Hoe bestrijd je zweetlucht?

Zweet en oorsmeer

Zweetlucht is de uitkomst van een complex moleculair proces van okselklieren en bacteriën. Het valt niet mee om dat te beïnvloeden.

In Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk werden een tijdje ‘feromonenfeestjes’ gehouden, zoals hier in Los Angeles in 2012. Daarbij kon je je ‘date’ kiezen op grond van zijn of haar zweetlucht. Foto Pheromoneparties.com

Okselzweet gaat pas geuren als huidbacteriën in mensenoksels ermee aan de slag gaan. Dan ontstaat ieders eigen, soms penetrante lichaamsgeur. De zweetklieren produceren de voorlopers voor de geurende moleculen. De huidbacteriën gebruiken die als voedingsstof. Daarbij ontstaan reukstoffen.

De lichaamsgeur is bij iedereen anders. De geurmix ontstaat door aanleg en bijvoorbeeld voeding, en door de individuele variatie in huidbacteriën.

Na twee warme dagen zonder wassen en schone kleren wordt iedere zweetgeur onaangenaam. Maar in milde vorm is die eigen geur een feest van herkenning voor partner, familie en vrienden. En nee, de individuele okselgeur is geen feromoon voor seksuele aantrekkelijkheid. Daarover straks meer.

Eerst verder over de opvallende kwestie dat een individuele lichaamsgeur niet door eigen zweetklieren ontstaat, maar zijn uiteindelijke luchtje krijgt door de samenstelling van de okselbacterieflora.

Dat bacteriën een belangrijke rol spelen is 50 jaar geleden al aangetoond. Het moleculaire mechanisme is nu zó diepgaand bestudeerd dat onderzoekers uit Oxford en York zelfs denken dat er veel betere geurwerende deodorants gemaakt kunnen worden. Ze publiceerden er begin juli over in het online-tijdschrift eLife.

Deodorant

Een traditionele deodorant bevat doorgaans geurstoffen om zweetgeuren te maskeren, stoffen die bacteriën doden, of hun groei remmen, en stoffen die de uitgang van zweetkliertjes met een prop afsluiten. De samenstelling is niet gebaseerd op gedetailleerde kennis.

Die Britse onderzoekers weten nu hoe de huidbacterie van de soort Staphylococcus hominis een voorloper van het stinkende molecuul 3M3SH opneemt, verwerkt en als 3M3SH uitscheidt. S. homilis werkt de 3M3SH-voorloper naar binnen via een doorgang in een eiwit dat in zijn celwand zit. Dit transporteiwit hebben de Britten uitgebreid bestudeerd. Ze denken te weten hoe ze dat transporteiwit kunnen blokkeren, zodat de instroomopening voorgoed gesloten blijft. Stop die blokkerende stofjes in een deodorant en je weert heel wat geurtjes. Zo’n deodorant „beïnvloedt de huidbacteriepopulatie in de oksels niet, maar remt daarentegen specifiek de productie van lichaamsgeur”, zo besluiten de onderzoekers.

Dat valt nog te bezien, want de onderzoekers gaan er lichtvaardig aan voorbij dat de okselpopulatie van S. hominis energie put uit die voorlopermoleculen van zweetgeurmoleculen. Dus als die voedselbron wegvalt, weet S. hominis zich dan te handhaven? De talloos vele soorten huidbacteriën zijn in een constante concurrentiestrijd verwikkeld.

Maar het moleculaire uitzoekwerk van die Britten blijft prachtig. Zij ontrafelden bijvoorbeeld de hele driedimensionale structuur van het transporteiwit. Daardoor begrijpen ze nu op atomair niveau welk type moleculen worden opgenomen en hoe die door het kanaal binnenin het eiwit stromen.

Foto Pheromoneparties.com

Het is één voorbeeld van hoe de okselgeuren ontstaan. Er zijn meer bacteriën, er zijn andere voorlopermoleculen, er zijn andere transporteiwitten. Maar dat verzwijgen die Britten zo veel mogelijk. Ze schrijven hun artikel met de sterke suggestie dat vieze zweetgeuren grotendeels de wereld uit zijn als hun blokkerende stofje in de deodorant zit en huidbacteriën geen 3M3SH meer kunnen maken. Maar zo is het niet. Het is uitzoekwerk met oogkleppen op.

