Bernd Mayländer leidt in zijn safety car (rechts) het Formule 1-veld tijdens de GP van Duitsland.

De dirigent van de Formule 1 als het even gevaarlijk wordt

Bernd Mayländer Bestuurder safety car Bernd Mayländer (47) heeft een van de belangrijkste bijrollen in de Formule 1. Als het dit weekend in Hongarije gevaarlijk wordt op de baan, komt hij in zijn Mercedes naar buiten. „Ik snap de coureurs absoluut als ze over me klagen.”

Als hij in de spiegel van zijn auto kijkt, weet hij zonder naar de helm van de coureur te kijken wie er achter hem rijdt. Zéker de mannen van Mercedes en Ferrari. Sebastian Vettel neemt graag afstand. Lewis Hamilton zit zo dicht op zijn bumper dat hij hem niet eens meer ziet. Valtteri Bottas is op het lieve af, dat past wel bij de zachtaardige Fin. „Het is best grappig om de rijstijl te herkennen in mijn spiegel”, zegt Bernd Mayländer (47). Hij heeft Max Verstappen nog steeds niet vlak achter zich gehad. „Maar die zal absoluut willen drukken, een beetje Lewis-achtig.”

Lees ook: Max Verstappen zevende bij kwalificatie Hongarije

Misschien wel de zichtbaarste bijrol in de Formule 1 is weggelegd voor een zilverkleurige Mercedes met zwaailichten. Bij onmiddellijk gevaar voor de coureurs, of dat nou een ongeluk is, puin op het asfalt of hevige regen, komt de safety car het asfalt op om de snelheid te matigen. De dirigent van de veiligheidsoptocht is Mayländer, zelf een stuk minder zichtbaar. Soms zie je hem naast zijn co-piloot Peter Tibbits in beeld verschijnen op tv, volledig ingepakt en ingesnoerd. Het is een dienende rol, zegt hij ook zelf. Wel een rol die hij inmiddels al achttien seizoenen heeft.

Op zaterdag voor de Grote Prijs van Duitsland spreken we elkaar. Dreigende grijze wolken boven het circuit van Hockenheim waarschuwen Mayländer dat zijn dag misschien wat drukker wordt dan gepland. Hij rijdt tijdens grand-prixweekenden ook in de safety car bij de raceklassen die als ‘bijprogramma’ dienen, maar dat zijn er in Duitsland wat minder dan normaal. Rustig heeft hij het tot ons gesprek niet gehad: het is ook zíjn thuisrace als Duitser, hij werd op iets meer dan honderd kilometer van Hockenheim geboren in Waiblingen, dicht bij Stuttgart. Later op de middag zou hij in zijn race-overall handtekeningen uitdelen aan kinderen.

Regen zorgt voor meer adrenaline

„Als het heel zonnig is, ben ik ontspannen”, zegt Mayländer. „De kans op regen geeft niet zozeer meer stress, wel meer adrenaline.” We zijn gaan zitten in één van de trucks van de internationale autosportfederatie FIA in de paddock. Het heeft vanbinnen wat weg van een controlekamer. Rijen schermen met beelden van het circuit hangen boven een lang wit bureau dat tegen de muur staat. Mayländer zit er altijd als hij niet de baan op moet, zoals nu. In een wit overhemd, spijkerbroek en sneakers. Dan is hij even niet de coureur, maar de kantoorklerk.

Sinds 1993 is de safety car in de Formule 1 officieel onderdeel van de reglementen. Die staat tijdens de race op zondag stand-by in de pitstraat en komt naar buiten op verzoek van de wedstrijdleider, de Brit Charlie Whiting. Er moet sprake zijn van direct gevaar, maar niet zodanig dat de race geheel stilgelegd moet worden. Denk aan een gecrashte auto die hinderlijk in de weg staat en moet worden weggesleept, of zware regenval – maar ook weer niet té zware. De safety car zit tussen de virtual safety car (minder gevaar) en een rode vlag (te veel gevaar) in.

Als de safety car op de baan is krimpt het veld ineen en mogen coureurs die op verre achterstand zijn gereden weer terugkomen, wat bij de virtual safety car niet mag. Het is ook Whiting die beoordeelt wanneer de auto weer naar binnen wordt gehaald en de leider in de race zijn moment kan kiezen om op het normale tempo de wedstrijd weer in gang te zetten.

De circuits kent Mayländer inmiddels wel, maar niets is zo veranderlijk als het weer. Meer dan naar voorspellingen kijken kan hij niet. Daar begon zijn weekend in Duitsland mee en dit weekend in Hongarije ook – ook daar is kans op regen.

