In Luik is er bij tegenslag altijd heroïne

Luik Dankzij forse investeringen werd Luik een hippe stad met veel cultuur. Maar de drugs bleven, en hulpprogramma’s stuiten op het zerotolerancebeleid van de overheid.

Miguel (33) is net voor de tiende keer uit de gevangenis. Sinds zijn negentiende is hij verslaafd: heroïne, cocaïne, alcohol, medicijnen. Achter hem op de foto staat zijn vriend Didier. Foto Chris Keulen

Miguel ziet er niet uit als 33. Zijn gezicht lijkt gezwollen, onder zijn ogen hangen dikke wallen. Om zijn neus heeft hij wondjes en zijn tanden is hij deels kwijt. Hij draagt een kruisje om zijn nek. „Om vergeving te vragen”, grapt zijn vriend Didier. Op een regenachtige donderdagmiddag aan de Rue des Guillemins in het Waalse Luik staat Miguel met een aantal anderen bij sociaal werker Frédéric Svendsen (34) en zijn collega, die hun dagelijkse ronde door de wijk maken. „Ik heb 20 euro op zak, dat is alles wat ik nog heb. Kan jij niet een belletje voor me plegen?”

Miguel is net voor de tiende keer uit de gevangenis. Hij heeft al gezeten voor onder meer drugshandel, wapenbezit en een gewapende overval. „Voor mij is het eigenlijk beter ín de gevangenis dan erbuiten”, zegt hij. Binnen is het tenminste rustig. Sinds zijn negentiende is hij verslaafd: heroïne, cocaïne, alcohol, medicijnen. Ongeveer net zo lang woont hij op straat in Luik – als hij niet vastzit.

Eerste golf

Mensen als Miguel, daar zijn er veel van in Luik. Ongeveer vijftien op de duizend volwassen inwoners zijn er verslaafd aan heroïne, bleek in 2013 uit onderzoek; in de stad van nog geen 200.000 inwoners gaat het om zo’n 1.800 mensen. Ter vergelijking: in het Brussels gewest met ruim 1,1 miljoen inwoners zijn naar schatting 3.500 heroïneverslaafden. Veel Luikse verslaafden zijn net als Miguel ook verslaafd aan andere middelen.

Luik was een booming stad, tot dertig jaar geleden de staalindustrie en mijnbouw in elkaar klapten. Het laatste decennium krabbelt de stad op, maar het drugsprobleem heeft de gemeente niet weten op te lossen. Nu hoopt Luik op een (illegale) doorbraak.

Het drugsprobleem „was er al toen ik begon”, vertelt burgemeester Willy Demeyer (Parti Socialiste) in het statige stadhuis van Luik. Dat was in 1999. De eerste golf gebruikers kwam naar Luik door de gunstige spoorverbinding met Maastricht, op een halfuur afstand. Ze namen drugs uit Nederland mee om die in Luik te gebruiken of te verkopen. Justitie en politie wisten er niet goed raad mee, herinnert Demeyer zich: omdat de gebruikers kleine hoeveelheden meenamen, zaten ze als ze gepakt werden zelden lang vast en kon een gestage stroom drugs blijven binnenkomen.

Reno bij het station Guillemins
Foto Chris Keulen
Reno, met op de achtergrond sociaal werker Frédéric Svendsen en een andere dakloze.
Foto Chris Keulen

Bezaaid met naalden

Inmiddels heeft Luik een eigen drugsmarkt ontwikkeld. De drugs komen „overal vandaan”, zegt Demeyer. Het probleem is ook steeds zichtbaarder geworden – en dat terwijl Luik in de laatste jaren een metamorfose onderging. Dankzij honderden miljoenen aan investeringen van onder meer de Waalse regering en de Europese Unie is de stad een hotspot aan het worden, met name voor cultuur- en architectuurliefhebbers. In 2009 opende het treinstation Guillemins. Tweehonderd meter lang, 35 meter hoog – een indrukwekkende kathedraal van glas, beton en staal, ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava. Achter het station een met groen begroeide heuvel, ervoor zicht op de nieuwe wolkenkrabber van Federale Overheidsdienst Financiën (de Belgische belastingdienst) en de oevers van de Maas. Alle culturele gebouwen werden gerenoveerd, langs de rivier is het nu aangenaam wandelen en overal verschijnen hippe winkeltjes, restaurants en cafés. Door forse overheidsinvesteringen en het aantrekken van de economie is het aantal werklozen – dertig jaar geleden nog 40 procent van de beroepsbevolking – afgenomen tot een nog altijd hoge 20 procent.

Foto Chris Keulen

De drugsproblemen bleven. De eigenaar van een van de hippe koffiebars, – o, ironie – Addict Coffee genaamd, weet er alles van. Terwijl hij Instagram-waardige lattes en Marokkaanse pastilla serveert, vertelt hij dat meerdere vrienden en familieleden verslaafd zijn of zijn geweest. Voor veel mensen in Luik is dat haast normaal, zegt de man, die om privacyredenen niet met zijn naam in NRC wil. „Voor ons is het zien van heroïneverslaving zo gewoon als voor jullie een coffeeshop of de Wallen. Hier verderop bij een brug is de grond bezaaid met naalden. Op klaarlichte dag zitten mensen te gebruiken, ik moest er laatst nog met mijn zoontje langs.” Omdat het zo aanwezig is, raken mensen sneller verslaafd als het tegenzit, denkt hij.

