Kom vooral bij ons werken, schreeuwen de scholen

Jonge leraren Door het lerarentekort hebben pabostudenten in een oogwenk een baan. Wat vinden ze daar zelf van? „Ik ben wel bang voor de werkdruk.”

Denize van Essen, Marlinde de Wolf, en Yaelle den Blijker Foto David van Dam

Dopperflesjes, goodiebags. Beloftes over videocoaching, reiskostenvergoeding en extra begeleiding – op een banenmarkt voor vierdejaars pabostudenten in april probeerden schoolbesturen studenten te verleiden bij hen voor de klas te komen, zegt Yaelle den Blijker (21) uit Amersfoort. „Dan stond je met de ene stichting te praten, werd je alweer aan de mouw getrokken door de volgende: wij hebben meer te bieden.”

Den Blijker gaat werken op de school waar ze haar afstudeerstage deed. Multicultureel en in de buurt, zoals ze graag wilde. „De visie van de school sluit goed aan bij wat ik belangrijk vind”, zegt ze. „Leerkrachten zijn betrokken, betrouwbaar en optimistisch. Ik ben heel blij dat ik op deze school mag blijven.” Andere aanbiedingen sloeg ze af, op contactverzoeken van detacheerders reageerde ze niet.

Voor pabostudenten liggen de banen voor het oprapen. Veel leraren gaan met pensioen en de instroom op de pabo’s is niet genoeg om alle vacatures op te vullen. Het lerarentekort is zo nijpend dat menig school voor komend schooljaar nog vacatures heeft openstaan – bij het bestuur van Den Blijker bijvoorbeeld, geldt dat voor drie van de dertien scholen. Hoe kies je dan waar je gaat werken? Welke overwegingen spelen mee?

Lees ook: Is er nog wel tijd om leraren goed op te leiden?

Marlinde de Wolf (22) gaat werken in Ermelo. Foto David van Dam

Hogere salarisschaal

NRC sprak met net afgestudeerden van de Marnix Academie, een zelfstandige pabo in Utrecht. Ze begonnen veelal in mei met solliciteren en hadden binnen een paar weken werk – en dat geldt voor vrijwel al hun 130 afgestudeerde jaargenoten, zeggen ze.

Denize van Essen (24) uit Utrecht heeft er haar voordeel mee gedaan dat meerdere scholen haar wilde hebben: ze is in een hogere salarisschaal ingeschaald en kan sneller doorstromen. „Ik had veel keuze”, zegt ze.

Ze wilde in de multiculturele wijk Overvecht lesgeven aan de bovenbouw. „Die populatie ligt mij, ik vind het leuk om les te geven aan kinderen van verschillende achtergronden.” Ze kreeg vijf aanbiedingen, dat overrompelde haar. „Het geeft een goed gevoel dat scholen je willen, maar omdat je net begint, weet je ook niet goed wat je daarmee moet. Ik wist niet wat ik eigenlijk aan salaris kon vragen.”

Als ze zich beter had voorbereid, denkt ze, had ze er meer uit kunnen halen. „Ik vind dat ze daar op school meer over hadden kunnen vertellen.”

Vijf jaar geleden kwamen zelfs de mannen niet aan werk”, zegt Elise van Turennout (23) uit Hilversum. Hoe anders is dat nu: toen zij in mei solliciteerde, waren er bij de stichting waar ze aan de slag gaat wel zes vacatures. Ze zocht een school op fietsafstand, maar niet te dichtbij. „Ik wil niet de buurvrouw zijn van mijn leerlingen.” Het liefst geen groep 7 of 8 en wél begeleiding.

Dat is gelukt: ze kreeg groep 6 op een basisschool in Bussum, met een coach vanuit de stichting, een „maatje” op school en studiedagen voor startende leerkrachten. Ze gaat er twee dagen per week aan de slag. „De andere dagen ga ik toegepaste psychologie studeren. Ik wil de feeling met het onderwijs behouden, maar ik wil meer opties hebben dan alleen voor de klas staan. Ik denk niet dat ik dat mijn hele leven wil.”

