Moet de verwilderde kat afgeschoten worden?

Kattenjacht In drieënhalf jaar tijd hebben jagers zeker duizend verwilderde katten doodgeschoten in Friesland en Utrecht, de enige twee provincies waar dit mag. Groningen en Zeeland overwegen de jacht op katten zonder baasje ook toe te staan.

Foto Hollandse Hoogte

‘De laatste keer dat ik een kat schoot, was in dit bosje”, zegt Jan Peter Spierenburg. „Ik had hem al meerdere keren zien jagen, maar hij was heel schuw. Bij toeval kwam ik hem toen hier tegen. Het was in één keer raak.”

Spierenburg, 59 jaar oud, draagt een groene broek en blouse, en een geweer over zijn rechterschouder. Minstens één keer per week is hij met zijn zwarte labrador Freddie te vinden op zijn jachtterrein van ongeveer tachtig hectare, grotendeels weiland en eigendom van een boer. „Hier vergeet je alles”, zegt hij. Hij aait zijn hond, verderop grazen koeien. Hij beheert dit gebied in de provincie Utrecht sinds 1985, in opdracht van de boer. Waar het precies is, wil Spierenburg vanwege de gevoeligheid van het onderwerp niet in de openbaarheid. Naar eigen zeggen schiet hij gemiddeld één kat per jaar – de laatste was drie jaar geleden.

„Verwilderde katten zijn roofwild, ze zijn schadelijk voor de biodiversiteit”

„Verwilderde katten zijn roofwild, ze zijn schadelijk voor de biodiversiteit”, stelt hij. „Het is mijn plicht om in mijn jachtgebied voor een goede wildstand te zorgen.”

In de hele provincie Utrecht werden tussen begin 2015 en eind juni dit jaar in het buitengebied ten minste 316 katten doodgeschoten, blijkt uit navraag bij de provincie. Het werkelijke aantal gedode dieren ligt mogelijk hoger, omdat jagers pas sinds januari 2017 verplicht zijn geschoten katten te rapporteren. In Friesland werden in dezelfde periode minstens 728 katten afgeschoten.

Lees ook: NRC checkt: ‘Nederlandse katten doden jaarlijks 100 miljoen vogels’

Friesland en Utrecht zijn de enige twee provincies die het doodschieten van verwilderde katten in het buitengebied toestaan. Het gaat dan om katten die geen eigenaar (meer) hebben, zelfstandig aan hun voedsel komen, vaak mensenschuw zijn en soms ook agressief. Utrecht wil met het beleid voorkomen dat katten „de ecologische evenwichten” verstoren, zo zegt een provinciewoordvoerder. Friesland maakt zich vooral zorgen om de populatie weidevogels, zoals de grutto en de kievit. Het afschieten van katten is „buitengewoon spijtig”, zegt gedeputeerde Johannes Kramer (Fryske Nasjonale Partij), maar „het is nog veel spijtiger dat onze weidevogels worden opgegeten”.

Volgens de Vogelbescherming is Friesland de provincie met de meeste weidevogels en vormen verwilderde katten inderdaad een bedreiging – al lijden de vogels vooral onder de intensieve landbouw, stelt de natuurclub. Katten afschieten is volgens Jip Louwe Kooijmans van de Vogelbescherming geen structurele oplossing: „Daarmee voorkom je niet een nieuwe aanwas.”

De PvdA in de Utrechtse Provinciale Staten wil dat er een einde komt aan de kattenjacht en zal vragen stellen aan de verantwoordelijk gedeputeerde, laat de partij desgevraagd weten.

2.853 dode katten in Brabant

Intussen wil de provincie Groningen inzetten op preventie, en afschot van verwilderde katten „daar waar nodig” ook toestaan, zo zegt een woordvoerder. Na de zomer wordt een voorstel van die strekking besproken in de Provinciale Staten. In Zeeland stemmen de Statenleden begin december over een voorstel dat het afschieten van katten die schade toebrengen aan de natuur mogelijk zou maken.

