WOZ-waarde van het pand ligt met 168.000 euro inmiddels een stuk onder het bedrag dat als subsidie aan het kunstwerk is bijgedragen. Het zegt volgens haar wat over de stand van onderhoud van het T-Huis. „Als ik één euro zou krijgen voor elke foto die hiervan was genomen, was ik schatrijk geworden. Maar daar gaat het mij niet om. Ik wil gewoon lekker werken in dit prachtige pand. Het T-Huis is een kunstwerk en dat moet worden erkend.”

    • Jorg Leijten