De Britten verwijzen bijvoorbeeld wel naar een artikel in het Journal of Dermatological Science uit 2014, van Unilever-onderzoekers. Ze citeren eruit dat mensen die door een genmutatie weinig geurvoorlopermoleculen produceren ook minder Staphylococcus-huidbacteriën in hun oksel hebben. Maar ze nemen niet over dat 3M3SH niet de meestvoorkomende geurende stof in stinkzweet is. De Unilever-onderzoekers vonden twee andere stoffen in hogere concentraties in het oksel-spoelwater van 164 Filippijnen. Het is wel zeker dat er nog veel meer stofjes zijn die kunnen gaan geuren, schrijven de onderzoekers. Unilever levert wereldwijd een kwart van alle deodoranten en anti-transpiranten.

Ook die Unilever-mensen speculeren al over nieuwe biotechnologische deodoranten. Zij willen niet de opname van de zweetstoffen door de huidbacteriën remmen, maar de uitscheiding ervan door zweetklieren.

Droog oorsmeer

De kennis daarvoor komt voort uit een genetische variant die bij veel Oost-Aziaten voorkomt. Hij kwam aan het licht niet doordat dragers van die variant anders uit hun oksels roken, maar doordat ze droog, wit oorsmeer hebben. 80 tot 95 procent van de Oost-Aziaten hebben droog oorsmeer, terwijl Afrikanen en Europeanen bijna allemaal smeuïg bruin oorsmeer hebben. Het verschil ontstaat door een mutatie in het gen dat codeert voor een eiwit (het heet ABCC11) dat in één van de drie typen zweetklieren (de apocriene klieren) vocht en geurvoorlopers naar buiten transporteert. De meeste Chinezen hebben een mutatie in dat transporteiwit – in beide genen die ze ervoor in al hun lichaamscellen dragen. Daardoor scheiden ze vrijwel geen geurvoorlopers meer uit en produceren slechts een heel lichte zweetgeur.

Een blokkerend stofje voor ABCC11 stopt de transportwerking. Dat is waar de Unilever-onderzoekers in hun artikel op hinten. Smeer het in de oksel en de geurvoorlopers kunnen de zweetklieren niet meer uit. Zou je wit en droog oorsmeer krijgen als je het in je oor smeert?

Een onbeantwoorde vraag is hoe het komt dat zo veel Oost-Aziaten zo weinig okselgeur produceren. Is die geur dan onbelangrijk voor de partnerkeuze? Of nog indringender: is de afwezigheid van veel oksellucht voordelig voor partnerkeuze en -behoud? Breidt dat ABCC11-uitschakelende gen zich uit over de wereld?

Foto Pheromoneparties.com

In het westen zijn bij iedereen de krantenartikelen en tv-documentaire in het geheugen gegrift over experimenten waarbij onderzoekers snuffelende proefpersonen uit gedragen t-shirts de aantrekkelijkst geurende lieten kiezen. Daar kwam uit dat het t-shirt wordt gekozen van iemand met een ander afweersysteem (major histocompatibiliteitscomplex, MHC). En de gekozen geur deed veel proefpersonen ook denken aan die van de huidge partner, of aan een ex-partner. Het was een Zwitsers onderzoek uit het begin van de jaren negentig. ‘Feromoon-onderzoek’ werd dat genoemd.

Het leidde tot een korte mode van pheromone parties. Mensen kwamen er daten en namen een plastic zakje mee met een t-shirt waarin ze drie dagen hadden geslapen. De bedoeling was een gesprek aan te knopen met de eigenaar van het t-shirt dat het aantrekkelijkst rook.

Feromoononderzoeker Tristram Wyatt van Oxford University schreef er in 2015 een narrig artikel over in Proceedings of the Royal Society B. Allereerst: het zijn geen feromonen. Feromonen zijn geen individuele geuren. Feromonen zijn stoffen die kenmerkend zijn voor álle mannen (of vrouwen) van een soort en die invloed hebben op alle vrouwen (of mannen). Sommige mannen produceren méér van dat hormoon en vrouwtjes kunnen een voorkeur hebben voor die mannen. De vraag is of er mensenferomonen voor seksuele aantrekkingskracht bestaan, vindt Wyatt. Inmiddels is dat Zwitserse onderzoek herhaald, waarbij ernstige twijfels ontstonden. Er is weinig overgebleven van het idee dat we een partner zoeken met een ander MHC-systeem, concludeert Wyatt. Goed nieuws voor onderzoekers die een superdeodorant ontwikkelt. Waarschijnlijk wankelt de partnerbinding dan niet.

    • Wim Köhler