In Noord-Brabant, Flevoland, Noord- en Zuid-Holland en Limburg is het sinds een paar jaar juist verboden om verwilderde katten dood te schieten. Volgens gegevens van de provincie werden in Brabant tussen 2012 en begin 2016, toen het nog was toegestaan, nog 2.853 katten afgeschoten.

Brabant, Flevoland en Zuid-Holland zetten nu in op ‘TNR’: Trap, Neuter and Return. Bij die aanpak wordt een verwilderde kat gevangen in een kooi, gesteriliseerd of gecastreerd en vervolgens teruggeplaatst. De provincie Utrecht staat TNR ook toe, maar alleen binnen de bebouwde kom.

Volgens een rapport van Wageningen University uit 2015 (opgesteld in opdracht van Stray Animal Foundation Platform, een organisatie die zich inzet voor zwerfdieren) is TNR een effectieve methode om het kattenprobleem aan te pakken, „vooral in gebieden waar zwerfkatten goed gevangen kunnen worden en geen directe bedreiging vormen voor vooral beschermde inheemse dieren”.

„Ze moeten het niet meer flikken. Dan sta ik niet voor mezelf in”

Limburg is een van de provincies die bewust níét kiezen voor TNR. Omdat je er in het buitengebied weinig mee bereikt, zegt een woordvoerder van de provincie: „De kans dat je daar voldoende dieren onvruchtbaar zou kunnen maken om de populatie effectief te verlagen, is gering.” Ook jager Jan Peter Spierenburg is sceptisch. „Als je ze weer terugzet, houden ze dan op met jagen?” Volgens de Jagersvereniging is het grootschalig toepassen van TNR bovendien zeer kostbaar.

Onzeker is hoelang Brabant nog zal inzetten op de TNR-methode. „We beraden ons op nieuw beleid”, laat een voorlichter weten.

Flevoland ziet TNR op dit moment juist als „de beste oplossing om het probleem van verwilderde katten beheersbaar te houden”.

Behalve dat teruggeplaatste katten niet meer voor nageslacht kunnen zorgen, bezetten ze ook territoria die anders ingenomen kunnen worden door nieuwe verwilderde katten, stelt de provincie.

Simme en Sake

„Ze moeten het niet meer flikken”, zegt Geeske Veenstra. „Dan sta ik niet voor mezelf in.” Geeske Veenstra uit Nij Beets verloor in april 2011 haar twee katten Simme en Sake. Doodgeschoten door jagers, zegt ze, binnen honderd meter van haar huis. Ze zag de jagers in de buurt en hoorde knallen, vertelt ze. Daarna kwamen Simme en Sake niet meer thuis.

Veenstra en haar man deden aangifte, maar dat liep op niets uit. Volgens het politierapport werden de katten in jachtgebied geschoten. Veenstra voelde zich machteloos: „Jagers hebben een vrijbrief om te schieten op wat los en vast zit.”

Verantwoordelijk gedeputeerde Johannes Kramer vindt het „heel vervelend” wat het Friese stel is overkomen, maar hij zegt dat een bevoegde jager een kat in een jachtveld mag schieten. Het is daarbij aan de jager zelf om in te schatten of het een verwilderd exemplaar betreft.

Jager Jan Peter Spierenburg: „Als mensen gewoon op hun kat passen, is er geen enkel risico.” Hij benadrukt dat hij alleen katten schiet op grote afstand van bebouwing, en alleen als hij ze meerdere keren heeft gezien.

Volgens gedeputeerde Kramer zou het beter zijn als iedereen zijn kat bij huis houdt. Hij noemt zichzelf „een groot kattenliefhebber”, hij heeft er twee. Blijven die dan ook op het eigen erf? „Nee, maar ze hebben wel een belletje om. Ik geef toe, ik ben er niet altijd bij.”