Het epicentrum van de drugsproblematiek ligt om de hoek van het stadhuis aan de befaamde Place Saint-Lambert. In tegenstelling tot in veel andere steden houden gebruikers en dealers zich op in het centrum, rond bankjes of op terrassen en tussen het winkelend publiek. Zo’n driehonderd van hen gebruiken op straat, soms in het volle zicht. In het centrum zijn nog altijd slecht onderhouden wijken waar mensen met weinig middelen wonen, en ook de prostitutiebuurt ligt er. Inmiddels zijn ook veel hulpverleningsinstanties in het centrum gevestigd, nog een reden voor gebruikers om in de buurt te blijven.

Peter Muyshondt stond als politieagent in de frontlinie van de drugsoorlog in België – tot zijn broer stierf aan een overdosis. Nu zet hij zich in voor legalisering van drugs. Lees ook: ‘Ik ben moreel verplicht zijn dood te gebruiken voor het goede’

Zélf om hulp vragen

In de loop der jaren zijn allerlei projecten en hulpinstanties opgezet. „In 2002, toen we steeds meer gebruikers op straat begonnen te zien, hebben we een plan opgesteld”, vertelt de burgemeester. Dat ging van basiszorg tot „harde repressie”. Inmiddels, denkt Demeyer, „moeten we wel een van de steden zijn met de meeste organisaties voor verslaafdenhulp”. Een selectie: centrum Alfa helpt bij afkicken, het busje van hulpproject Star deelt schone naalden uit, het ziekenhuis heeft 24 uur per dag psychische noodopvang, Housing First probeert daklozen aan een huis te helpen. Zo zijn er nog tientallen. Luik was de eerste stad in België waar heroïneverslaafden methadon voorgeschreven konden krijgen.

Sociaal werkers als Svendsen buigen zich over de meest kwetsbare groep: de daklozen, van wie naar schatting ruim de helft verslaafd is. Het team van negen straatwerkers loopt dagelijks alleen of met een collega rond. De net vrijgekomen Miguel en zijn vriend Didier, Fred en Sergey die om de hoek halve liters drinken in een portiek en Michael die op de grond zit te bedelen: ze kennen ze allemaal.

Michael (40) is vorig jaar
gestopt met heroïne.
Foto Chris Keulen

Van alle kanten worden ze aangesproken. Ze geven elke dakloze een kus op de wang, ze maken een praatje, ze delen schone naalden en voorbehoedsmiddelen uit, met als voornaamste doel een band op te bouwen. Zij vormen de verbinding tussen de veelheid aan instanties en de straat.

„Vaak hebben mensen die op straat zijn gekomen geen of steeds minder banden met kennissen, vrienden en familie”, zegt Svendsen. „Zeker verslaafden raken de relatie tot tijd, instanties en de maatschappij kwijt. Het lukt ze niet meer om aanspraak te maken op hulp, of ze willen dat door een ophoping van teleurstellingen niet meer.” Hij helpt bij het vinden van psychologische of medische hulp, onderdak, een administratief adres, het krijgen van een identiteitskaart, bijstand aanvragen. „Maar alleen samen en als mensen zélf om hulp vragen. Wij bieden handvatten bij de eerste stappen om eruit te komen.” Soms duurt het jaren voor een band is opgebouwd – en hoe langer het duurt, hoe moeilijker hulp wordt.

Illegale oplossing

Alle organisaties ten spijt blijft het aantal verslaafden in Luik min of meer gelijk. Deels trekt de stad misschien wel mensen aan door de opgebouwde expertise, denkt Demeyer: „Ze weten dat ze hier goed verzorgd worden.” Maar hij werd naar eigen zeggen ook beperkt door de Belgische wet, die gebruik of bezit van drugs strikt verbiedt. Een innovatief proefproject als Tadam kon daardoor niet worden doorgezet.

Bij die studie uit 2011, geïnspireerd op de aanpak in Nederland, kregen zwaarverslaafde heroïnegebruikers onder medisch toezicht medicinale heroïne. Zo konden ze in een veilige omgeving gebruiken, was er minder overlast en vervielen ze minder snel in de criminaliteit. Het bleek een succes. Maar aangezien dit gedoogbeleid betekent, was een wetswijziging nodig om uit de proeffase te komen. De federale regering blokkeerde dat, net als gebruikersruimtes: gedogen past niet bij haar zerotolerancebeleid.

Toch opent Luik in september de eerste gebruikersruimte. Mensen krijgen er geen drugs, maar kunnen daar wel gebruiken. Illegaal dus. De Waalse regering heeft dat wél goedgekeurd en de burgemeester heeft het op een akkoordje gegooid met parket en politie. Drugsgebruikers mogen hun gang gaan in de ruimte, die nota bene naast een politiebureau is.

Sergey (49) en Fred (49).
Foto Chris Keulen
Foto Chris Keulen

Demeyer: „Repressie alleen werkt gewoon niet.” Dat merkten parket en politie volgens Demeyer ook: „Zij pakken mensen op en veroordelen hen, maar binnen de kortste keren komen die vrij en zijn we terug bij af. Alsof we de oceaan met een emmertje aan het leeghalen zijn. Iedereen raakt daarvan gefrustreerd, en dan word je vanzelf pragmatisch.”

De gemeente hoopt op een positief effect als verslaafden in elk geval van de straat zijn. Demeyer hoopt dat zo ook project Tadam uiteindelijk kan doorgaan en dat een wetswijziging wordt geforceerd.

Of het zal helpen? „Elke bijkomende hulp is fijn”, maar sociaal werker Svendsen bekijkt het liever per dag. „Er zullen altijd mensen blijven die niet geholpen kunnen worden. Maar dat is ook het eerste wat we leren: dit werk is soms frustrerend.”

Lees verder over 40 jaar verslaafdenhulp in Nederland: De ouderwetse junk met spuit is vrijwel verdwenen
    • Anouk van Kampen