Goed genoeg om te volgen, maar niet meer dan dat

laatste bergetappe

In de laatste bergrit lukte het Tom Dumoulin niet het verschil met de gele trui te verkleinen. Ruim twee minuten lijkt onoverbugbaar.

Dumoulin sneller dan Thomas in tijdritten in rondes

Met een rotvaart komt Tom Dumoulin onder de finishvlag door, een verbeten grimas op zijn gezicht. Hij heeft zich leeg gereden, maar het was niet genoeg voor het geel. Verderop zuigen tientallen journalisten zich aan hem vast, en dan is hij, verliezer van de dag, zijn emoties niet de baas, daar op de D240 in Laruns, een stadje in de Pyreneeën.

Na zowat drie weken knokken voor elke meter dringt het besef door dat hij de Tour niet gaat winnen. Geraint Thomas is te sterk gebleken.

Tot deze vrijdag hield Dumoulin hoop op een stunt. De laatste bergrit was er zwaar genoeg voor, 200 kilometer over zeven cols en 4.800 hoogtemeters. Als Thomas als gewoonlijk door het ijs zou zakken in de derde week van een grote ronde, dan zou Dumoulin er staan. Want van alle ronderenners is hij de meest constante gebleken. Hij werd al dit jaar tweede in de Giro, en kan dat herhalen in de Tour. Het zou een ongeziene prestatie zijn. Maar hij moet nog wel aan de bak, in de tijdrit van deze zaterdag.

Want de Sloveen Primoz Roglic, winnaar van de negentiende etappe, is sinds vrijdag een serieuze bedreiging geworden. In de laatste afdaling van de dag, die van de Col d’Aubisque, reed hij om het hardst omlaag. De man daalde met een leeuwenhart en de snelheden liepen op tot ruim negentig kilometer per uur. Maar met dat bijltje heeft Roglic vaker gehakt: als schansspringer stortte hij zich in hert verleden met nog hogere snelheden van een berg.

Op de streep pakte hij negentien seconden voorsprong, plus nog eens tien tellen bonus voor zijn overwinning. In het algemeen klassement is hij Dumoulin tot op negentien seconden genaderd, geen veilige marge met nog een heuvelachtige tijdrit voor de boeg. Daarin zijn de heren aan elkaar gewaagd: ze zijn de nummers één en twee van het voorbije WK tijdrijden.

Vuur spuwen

Terug naar de D240 in Laruns, waar Dumoulin vuur is gaan spuwen vanaf het moment dat journalisten hem vragen zijn gaan stellen. Hij voelt zich bestolen. Door een motor van de Franse televisie, die in zijn ogen zo dicht op Roglic bleef rijden dat de Sloveen daar van heeft kunnen profiteren. „Ik word strak uit het wiel gereden op een recht stuk, terwijl ik volle bak bleef sprinten”, foetert hij erop los. De twintig microfoons in zijn neus hebben geen kalmerende werking. „Ik ben hier zo ziek van. Dit slaat helemaal nergens op. Die motor had gewoon achter óns moeten blijven rijden.” Als hij zich opricht van zijn fiets – Dumoulin is gelijk op een rollerbank gesprongen om aan zijn coolingdown te beginnen – vindt hij de realiteitszin om een kanttekening aan zijn tirade toe te voegen: „Primoz kon hier niets aan doen.”

Dumoulin geeft eerlijk toe dat hij het niet in zich had om Thomas van de troon te stoten. „Ik was goed genoeg om te volgen, maar niet meer dan dat. Ik kon niet overnemen toen Roglic aanviel, zat op m’n limiet.”

Net als Roglic probeerde Dumoulin weg te komen uit een groep met de beste renners van deze Tour. De Sloveen deed ‘en danseuse’ op de pedalen vier pogingen, Dumoulin twee. Ook Steven Kruijswijk vocht voor wat hij waard was op de Col du Soulor, de tweede en steilste van drie treden die de Col d’Aubisque telt vanaf deze kant.

Maar wat Dumoulin ook deed, als hij na een explosie van kracht over zijn schouder keek zag hij Geraint Thomas onverstoorbaar zitten, alsof hij aan hem zat vastgeplakt. De Welshman gaf geen krimp, week geen meter, en zal zich naar verwachting op zaterdagavond zeker stellen van zijn eerste eindoverwinning in de Tour.

Het moet in de 31 kilometer lange, heuvelachtige tijdrit in het zuidwesten van Frankrijk wel heel raar lopen wil Thomas zijn 2 minuten en 5 seconden voorsprong op Dumoulin nog weggeven. In theorie is dat mogelijk, in de praktijk niet, en als iemand dat beseft, is het Tom Dumoulin. Zijn zelfkennis is zijn grootste wapen; het helpt hem doseren in de koers en relativeren daarbuiten. Hij weet: deze achterstand is onoverbrugbaar. Maar die van Roglic op hem zeker niet. De Sloveen is de man in vorm, Dumoulin fietst na twee moordende rondes op z’n laatste benen. Hij kan zelfs nog van het podium lazeren. Op Chris Froome verdedigt hij een voorsprong van slechts 32 seconden, en van de Brit is ook bekend dat hij goed kan tijdrijden. De strijd voor de plekken twee tot en met vier ligt open en zal in het voordeel worden beslist van de man die het hongerigst is, en zich nog 45 minuten binnenstebuiten kan keren.

Tourzege is uit zicht

Op de D240 in Laruns krijgt Dumoulin vragen over tactiek. Die gaan hem nu veel te ver, stijgen hem naar het hoofd. „Ik heb het net honderd keer verteld.” Als een van zijn verzorgers vanuit zijn rug een pet op zijn hoofd zet, is zijn grens bereikt. „Flikker op man”, roept hij. Dumoulin wil geen vraag meer beantwoorden, moet zich bezinnen. „Ik ben zelden zo pissig geweest”, zegt hij tegen persman Bennie Ceulen. „Die motor bleef op tien meter rijden. Weet je hoeveel dat scheelt? Zo 100 watt, dat is uit onderzoek gebleken.” Dan rijdt hij weg, van alles en iedereen. De Tourzege is uit zicht, en als hij zich niet gauw bijeenraapt nog meer.

Sunweb-manager Iwan Spekenbrink ziet een overwinning ook niet meer gebeuren. „Dat is niet reëel”, vertelt hij pal naast de finishvlag. „Maar Tom heeft alles goed gedaan deze Tour, hij probeerde zelfs nog aan te vallen vandaag. Dat is dapper. Hij heeft zijn Giro-vorm verlengd in de Tour, en dat geeft ons vertrouwen voor het jaar waarin we ons vol zullen focussen op alleen de Tour.” Over de tirade van zijn kopman zegt hij: „Dat is de teleurstelling die er uit komt. Of hij gelijk heeft kan ik niet beoordelen.”

Primoz Roglic zegt na zijn tweede Touretappezege in zijn leven dat hij niets van het vermeende voordeel gemerkt heeft.

Wat rest is een tijdrit der titanen. De geletruidrager weet wat hem te doen staat: „Ik moet nog één goede wedstrijd rijden. Nog één grote dag.”

    • Dennis Meinema