Veenstra en haar man hebben nu zeven katten. Ze binnenhouden is wat haar betreft geen optie. „We wonen hier prachtig in het buitengebied en we hebben al onze katten gesteriliseerd of gecastreerd.” Ze komen volgens haar bijna nooit thuis met een vogel; wel met ratten en muizen.

Veel van de schade die katten aanrichten zie je niet, zegt Spierenburg. „Een kat pakt ook allerlei zangvogeltjes en andere beesten.”

Klik voor het beleid omtrent verwilderde katten in uw provincie op de stip

Uit zichzelf begint hij dan over dertig jaar geleden, toen hij ergens in een jachtgebied achter een houtstapel een nestje kittens vond. Hij besloot hun leven te beëindigen. „Ja, dat houd je toch niet in stand, zoiets?”

Maar waarom belde hij toen de dierenambulance niet? Waarom bracht hij de kittens niet naar het asiel? „Ja, en dan… dan komen ze bij een gezin en worden ze even later weer de natuur ingegooid? Nee, dat is dweilen met de kraan open.”

Lees ook het commentaar van NRC: De serieuze jager schiet geen katten, de killer wel

„Vind je wat ik zeg gek?”, vraagt Spierenburg. Hij wijst naar hoe hij zijn hond aait. „Ik ben geen wreedaard, of zo. Ik heb drie dagen gehuild toen de moeder van Freddie overleed.” Maar: „De moeder van die kittens moet elke dag vreten voor die jongen brengen, dus die rooft het hele bos leeg. Dat is schadelijk voor de natuur”.

Spierenburg weet dat dit artikel negatieve reacties zal oproepen. Toch vindt hij het belangrijk om zijn kant van het verhaal te laten horen. „Wij jagers zijn het doelwit, maar het begint met de katteneigenaren die hun verantwoordelijkheid niet nemen.”

Chipplicht

Volgens de Dierenbescherming stijgt het aantal zwerfkatten elk jaar in de zomer. Sommige mensen zetten voor ze op vakantie gaan hun kat op straat, of in een weiland. Of ze laten hun huisdier, al dan niet opzettelijk, weglopen op de camping. De provincie Utrecht vroeg daar in 2011 aandacht voor met informatiefolders en posters, maar de campagne kreeg geen vervolg. Andere provincies geven evenmin voorlichting.

Dat zou wel moeten, vindt de Dierenbescherming, en ook gemeenten doen volgens de belangenorganisatie onvoldoende. Zelf adviseert de Dierenbescherming katteneigenaren om hun dier te laten chippen en registreren (zodat ze teruggebracht kunnen worden) en te laten castreren of steriliseren.

Ook de Jagersvereniging pleit voor chippen. Een motie van GroenLinks en de Partij voor de Dieren (PvdD) voor een landelijke chipplicht voor katten haalde het in februari niet.

De provincies Friesland en Utrecht zien nu geen reden om het afschieten van verwilderde katten te verbieden. Wel overweegt Johannes Kramer, de Friese gedeputeerde, om ook in te zetten op TNR, „als aanvulling” op het bestaande beleid.

Geconfronteerd met de bevindingen uit dit artikel zeggen de PvdD, PVV en SP in de Tweede Kamer bij minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie) te willen aandringen op een landelijk verbod. Daarover werd in 2013 al een motie van de PvdD aangenomen. Volgens PVV-Kamerlid Dion Graus is afschot „barbaars en niet meer van deze tijd”, SP-Kamerlid Frank Futselaar noemt het „geen effectieve methode en bovendien buitengewoon dieronvriendelijk”.

Coalitiepartij D66 is eveneens tegen en gaat minister Schouten in Kamervragen oproepen om mogelijk te maken dat gemeenten een chipplicht voor katten kunnen invoeren – daarover werd in februari al een motie aangenomen.

    • Maarten Dallinga