Israëlische soldaat gefilmd? Dat kan vijf jaar cel worden

Wetsvoorstel

Het online delen van bepaalde beelden wordt nu al vaak bestraft. Het Israëlische kabinet wil het liefst nóg een stapje verder gaan.

Een muurschildering van de Palestijnse activist Ahed Tamimi. Foto Mussa Qawasma/Reuters

Israël heeft de Palestijnse activiste Ahed Tamimi (17) en haar moeder zondagochtend vrijgelaten. Beiden hebben er acht maanden gevangenisstraf op zitten. Tamimi werd een internationale beroemdheid nadat ze een Israëlische soldaat in het gezicht had geslagen. Minder aandacht was er voor haar moeder, Nariman Tamimi, die werd veroordeeld wegens „aanzetten tot geweld” omdat zij een live stream van het incident op Facebook had geplaatst. Sinds het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken in 2015 een speciale afdeling opzette om online haatzaaien tegen te gaan, neemt het aantal veroordelingen hand over hand toe. Er liggen twee wetsvoorstellen in het Israëlische parlement die de trend nog zullen versterken.

Lees ook: Palestijnen vinden hun nieuwe verzetsheldin van 16 jaar oud

In 2017 werden volgens Palestijnse rapporten 300 mensen gearresteerd om hun online activiteiten. Het Israëlische leger stelt dat de arrestaties nodig zijn om terrorisme tegen te gaan. „Veel aanslagplegers hebben achteraf aangegeven dat ze waren beïnvloed door haatzaaiend materiaal online, en dat ze daarom besloten een aanslag te plegen”, zegt een woordvoerder. Vanaf september 2015 was er een golf van aanslagen door individuele Palestijnen, die in de meeste gevallen met een keukenmes op pad gingen. Daarbij werden zeker zestig Israëliërs gedood, plus ruim 200 Palestijnen die volgens Israël op weg waren naar een aanslag of na hun actie werden neergeschoten. Sinds de oprichting van de eenheid nam het aantal aanslagen af.

Slechte smaak, geen geweld

Het verband tussen aanslagen en (andermans) online activiteiten is echter nooit aangetoond. „Wie zegt dat iemand een aanslag gaat plegen omdat hij iets op Facebook plaatst?” zegt advocaat Mahmoud Hassan, die verscheidene gevallen juridisch bijstaat. Veruit de meeste online berichten van zijn cliënten noemt hij „hoogstens slechte smaak, en zeker geen oproepen tot geweld”. Volgens Hassan wordt actief gezocht naar mogelijk problematische berichten, zelfs van jaren terug. „Alles kan onder de definitie ‘aanzetten tot geweld’ vallen, één Facebook-bericht is al genoeg. Voor een nietszeggende post betalen mensen zes maanden tot een jaar van hun leven.” Soms valt de straf nog hoger uit, zoals bij de Palestijns-Israëlische dichteres Dareen Tatour uit Nazareth, die al tweeëneenhalf jaar onder huisarrest staat wegens een gedicht en enkele andere Facebook-posts. In mei werd zij schuldig bevonden aan aanzetten tot terrorisme en geweld, deze week hoort zij hoe hoog haar straf uitvalt. Er is 15 tot 26 maanden cel geëist. Daarentegen worden Israëliërs die haatzaaien tegen Palestijnen volgens advocaten en activisten vrijwel nooit veroordeeld.

Nog niet vergaand genoeg

Als het aan het Israëlische kabinet ligt, gaat de wet straks nog een stapje verder. Volgens een wetsvoorstel dat in juni in de Knesset werd besproken, komt op het filmen van Israëlische soldaten binnenkort niet enkele maanden, maar vijf jaar cel te staan. Dat zou de Palestijnen volgens mensenrechtenactivist Issa Amro niet alleen hun vrijheid van meningsuiting ontnemen, maar ook hun enige middel om zich te verdedigen tegen mensenrechtenschendingen.

