Recensie

Het pijnlijke verhaal van een puber en een schietincident

Jeugdboek De Canadese Susin Nielsen schrijft goede boeken voor twaalfplussers. De lichtvoetige stijl en droge humor in het ‘dagboek’ van de getraumatiseerde Henry verhullen diepe rouw, schuldgevoel en angst.

Beter laat dan nooit, moeten ze bij Lemniscaat hebben gedacht. In ruim twee jaar tijd heeft de uitgever maar liefst vier titels van Susin Nielsen uitgebracht. Gelukkig, want de Canadese schrijft goede boeken voor de leeftijdsgroep 12-15 jaar, en daarvan verschijnen er niet zo veel. Niet geheel toevallig is haar debuut Woordnerd (2008) een van de genomineerde voor de Gouden Lijst, de prijs voor beste jeugdboek die helaas op sterven ligt, maar dankzij Ted van Lieshout en Hans Hagen tijdelijk is gereanimeerd.

De hoofdpersoon uit dat debuut, scrabble-nerd Ambrose, is een van de klasgenoten van Nielsens nieuwe protagonist in het recent vertaalde Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen . Dat de schrijfster dit verhaal zich laat afspelen tegen dezelfde maatschappelijke achtergrond als in Woordnerd is begrijpelijk: Nielsen heeft een zwak voor de underdog. Net als Ambrose behoort dagboekschrijver Henry ook tot die categorie.

Roodharige brugklasser

Althans, dat vindt hijzelf, blijkt uit Henry’s ‘notitieboek’, zoals de ondermaatse roodharige brugklasser met ‘flubbers’ zijn dagboek veelzeggend noemt: hij houdt van schrijven, maar om zijn gevoelens en gedachten over ‘HET’ zomaar aan het papier toe te vertrouwen, omdat dat volgens zijn psycholoog ‘therapeutiserend’ werkt, vindt hij kletskoek.

‘Therapeutiserend’ is niet eens een woord, aldus de welbespraakte, licht tegendraadse twaalfjarige. Ondertussen schrijft hij er natuurlijk op los. Daarbij wisselen doorgekraste zinnen, filmische scènes en nachtmerries elkaar doeltreffend af. Goed gevonden – want passend bij Henry’s nerderige karakter – zijn de ‘intrigerende feiten’ waarmee Henry situaties en mensen duidt, zoals die van de zich van elkaar onderscheidende orkatroepen die op de sociale groepen op school lijken.

Het dagboek dat zo onbedoeld ontstaat, en de manier waarop Nielsen haar lichtvoetige stijl en droge humor inzet om een getraumatiseerde tiener geloofwaardig te verbeelden, doen sterk denken aan Dit is geen dagboek (2009) van Erna Sassen. Terwijl haar Bou(dewijn) zijn moeders zelfmoord moet verwerken, moet Henry zien te dealen met de dood van zijn bij een schietincident betrokken broer.

Schietincident

De verhuizing met zijn vader naar een onbekende stad, moet Henry daarbij helpen. Dat blijkt echter ijdele hoop. Op zijn nieuwe school wordt hij ingepalmd door oppernerd Fartley, die Henry direct met het verleden confronteert, omdat hij net als Henry’s broer de jongen blijkt ‘die door de anderen wordt uitgelachen’. Henry weet wat er dan kan gebeuren en hoe ‘op de middelbare school je hele bestaan op zijn kop kan worden gezet’. Aanvankelijk wil hij Fartley daarom liever niet als vriend. Het is als met je eerste auto, zegt hij spottend. ‘Je komt ermee van A naar B, maar zodra je hem hebt, droom je van de dag dat je een luxer model kunt kopen.’ Gaandeweg wordt Henry subtiel minder sarcastisch. Als hij met Fartley een plan verzint om zijn sinds het schietincident gescheiden ouders weer bij elkaar te brengen, kan hij ‘HET’ niet langer verhullen.

Volgens het principe ‘show don’t tell’ biedt Nielsen zo knap inzicht in Henry’s diepe rouw, het schuldgevoel waarmee hij worstelt omdat hij denkt dat zijn moeder hem en zijn vader zijn broers dood verwijt, en de voortdurende angst zijn moeder te verliezen. Tegelijkertijd is hij boos op zijn broer, die het gezin geruïneerd heeft. Henry’s ‘ziedingen’ zijn alleszeggend. Zoals ook ‘het Robots’ dat hij spreekt, waarin geen emoties doorklinken. (‘Alles. Is. Mono. Toon.’)

Pijnlijke geschiedenis

Helaas werkt de dagboekvorm niet altijd. Soms lijkt Nielsen te vergeten dat een getroebleerde tiener aan het woord is. Henry’s nachtmerrie over zijn ‘kapotte broer’, die gelijk ‘Humpty Dumty’ niet meer te lijmen valt, klinkt bijvoorbeeld te veel als de volwassen auteur. Daar staat tegenover dat Nielsen behalve Henry ook andere personages echt tot leven brengt. Zo speelt buurvrouw Karen een onverwacht troostende rol door als ervaringsdeskundige Henry duidelijk te maken dat hij nooit zal vergeten wat is gebeurd, en er dus maar beter mee kan leren leven.

Henry’s ‘ongemakkelijke dagboek’ ontvouwt een uiterst pijnlijke geschiedenis, geïnspireerd op de relevante vraag wat de gezinsleden moeten doormaken van een jongere die een gewelddadige wanhoopsdaad pleegt. Dat Nielsen over zo’n controversieel onderwerp durft te schrijven zonder te veroordelen of te vervallen in melodrama, is lovenswaardig. Benieuwd of ze in september met goud zal worden omlijst.

    • Mirjam Noorduijn