Recensie

Vervalsingen uit de neanderthalwoonboot van Vermaning

Tentoonstelling

Met goede uitleg over Tjerk Vermanings vervalsingen laat het Drents Museum zien hoe echte wetenschap werkt.

Tjerk Vermaning met vuistbijl, op zijn schip in 1975 Foto Vincent Menzel

Waarschijnlijk is de Drent Tjerk Vermaning nog altijd de bekendste archeoloog van Nederland, hoewel hij al ruim dertig jaar geleden is overleden. Zó bekend zelfs dat menigeen bij de vorige zin zal hebben gefronst en hebben gedacht dat het juiste woord ‘berucht’ zou zijn geweest. Vermaning, die zijn geld onder meer verdiende als slijper van de messen van maaimachines, is in 1977 veroordeeld wegens oplichting: een deel van zijn prehistorische vondsten was vals. Een jaar later sprak de rechter hem in hoger beroep vrij omdat niet was bewezen dat hij zelf de vervalser was. Wie dat wel was, is tot op de huidige dag onbekend.

In de boeiende expositie ‘De zaak Vermaning’ blikt het Drents Museum in Assen terug op de affaire. Een deel van de voorwerpen documenteert het leven van de omstreden amateurarcheoloog: zijn motorfiets, brieven, foto’s en natuurlijk ook de rond 1965 door hem gevonden voorwerpen uit het Midden-Paleolithicum. Deze zouden zijn gemaakt door neanderthal-mensen, tussen de 130.000 en 30.000 jaar geleden.

Vermanings vondsten waren een sensatie. Lange tijd hadden prehistorici gedacht dat er in Noord-Nederland nooit neanderthalers waren geweest. Toen in 1939 een vuistbijl was aangetroffen bij het Friese Wijnjeterp, was die afgedaan als uitbijter. Desondanks was in de jaren vijftig het beeld gaan kantelen en de vondsten van Vermaning gaven daaraan in de jaren zestig een verdere wending. Het leverde hem in 1966 de Culturele Prijs van de provincie Drenthe op én een subsidie om zijn woonboot om te bouwen tot museumschip, waar hij de bezoekers persoonlijk rondleidde en enthousiast maakte. Later volgde nog een subsidie die moest verhinderen dat hij zou emigreren naar Denemarken.

Hoge dunk

Dat was niet genoeg. ‘Ze hebben mij geen eredoctoraat gegund,’ luidt een op de tentoonstelling te lezen citaat, ‘omdat ik ze allemaal in hun hemd heb gezet.’ Hier lijkt een man aan het woord met een hoge dunk van zichzelf, die desondanks erkenning van anderen nodig had.

Die kreeg hij wel van de media, die hem op zijn woord geloofden toen hij beweerde dat de door archeologen van de Groningse universiteit geuite twijfels voortkwamen uit jaloezie. De gevestigde wetenschap tegen de eenling die het beter wist; Vermaning als Galilei. Het culmineerde in de al genoemde rechtszaak.

Behalve een tijdsbeeld en een overzicht van de affaire, biedt de Assense expositie ook inzicht in wat archeologie nu eigenlijk is. De samenstellers benutten de vervalsingen om beknopt uit te leggen hoe wetenschappers kunnen vaststellen waarom de voorwerpen niet echt zijn. Zo laat iemand die stenen bewerkt met een modern slijpinstrument, herkenbare sporen achter. Typologie kan een rol spelen: de door Vermaning bij Ravenswoude gevonden neolithische speerpunten bleken uitvergrote versies van pijlpunten. Ook kan worden gekeken naar de mate van verwering: Vermanings vondsten vertoonden niet de natuurlijke polijsting door zand die voorwerpen hebben die millennia lang in de bodem hebben gelegen. Een neanderthal-schedeldak van Vermaning kon met de koolstof-14-methode worden gedateerd in de late zeventiende eeuw.

Hoewel deze bewijzen, zeker in combinatie, onomstreden zijn, werd de relatie tussen de officiële wetenschap en de Drentse amateurarcheologen door de affaire-Vermaning grondig verziekt. De schade is echter niet blijvend geweest: de samenstellers wijzen er op dat de Groningse universiteit, het Drents Museum én amateurarcheologen samenwerken op een neanderthaler-site bij Peest. De door Vermaning gepresenteerde vervalsingen zijn dus, al met al, niet nodig geweest om Noord-Nederland een verleden te geven dat terug reikt tot in het Midden-Paleolithicum.

    • Jona Lendering