Opinie

Intieme privé-beelden openbaar maken is geen journalistiek

Persvrijheid

Bij ieder vonnis waarin een publicatie door een journalistiek medium als onrechtmatig wordt beoordeeld is kritische reflectie geboden. Persvrijheid is niet absoluut, net zo min als andere vrijheden. Maar voordat het recht van het publiek in een open samenleving om te worden geïnformeerd op rechterlijk bevel mag wijken voor andere belangen, moet er echt wel wat aan de hand zijn. Dus moet het argument van het shockblog GeenStijl dat het de ‘hypocrisie’ van andere media aan de kaak wilde stellen over een uitgelekte, genante seksvideo van voormalige zangeres Patricia Paay serieus worden genomen.

Deze week kreeg GeenStijl namelijk in een vernietigend vonnis te horen dat het medium zich had misdragen en daarvoor een hoge immateriële schadevergoeding van 30.000 euro moest betalen. Het blog is onderdeel van Telegraaf Media Groep dat zich zo’n bedrag kan permitteren, maar verkeert toch in een precaire situatie. De nog relatief nieuwe eigenaar Mediahuis wil het (verlieslatende) blog verkopen omdat de journalistieke ethiek die het concern voorstaat er niet is gewaarborgd, zo liet bestuursvoorzitter Ysebaert in juni in het Jaarmagazine van het concern weten.

Zo’n debacle bij de civiele rechter maakt van het blog nog meer de winkeldochter dan het nu al is. Tegelijk wordt het blog als concernonderdeel er nóg weer minder houdbaar door. Waar de Belgisch-Nederlandse uitgever voor ‘correct en betrouwbaar’ wil staan, onderstreept dit vonnis het omgekeerde. Een publicatie die volgens de rechter ‘op ontoelaatbare wijze een grens heeft overschreden’ kan een uitgever er immers ook toe brengen een publicatie te sluiten. Althans dat deed uitgever Rupert Murdoch in 2011 met tabloidkrant The News of the World dat talloze voicemails bleek te hebben afgeluisterd en in vele civiele procedures verwikkeld raakte. Zo bezien kan het vonnis van de rechtbank Amsterdam het einde van GeenStijl dichterbij hebben gebracht.

Intussen heeft en had GeenStijl gelijk dat de hypocrisie in de berichtgeving over de kwestie-Paay kritiek verdiende. Er was inderdaad een ruim vertoon van schijnheiligheid en huichelarij in de media waarin ‘het filmpje’ werd besproken. Door onder dekking van het verdedigen van Paay’s privacy tegelijk ook de inbreuk erop zelf te bespreken, liefst gedetailleerd en bij voorkeur op moraliserende toon. Dat GeenStijl vervolgens het filmpje in dat kader breed digitaal toegankelijk maakte, met compleet voorbijgaan aan Paay’s belangen was een kolossale blunder. Die stap was zo mogelijk nog hypocrieter dan wat er zich in andere media afspeelde. En bovendien karakteristiek voor het aandacht- annex verdienmodel van het blog.

Dat onderscheid wordt door de rechter dan ook haarfijn gemaakt. Geen enkel journalistiek of algemeen belang rechtvaardigt het toegankelijk maken van dergelijke intieme beelden uit de privésfeer. En iedereen kan dat begrijpen en aanvoelen. Dat geldt ook als iemand dergelijke beelden zelf liet maken en eventueel in beperkte kring verspreidde. Zoiets toch publiceren leidt tot chanteren, terroriseren, bespotten, belachelijk maken, vernederen en kan levens vernietigen. De conclusie moet dus zijn dat GeenStijl terecht op de vingers is getikt – en dus dringend z’n redactionele aanpak moet veranderen, wil het überhaupt overleven. Als daar nog gelegenheid voor is.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.