Ook niets zo uitdagend als de regen voor hem. Neem de race op het circuit van Fuji in Japan, 2007. Hij haalt het vaak aan als dat ene moment dat het bijna fout ging met zijn auto. De regen werd daar met de ronde heviger en hij moest blijven rijden. En zijn Mercedes – die van dit jaar heeft een topsnelheid van ruim 300 kilometer per uur – slurpt benzine. „De omstandigheden veranderden per ronde. Aan het begin dacht ik: oké, dit is leuk. Na tien ronden dacht ik: zo is het leuk geweest. Na vijftien à twintig ronden: oké, nu moeten we aan de benzine denken.” Uiteindelijk kon er toch vlekkeloos een reservesafetycar de baan op worden gebracht.

Achttien jaar ervaring

Mayländer kwam bij toeval in de safety car terecht. Mei 1999, een Formule 3000-race op het circuit van Imola, San Marino. Hij racete zelf toen nog. Hij was in de DTM (toerwagens) actief, deed aan endurance racing – hij reed eens de 24 Uur van Le Mans – en deed op dat moment mee in de Porsche Supercup. Charlie Whiting zocht een vervanger voor de Engelsman Oliver Gavin en kwam bij Mayländer uit. „‘Ken je de regels, kun je de auto besturen?’, vroeg hij. Natuurlijk was ik zenuwachtig. Hij vertelde me dat mijn bijrijder de regels sowieso wist, wat ik moest doen, hoe laat ik op de grid moest zijn.”

In 2000 nam Mayländer ook in de Formule 1 de taak van Gavin over. Hij is nu achttien jaar ervaring verder, maar wordt nog steeds verrast af en toe. Zoals tijdens de chaotische race in Baku (Azerbajdzjan) van vorig jaar. „Op sommige circuits weet je nog steeds niet waarom het de ene keer een uur duurt voor een auto van de baan kan worden gehaald en de volgende keer in eenzelfde situatie vijf minuten. Maar soms is de situatie vanaf de baan anders dan je het op televisie ziet.”

Coureurs klagen graag over hem. Waarom blijft hij toch zo lang buiten als het lijkt alsof er alweer geracet kan worden? Of, zoals Hamilton vaker heeft gezegd: waarom rijdt hij zo langzaam? „Ik snap de coureurs absoluut”, zegt Mayländer. „Maar ze krijgen niet alle informatie die ik krijg.” Hij volgt ook slechts de orders op van wedstrijdleider Whiting. „Dan krijg ik te horen: ga iets langzamer, Bernd, het veld moet sneller bij elkaar worden gebracht. Of we moeten nog wat aan het asfalt doen. De coureurs horen dit niet.”

Hij had toen hij zelf nog racete ook weleens klachten. Begrijpelijk, omdat coureurs proberen hun banden op temperatuur te houden en zo goed mogelijk weg te komen als de safety car de baan weer verlaat. Met de coureurs heeft hij een goede band. Hij en de FIA staan altijd open voor feedback, zegt hij. „Twee dagen geleden zag ik Sebastian Vettel, die in Silverstone had geklaagd dat ik te snél was geweest.” Lachend: „Ik zei: dank je wel, Sebastian, zo voel ik me machtig, dat geeft me een goed gevoel.”

Voor spanning zorgen

De invloed van de safety car lijkt te veranderen. Met de huidige auto’s in de Formule 1 is inhalen lastiger geworden en worden races vaak saai gevonden. Dan is de hoop gevestigd op Mayländer om voor wat spanning te zorgen. De BBC sprak eerder dit seizoen over hem als de man die de Formule 1 weer „great again” heeft gemaakt. Hij lacht, maar is er niet zo mee bezig. „Ik ben een man van de sport, ik wil een mooie race zien, hopelijk zonder groot ongeluk. Ik zeg altijd: ik hóéf niet naar buiten, ik krijg niet betaald per ronde. Het maakt me niet uit wie wint. Natuurlijk, soms is het ook geweldig als de winnaar iemand is die net wat gelukkiger was. Ik wil een goede show zien.”

Vorig jaar sprak Marcin Budkowski, toen hoofd van de technische afdeling bij de FIA, over een toekomst waarin de safety car mogelijk zonder bestuurder zou rijden. Mayländers collega Alan van der Merwe, de Zuid-Afrikaan die de medical car bestuurt en tijdens het gesprek naast ons is onderuitgezakt, onderbreekt hem. „Tja, die werkt hier nu niet meer …”. De twee lachen hard. Vervolgens Mayländer, sarcastisch. „We kunnen ook stoppen met racen en dat vanuit onze woonkamers gaan doen.” En dan serieus: „Dit zou echt in de verre toekomst zijn. Het is een heel menselijke baan. Elke situatie is anders en de veiligste manier vooralsnog is absoluut om een professionele coureur achter het stuur te hebben.”

    • Frank Huiskamp