Nieuwe hockeyploeg mist boegbeelden, maar is wel een hecht collectief

WK hockey

Het Nederlands team is sterk veranderd sinds het vorige WK. Eén ding is wel hetzelfde: de hockeysters zijn weer topfavoriet.

De Nederlandse hockeysters vieren de 12-1 overwinning op Italië in de groepsfase van het WK. Kate McShane/Getty Images

De beste zijn, is niet zo simpel als een oranje shirt aantrekken. Was getekend: Alyson Annan, coach van de Nederlandse hockeyvrouwen, vorig jaar in NRC. Ze wilde maar zeggen: ja, wij zijn nummer één van de wereld, maar we moeten steeds maar laten zien dat we dat verdienen. En dat we dat kunnen blijven.

Sinds het vorige WK hockey – in 2014 in Den Haag – is een gouden generatie hockeysters gestopt, van wie de meesten na het zilver op de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016. Een jonge groep stond op om de ongekende reeks te vervolgen: na de bronzen medaille op de Spelen in Sydney in 2000 misten de Nederlandse hockeysters geen enkele finale op de Spelen of op een WK. Nederland is de altijd-favoriet.

Het team

In Londen, tijdens het huidige WK, zijn slechts zeven speelsters actief die er in 2014 onder bondscoach Max Caldas ook bij waren: Carlien Dirkse van den Heuvel, Margot van Geffen, Eva de Goede, Kelly Jonker, Marloes Keetels, Caia van Maasakker, Xan de Waard en Lidewij Welten.

Elf nieuwe gezichten dus. En toch weer topfavoriet op dit WK. Deze nieuwe groep oogt in de groepsduels in Londen geolied, lijkt feilloos ingespeeld op elkaar. Drie, bijna potsierlijk dominante overwinningen onderweg naar een kwartfinaleplek: eerst Zuid-Korea (7-0) en China (7-1) en zondag 12-1 tegen Italië, de grootste overwinning ooit van een team op een vrouwen-WK.

Het zegt misschien niet alles over de kwaliteit: dit WK is uitgebreid naar zestien landen en voor dat aantal zijn er simpelweg te weinig landen met een hoog niveau. Een land als China was overigens nog wel olympisch finalist in 2008 in eigen land, maar werd ook toen verslagen door de Nederlandse vrouwen.

In China is het hockey achteruit gehold, in Nederland niet. De internationale top is bij de vrouwen weliswaar minder breed dan bij de mannen, de spoeling in Nederland is dusdanig groot en de kwaliteit van de competitie evenzo, dat verval voorlopig niet dreigt. Ook niet als het team boegbeelden binnen en buiten het veld ontbeert, zoals in het verleden Ellen Hoog, Maartje Paumen, Naomi van As en Kim Lammers. Die namen zijn vervangen door een groep speelsters zonder dezelfde allure, maar die wel in relatief kort tijdsbestek gesmeed zijn tot een hecht collectief.

De coach

Max Caldas, nu bondscoach bij de mannen, was coach van de vrouwen tijdens het WK in 2014. Emotioneel betrokken, onderdeel van het team. Richtte zich nog meer op de mens dan op de sporter. Caldas ging persoonlijk bij toenmalig aanvoerder Maartje Paumen thuis langs, om te vertellen dat hij ermee wilde stoppen. De geboren Argentijn was de gepassioneerde leider, de temperamentvolle. Hij werkte vier jaar met de beste ploeg die het vrouwenhockey ooit gekend heeft.

Nu Alyson Annan, de tweevoudig beste speelster ter wereld en in 2014 bij Amsterdam pas de tweede vrouwelijke hoofdcoach in de hoofdklasse bij de mannen. Zij kreeg de Nederlandse vrouwen onder haar hoede na Sjoerd Marijne, die in 2015 na een jaar aan de kant werd gezet. Ze moest duidelijk haar draai vinden, zegt ze ook zelf. Voortborduren op een erfenis, haar eigen visie kwam pas na ‘Rio’. „Ik kon weinig aanpassen, eigenlijk alleen maar dingen voortzetten”, zei Annan vorig jaar. „Ik kan nu meer eigen ideeën in het team stoppen.”

De Spelen van 2016 werden een teleurstelling. Annan kreeg nog kritiek vanwege een black-out in de halve finale tegen Duitsland, toen ze na vier kwarten dacht dat er nog een kwam.

Een van de dingen die ze binnen de groep heeft veranderd, is het expliciet aanduiden van een leidersgroep. Die was er onder Caldas al wel, maar Annan wees een groep ervaren speelsters aan met ieder hun eigen kracht: Margot van Geffen, Lidewij Welten, Carlien Dirkse van den Heuvel en Kelly Jonker. Na ‘Rio’ wonnen de vrouwen onder Annan de Hockey World League en vorig jaar het EK.

De aanvoerder

Maartje Paumen was in 2014 de onbetwiste leider. Verdedigend boegbeeld, tweevoudig hockeyster van het jaar. 235 interlands, 195 doelpunten. Haar vervanger werd de jonge Marloes Keetels, nu 25: zelfde club (Den Bosch), zelfde positie op het veld. Gevormd om haar voormalige teamgenoot op te volgen.

Maar Keetels bezweek onder de druk die de aanvoerdersband met zich meebracht. Ze was niet de uitgesproken persoonlijkheid die Paumen wel was: veel stiller, minder aanwezig, meer dienend dan leidend. Het lag haar niet, het kwam te vroeg, zei ze. Ze werd vervangen door de vijf jaar oudere Carlien Dirkse van den Heuvel, al vice-aanvoerder. Ook zij is minder aanwezig dan Paumen was, maar heeft met haar 200 interlands meer ervaring.

Met Paumen verloor het team ook dé strafcornerspecialist. Een wapen. Nu, in drie groepswedstrijden in Londen, maakten vijf verschillende vrouwen een goal uit een strafcorner. Het collectief regeert.

Correctie (31 juli): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Carlien Dirkse van den Heuvel 199 interlands in Oranje heeft gespeeld. Dat klopt niet. De wedstrijd tegen Italië van zondag was haar 200ste. Het is aangepast.

    • Frank Huiskamp
    • Jelmer Kos