De mogelijkheid om zelf acties in de bezette gebieden te documenteren was volgens Amro een belangrijke stap in de emancipatie van de Palestijnse bevolking. „Toen wij in 2006 begonnen met filmen van militaire acties in Hebron, moesten we mensen smeken om ook opnames te maken”, vertelt hij. „Nu pakt iedereen spontaan zijn telefoon om live videobeelden uit te zenden.” Het heeft volgens Amro een groot verschil gemaakt. „Soldaten hielden zich in omdat ze beseften dat het gedocumenteerd kon worden”, zegt hij. „In veel rechtszaken vormden video’s het belangrijkste bewijs.” Al verwacht Amro dat activisten hoe dan ook zullen doorgaan met filmen, als de wet wordt aangenomen is nog maar de vraag of het verzamelde materiaal dan nog als bewijs kan worden gebruikt. Het wetsvoorstel stuitte ook internationaal op felle kritiek, onder meer van de International Federation of Journalists.

Facebook-wet

Een tweede wetsvoorstel werd vorige week tot veler verrassing op het laatste moment tegengehouden door premier Benjamin Netanyahu. Met de zogeheten Facebook-wet zou de Israëlische staat bedrijven als Facebook, Twitter en Google voor de rechter kunnen slepen als berichten die „aanzetten tot geweld” niet tijdig worden verwijderd. Nu al verwijderen sociale-mediaplatforms regelmatig berichten, foto’s of accounts van Palestijnen. Volgens de Israëlische minister van Justitie voldoet Facebook in 95 procent van de gevallen aan verzoeken van de Israëlische regering.

Lees ook: Israël wapent zich met nepnieuws tegen Palestijnen

De verwachting is dat de nieuwe wetgeving de druk op andere platforms om mee te werken opvoert; Twitter blokkeerde begin juli een aantal accounts die aan Hamas of Hezbollah gelieerd zouden zijn nadat Israël met juridische stappen had gedreigd. „De procedures zijn problematisch”, zegt Avner Pinchuk van de Israëlische mensenrechtenorganisatie ACRI. „Het is niet transparant, we kunnen niet nagaan waarom dingen worden gecensureerd.” Bovendien worden met enige regelmaat berichten verwijderd of zelfs mensen opgepakt door vertaalfouten uit het Arabisch; een bekend voorbeeld is een wegwerker die uren op het politiebureau doorbracht nadat zijn „goedemorgen”-foto met een bulldozer abusievelijk was gelezen als „val ze aan”.

Abbas doet hetzelfde

De ontwikkelingen passen in een trend van steeds verdere beperking van de vrijheid van meningsuiting. Facebook is voor veel Palestijnen de belangrijkste nieuwsbron. Issa Amro wijst erop dat vorig jaar al diverse Palestijnse mediaorganisaties moesten sluiten op last van de Israëlische autoriteiten. Ook de Palestijnse regering van president Mahmoud Abbas heeft berichten op sociale media ontdekt als grond om mensen te censureren en op te pakken. Sinds juli 2017 is de wet op elektronische criminaliteit van kracht, die de Palestijnse Autoriteit ruime bevoegdheden geeft om journalisten en activisten te arresteren om hun online activiteiten. „Ze doen precies hetzelfde als Israël”, aldus Amro, die zelf zowel door de Israëliërs als door de Palestijnen in de gevangenis werd gezet.

Beide wetsvoorstellen liggen tot na het zomerreces in de koelkast. De kans is groot dat ze nog worden afgezwakt voor er weer over wordt gestemd. Maar of ze erdoor komen of niet, Amro ziet de effecten van de toegenomen druk nu al terug in zijn omgeving. „Negentig procent van de mensen is weer bang geworden om te filmen en dingen online te plaatsen”, zegt hij. „Straks zijn we weer terug bij af.”

    • Jannie Schipper