Na de zomer eerste plekken voor ‘maatschappelijke diensttijd’

Het is de bedoeling dat in totaal dertienduizend jongeren aan de slag gaan met maatschappelijke projecten.

De reddingsbrigade voor de kust bij Egmond aan Zee. Foto Koen van Weel/ANP

Na de zomer kunnen de eerste jongeren beginnen met de zogenoemde maatschappelijke diensttijd. Dat heeft staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, CU) vrijdag bekendgemaakt. De subsidies voor de beschikbare projecten zijn goedgekeurd en de betrokken organisaties kunnen beginnen met het werven van de jongeren.

Het is de bedoeling dat in totaal dertienduizend jongeren aan de slag gaan met de maatschappelijke diensttijd. Vooralsnog is het niet duidelijk of alle plekken daadwerkelijk opgevuld worden. “We onderzoeken nog waar jongeren op aanslaan en waarop niet”, zegt een woordvoerder van het ministerie. Volgens hem moeten alle plekken binnen anderhalf jaar gevuld kunnen worden.

In september beginnen de eerste 38 projecten. Jongeren kunnen onder meer vrijwilligerswerk doen bij de Reddingsbrigade of zich aanmelden als begeleider bij speeltuinen. De projecten duren enkele maanden tot een half jaar.

Lees ook: Buma: ‘Gewone Nederlander blijft verweesd achter’

Vrijwillig opgeven

Het idee van maatschappelijke dienstplicht is dat jongeren vrijwillig meedoen met projecten in verschillende sectoren, van de zorg tot sport en cultuur. Zij kunnen hier nieuwe vaardigheden ontwikkelen en “ervaren hoe het voelt iets bij te dragen”. Dit zou onder meer kunnen helpen bij het maken van de beroepskeuze.

De maatschappelijke diensttijd is volgens de woordvoerder ook voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt, zoals “zij die uit een milieu komen waar werken niet de standaard is” of mensen met een beperking.

“Voor de diensttijd hoef je niet veel te kunnen, maar je krijgt er een leerzame ervaring voor terug. Bij sommige projecten ontvang je zelfs een diploma of certificaat, zoals bij de Reddingsbrigade.”

Geen plicht

In de verkiezingsprogramma’s van de ChristenUnie (CU) en het CDA stond een verplichte maatschappelijke bijdrage van jongeren centraal. CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma pleitte in 2014 al voor een halfjaar maatschappelijke dienstplicht voor “jongeren die de aansluiting met de samenleving missen”. De CU wilde een zogenoemde verplichte samenlevingsbijdrage van een half jaar zodat jongeren “sociale competenties, actief burgerschap en een houding van dienstbaarheid” kunnen ontwikkelen.

Het is de partijen dus niet gelukt een verplichte maatschappelijke dienstplicht af te dwingen. Ook duren niet alle projecten zes maanden, zoals beide partijen graag hadden gezien. De kortste projecten lopen slechts enkele maanden.

    • Floor Bouma