Yaelle den Blijker (21) uit Amersfoort blijft bij de school waar ze haar afstudeerstage deed. Foto David van Dam

Omdat het tekort het afgelopen schooljaar steeds groter werd, hebben veel pabostudenten al zelfstandig voor de klas gestaan. Denize van Essen nam drie maanden groep 7 over van een collega die ziek was. Als zij moest studeren, was de klas vrij of opgedeeld. Ze voelde zich schuldig toen ze voor haar studie drie maanden naar Curaçao ging. „Ik liet die kinderen in de steek. Daarna kregen ze allerlei invallers. Het was een speciale school, voor die kinderen is structuur nóg belangrijker. Door mijn vertrek misten ze regelmaat.”

Den Blijker verving de uitgevallen leerkracht van groep 3 – vanaf de meivakantie, daarvóór zei ze nee. „Dat vond ik lastig, want ik had het graag willen doen. Maar ik had het zo druk met de studie.” Je moet ook goed opletten of je alles krijgt waar je recht op hebt, zegt ze. „Zoals een maatje binnen de school die je begeleidt. Die ontbrak bij mij, omdat de leerkrachten op waren.”

In juni kwamen de vacatures

Het tekort speelt niet overal even sterk, en was in mei nog niet zo groot „Toen ik ging zoeken in de omgeving Woerden, vond ik niets”, zegt Isabeau Vogt (21), die er een beetje gestresst van raakte. Pas toen ze een baan had, in juni, „stroomden de vacatures binnen”. „Het werd in één keer heel extreem.” Het verleidde haar niet tot verder kijken. „Ik dacht: ik heb al een school waar ik heel blij mee ben, jullie zijn te laat.”

Hoe is het om een arbeidsmarkt op te gaan die bekendstaat om de hoge werkdruk en het lage salaris? Met dat laatste zijn afgestudeerden nog niet zo bezig. „Om geld moet je het onderwijs niet ingaan”, zegt Van Turennout. En Marlinde de Wolf (22), die net op zichzelf woont in Ermelo en daar ook gaat werken, zegt: „Ik was vooral met mijn studie bezig, niet met de stakingen.”

Denize van Essen (24) gaat lesgeven in de Utrechtse wijk Overvecht. Foto David van Dam

Lees ook: Gezocht: meester/juf (1.000 euro)

Opvoeden gebeurt op school

Die werkdruk, dat is een ander verhaal. Het is de reden dat Karynne Schenkel (21) orthopedagogiek gaat studeren. „Ik was vaak van half acht tot half zes op mijn stageadres”, zegt ze. „Onbetaald – een groot nadeel van het onderwijs.” Met kinderen werken vond ze „superleuk”, maar ze zag ook dat opvoeding „niet meer thuis, maar vooral op school” gebeurt. „En daar heb ik geen zin in.” Daar komt nog bij dat ze door passend onderwijs ook kinderen met gedragsproblemen in de klas had. „Ik vind dat de pabo je daar niet goed op voorbereidt.”

En degenen die wel voor de klas gaan staan? „Ik heb er heel veel zin in”, zegt Yaelle den Blijker, „maar ik ben ook bang voor de werkdruk. Ik laat het maar over me heen komen.” De pabo heeft er aandacht aan geschonken, veel scholen hebben begeleiding beloofd. In het eerste jaar hoeft een leerkracht in principe geen sportdagen, Kerst of Sinterklaas te organiseren.

Maar dat tekort, verzucht Elise van Turennout. „Ik moet zorgen dat ik er altijd ben, ik kan niet ziek zijn. Dan is er een probleem: wat moeten we met al die kinderen? Dat verhoogt de werkdruk flink.”

Het zal pittig worden, zegt Marlinde de Wolf. „Er zal veel op me afkomen.” Om plezier te behouden is ontspannen belangrijk, denkt ze. Grenzen in de gaten houden, vragen stellen, jezelf er niet te veel in verliezen. „Als je thuiskomt, moet je kunnen denken: het is mooi geweest.”

    • Mirjam Remie