Opinie

    • Ilja Leonard Pfeijffer

De verkeerde kant op

Ik schrijf deze column in de Intercity van Genua naar Milaan, waar ik een belangrijke afspraak heb. Strikt literair geredeneerd, ga ik de verkeerde kant op. Voor een reis in de omgekeerde richting zou ik parallellen kunnen trekken met anderen die in het verleden diezelfde reis hebben gemaakt, zoals de kruisvaarders, Lord Byron en het peloton tijdens La Classicissima. Maar ik ga pas vanavond terug en dat is te laat voor deze column.

Wanneer ik geen belangrijke afspraken heb, hetgeen gelukkig afgezien van vandaag vrijwel continu het geval is, ben ik hard aan het werk aan een nieuwe roman. In de vorige twee afleveringen van dit mini-feuilleton heb ik daar al gewag van gemaakt. Wie schrijft, denkt onherroepelijk aan al die anderen die voorheen hebben geschreven, zoals het bijna niet te voorkomen is dat het KNMI, zodra een officiële hittegolf is afgekondigd, de huidige toestand op alle mogelijke manieren gaat vergelijken met eerdere officiële hittegolven die in de annalen staan geboekstaafd, of zoals je tijdens een treinreis denkt aan beroemde voorgangers die in dezelfde dan wel tegenovergestelde richting zijn gereisd. Daarover wil ik het vandaag hebben.

Zodra je laatje opentrekt om een leeg vel papier tevoorschijn te halen, loop je het risico dat de hele boekenkast over je heen valt. Zodra je bedenkt om je protagonist een snor te geven, doemen tientallen snorren uit de wereldliteratuur op in je gedachten, die stuk voor stuk borsteliger, manhaftiger en relevanter zijn dan het armoedige snorretje dat jij op het gezicht van je personage aan het tekenen bent. Het feit dat de literaire traditie zo opdringerig over je schouder meekijkt, is een van de meest fascinerende aspecten van het schrijven.

Dat kan heel lastig zijn. Het kan je de moed ontnemen, zoals ik persoonlijk ook even minder gemotiveerd kan zijn om zelf te schrijven wanneer ik net een rijke bibliotheek of een goed gesorteerde boekhandel heb bezocht. Het is ook een bekend gegeven dat enthousiaste jongelingen die schrijver willen worden, Nederlands gaan studeren en vervolgens tijdens de jaren van hun studie geen letter meer op papier krijgen omdat ze te zeer zijn geïntimideerd door de literatuur waarin zij zich onderdompelen.

Een manier om het gevaar van intimidatie te omzeilen, is de traditie te negeren. Dat gaat een stuk makkelijker als je de traditie sowieso niet kent. Dan ga je in je eentje opnieuw het wiel zitten uitvinden en vind je dat de mensen geïnteresseerd moeten zijn in jouw wiel, omdat jij dat hebt gemaakt.

Interessanter is het om een gesprek met de traditie aan te gaan en te dansen met de grote schrijvers uit het verleden, in plaats van te hopen dat ze ophouden te bestaan als je ze maar genoeg negeert. In plaats van in het luchtledige maar iets te gaan zitten scheppen, als een irrelevant godje, is het intrigerender om alles wat mensenhanden eerder hebben gemaakt te gebruiken als bouwstenen voor je kasteel.

In de roman die ik nu aan het schrijven ben, maakt iemand een reis, zoals ik nu mijn reis van Genua naar Milaan bijna heb voltooid. De traditie zorgt ervoor dat hij niet alleen hoeft te gaan. Hij heeft illustere reisgenoten.

Ilja Leonard Pfeijffer vervangt Frits Abrahams tijdens zijn vakantie
    • Ilja Leonard Pfeijffer