Is er nog wel tijd om leraren goed op te leiden?

Pabo-onderwijs Door het lerarentekort wordt pabostudenten steeds eerder gevraagd om te beginnen met werken. Moet de opleiding anders?

Schooltassen, rugzakken en jassen aan de kapstokken in de gang van een school in Haarlem Foto Koen Suyk/ANP

Getalenteerde tweedejaars, soms zelfs eerstejaars pabostudenten die gevraagd worden om voor de klas te staan. Negentienjarigen, die de volle verantwoordelijkheid dragen voor een klas van 25 kinderen en hun ouders.

Nu het lerarentekort groeit, komt dat vaker voor, zien pabo-opleidingen. Vooral in de Randstad, waar de tekorten het grootst zijn. „Ik snap het dilemma waar scholen voor staan”, zegt Anita Derks, opleidingsmanager van de pabo aan de Hogeschool Rotterdam. „En ik weet dat ze niet de weg van de minste weerstand kiezen.” Maar, zegt ze: het ‘goed opleiden’ dreigt in gevaar te komen. „Ik gun onze studenten de tijd die ervoor staat om het vak te leren. En ik zie met lede ogen aan dat die tijd misschien steeds korter wordt.”

Lees ook Kom vooral bij ons werken, schreeuwen de scholen, een interview met drie pas afgestudeerde studenten

Een dagdeel voor de klas staan, zegt Derks, is „wel even wat anders” dan een hele dag een groep draaien. Bovendien profiteren beginnend stagiairs nog van de structuur en sfeer die de leraar in de klas heeft opgebouwd. „Daardoor kan het zo zijn dat het minder makkelijk gaat dan je gedacht had, als je als student eenmaal zelfstandig voor een groep staat.”

Studievertraging

‘Nee zeggen’ is niet altijd makkelijk. Daarom probeert de opleiding studenten ervan te doordringen dat er een korte en een lange termijn is. Korte termijn: het gevoel van waardering als je gevraagd wordt, het leuke aspect van het uit de brand helpen van een school. Lange termijn: studievertraging. „De pabo vraagt om tijd en toewijding. En op een school werken is niet hetzelfde als bij de Albert Heijn: het stopt niet om zes uur, je blijft erover nadenken. Dat kost energie. Pas als je ervaring hebt, kun je dingen op routine doen.”

Opleidingen, studenten en schoolbesturen moeten een middenweg vinden, zegt Michael Krul, opleidingsmanager aan de pabo van de Haagse Hogeschool. „Studeren en al gedeeltelijk werken kunnen soms best hand in hand gaan. Sommige studenten doen wat langer over hun studie. Maar de invulling van het tekort mag nooit ten koste gaan van de kwaliteit van de opleiding. Wij zeggen tegen studenten: zorg dat je je diploma binnenhaalt.”

Met vijf grote openbare schoolbesturen in de regio zijn de afgelopen tijd afspraken gemaakt, vertelt Krul. Studenten komen niet te snel voor de klas, er moet voldoende bij- en nascholing zijn. De opleiding blijft studenten zelfs na hun afstuderen nog begeleiden. „Ze blijven nog een beetje aan de opleiding verbonden”, zegt Krul. „We laten ze niet helemaal los.”

Maar je kunt nog zulke mooie afspraken maken met besturen: als een directeur als enige alternatief heeft een klas naar huis te sturen, zal de student misschien toch worden gebeld. „Scholen snappen zelf ook wel dat je beter een bevoegde leerkracht voor de klas kunt zetten dan een stagiair”, zegt Gert Mallegrom, opleidingsmanager van de pabo aan Hogeschool Inholland. Hij vindt daarom dat er naar andere oplossingen gekeken moet worden – ook omdat het tekort nog groter wordt.

Werken en leren tegelijk

„Het is een gegeven dat studenten tijdens hun opleiding al voor de klas staan”, zegt opleidingsmanager Mallegrom. „Ik denk dat we met de sector, opleidingen en overheid moeten kijken hoe we dat kunnen reguleren.”

Bijvoorbeeld door meer praktijk te vervlechten in de tweede helft van de opleiding: werken en leren tegelijk. Studenten komen dan eerder beschikbaar voor de arbeidsmarkt, zegt Mallegrom, en eerste- en tweedejaars worden beschermd. „Zo dragen wij ons steentje bij. Maar dat moet wel in samenwerking met de overheid.” Want de consequentie kan zijn: een vijfjarige opleiding. „En dan moeten studenten langer collegegeld betalen en geld lenen.”

    • Mirjam Remie